Overslaan en naar de inhoud gaan

ve19003499 12-12-2019, HvJEU, C-380/18 (E.P. (Menace pour l'ordre public)), ECLI:EU:C:2019:1071

Datum uitspraak
12-12-2019
Instantie
HvJEU
ECLI
ECLI:EU:C:2019:1071
Zaaknummer
C-380/18
Redacteur
Esther Wolthuis
Trefwoorden
Openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid
Verordening 2016/399 Schengengrenscode (codificatie)
Strafrechtelijke procedure
Visum
Terugkeerbesluit
Kernbegrippen

Verdenking plegen strafbaar feit voldoende voor openbare orde criterium / Enkel wanneer aard en strafmaat voldoende ernstig / Verdenking staven met concordante, objectieve en nauwkeurige elementen / Art. 6 lid 1 onder e Schengengrenscode

Inhoud

Het Hof (Eerste kamer) in antwoord op prejudiciële vragen van de Raad van State (Nederland) van 6 juni 2018 (ve18002215), verklaart voor recht:
Art. 6 lid 1 onder e Verordening (EU) 2016/399 (Schengengrenscode, ve16000558) moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale praktijk volgens welke de bevoegde autoriteiten een terugkeerbesluit kunnen nemen tegen een niet-visumplichtige onderdaan van een derde land die zich voor een kort verblijf op het grondgebied van de lidstaten bevindt, o.g.v. het feit dat hij wordt beschouwd als een bedreiging van de openbare orde omdat hij wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit, voor zover deze praktijk enkel wordt toegepast indien, ten eerste, dit strafbare feit in het licht van de aard ervan en de strafmaat voldoende ernstig is om te rechtvaardigen dat het verblijf van deze onderdaan op het grondgebied van de lidstaten onmiddellijk wordt beëindigd en, ten tweede, deze autoriteiten beschikken over concordante, objectieve en nauwkeurige elementen om hun verdenkingen te staven, hetgeen aan de verwijzende rechter staat om na te gaan.
--- Coördinaten van de zaak: HvJEU.
--- Conclusie AG Pitruzzella: ve19002036.
--- Prejudiciële vragen: ve19002035.
--- Zie ook blog Willem Hutten op verblijfblog en blog Jonas Bornemann op europeanlawblog.

Aanvullende opmerkingen
Wet