Overslaan en naar de inhoud gaan

ve20002804 02-09-2020, ABRvS, 201607668/3/V1, ECLI:NL:RVS:2020:2067

Datum uitspraak
02-09-2020
Instantie
Raad van State
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2067
Zaaknummer
201607668/3/V1
Redacteur
Gerd Westendorp
Trefwoorden
Vrije termijn
Openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid
Verordening 2016/399 Schengengrenscode (codificatie)
Evenredigheidsbeginsel
Kernbegrippen

Beëindiging vrije termijn om redenen van openbare orde / Schengengrenscode art. 6 lid 1 onder e / Verdenking plegen strafbaar feit in beginsel voldoende / Voldaan aan evenredigheidsbeginsel

Inhoud

De Afdeling heeft op 6 juni 2018, JV 2018/130, ECLI:NL:RVS:2018:1737 prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. Bij arrest van 12 december 2019, JV 2020/34, nt M.F. Wijngaarden, ECLI:EU:C:2019:1071 (E.P.), heeft het Hof voormelde vragen beantwoord. In deze uitspraak is de vraag aan de orde onder welke omstandigheden het rechtmatig verblijf van een vreemdeling met de nationaliteit van een derde land in de zogenaamde vrije termijn eindigt om redenen van openbare orde art. 6 lid 1 onder e Schengengrenscode (SGC)
Gelet op de punten 46-51 van het arrest E.P., betoogt de SvJ&V terecht dat de rb ten onrechte heeft overwogen dat bij de vaststelling dat het verblijf in de vrije termijn ingevolge art. 6 lid 1 onder e SGC is geëindigd omdat een vreemdeling een bedreiging voor de openbare orde is, is vereist dat de persoonlijke gedragingen van de desbetreffende vreemdeling een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen. De SvJ&V betoogt terecht dat, gelet op punt 46 van het arrest E.P., een verdenking van het plegen van een strafbaar feit in beginsel voldoende kan zijn voor de vaststelling dat het verblijf in de vrije termijn ingevolge art. 6 lid 1 onder 3 e,SGC is geëindigd. Verder voert de SvJ&V in zijn reactie op het arrest E.P. terecht aan dat t.t.v. het terugkeerbesluit was voldaan aan de in het arrest vermelde vereisten voor het eindigen van het verblijf in de vrije termijn.  Gelet op de onder 7 vermelde omstandigheden was er t.t.v. het terugkeerbesluit immers sprake van verdenking van voldoende ernstige strafbare feiten en waren er met elkaar overeenstemmende, objectieve en nauwkeurige elementen op grond waarvan de vreemdeling kon worden verdacht van het plegen van die misdrijven. Anders dan de vreemdeling in zijn reactie op het arrest E.P. betoogt, is daarmee voldaan aan het in dat arrest bedoelde evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling beoordeelt de overige gronden van beroep en overweegt dat de SvJ&V niet in het terugkeerbesluit zelf heeft gemotiveerd dat het eventuele verblijf in de vrije termijn dat de vreemdeling toekwam als houder van een biometrisch paspoort uit [staat] die is vrijgesteld van de visumplicht, is geëindigd omdat hij wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde. Beroep gegrond. Laat de rechtsgevolgen in stand. Dit betekent dat het besluit feitelijk alsnog blijft gelden. Gelet op het vorenoverwogene was t.t.v. het terugkeerbesluit voldaan aan de in het arrest E.P. vermelde vereisten voor het eindigen van het verblijf in de vrije termijn omdat de vreemdeling een bedreiging voor de openbare orde is. In het verweerschrift van 17 augustus 2016 heeft de SvJ&V alsnog gemotiveerd dat het eventuele rechtmatige verblijf in de vrije termijn bij een vrijstelling van de visumplicht is geëindigd omdat de vreemdeling wegens verdenking van strafbare feiten een bedreiging voor de openbare orde is. De vreemdeling heeft voldoende gelegenheid gehad om zich daarover uit te laten. De SvJ&V moet de proceskosten vergoeden.
Hoger beroep SvJ&V kennelijk gegrond; vernietigt VK Amsterdam 13 september 2016 in zaak nr. 16/11736; beroep gegrond; rechtsgevolgen blijven in stand.
--- Zie ook ve20002806, over de vraag welke vereisten gelden voor de afwijzing van een verzoek om toegang en verblijf van een gezinslid om redenen van openbare orde, bedoeld in art. 6 lid 1 Gezinsherenigingsrichtlijn en ve20002805, over welke vereisten gelden voor de intrekking of weigering van verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfstitel van een gezinslid om redenen van openbare orde, bedoeld in art. 6 lid 2 Gezinsherenigingsrichtlijn.
--- Persbericht ABRvS

Aanvullende opmerkingen
Wet