Overslaan en naar de inhoud gaan

ve21002384 04-08-2021, ABRvS, 202102077/1/V2, JV 2021/181 nt S. Jansen, ECLI:NL:RVS:2021:1754

Datum uitspraak
04-08-2021
Instantie
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1754
Zaaknummer
202102077/1/V2
Redacteur
Gerd Westendorp
Annotator(s)
Kernbegrippen

Aanvraag asiel / LHBTI / Nigeria / Integrale geloofwaardigheidsbeoordeling / Inzichtelijk maken hoe verklaringen en overgelegd bewijs onderling is gewaardeerd en gewogen

Inhoud

In deze uitspraak gaat het om de vraag of de SvJ&V deugdelijk gemotiveerd op de overgelegde stukken is ingegaan en of hij ze bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling gestelde seksuele gerichtheid integraal heeft bezien in relatie tot de door de vreemdeling afgelegde  verklaringen.
Zoals eerder overwogen, (ABRvS 15 juni 2016, JV 2016/207, ECLI:NL:RVS:2016:1630 en JV 2020/202, 12 augustus 2020,
ECLI:NL:RVS:2020:1885) verricht de SvJ&V een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, waarbij hij de verklaringen van een vreemdeling over de verschillende in WI 2019/17, ve20000046, genoemde thema’s uitdrukkelijk in hun onderlinge samenhang én in het licht van de overige verklaringen en het overgelegd bewijsmateriaal beziet. Daarbij kan de omstandigheid dat een vreemdeling over één thema ontoereikend heeft verklaard zonder dat hiervoor een rechtvaardiging bestaat, er niet zonder meer toe leiden dat de door die vreemdeling gestelde seksuele gerichtheid ongeloofwaardig moet worden geacht, aangezien die ontoereikende verklaring kan worden gecompenseerd met andere verklaringen en overgelegd bewijsmateriaal. Het is daarbij aan de staatssecretaris om in het besluit inzichtelijk te maken hoe hij de afgelegde verklaringen en overgelegde stukken in het kader van de verschillende thema’s waardeert en onderling weegt. De SvJ&V kan bij de beoordeling van overgelegde stukken dus niet volstaan met een enkele verwijzing naar de ontoereikende verklaringen van een vreemdeling. De SvJ&V zal kenbaar moeten motiveren hoe hij rekening heeft gehouden met elk van de aangeleverde stukken. Deze motivering moet hij niet alleen geven om voor een vreemdeling of derden duidelijk te maken hoe de inbreng is betrokken, maar ook om de bestuursrechter in staat te stellen dit te toetsen (vergelijk ABRvS 13 april 2016, JV 2016/195 nt. S. Kok, ECLI:NL:RVS:2016:890 en ABRvS 12 mei 2021, JV 2021/139 nt L. Blijdorp, ECLI:NL:RVS:2021:977).
De rb heeft over de overgelegde stukken alleen overwogen dat de SvJ&V hieraan niet ten onrechte geen doorslaggevend gewicht heeft toegekend, omdat de vreemdeling met zijn eigen verklaringen er niet in is geslaagd zijn gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Omdat in de overwegingen een nadere toelichting over de waardering van de stukken en de weging ervan in het licht van de overige verklaringen en stukken ontbreekt, komt dit oordeel erop neer dat de Svj&V de door de vreemdeling overgelegde stukken terzijde kon schuiven met een enkele verwijzing naar de ontoereikende verklaringen van de vreemdeling zelf. Zoals de vreemdeling terecht aanvoert en volgt uit wat de Afdeling hiervoor heeft overwogen, kan de SvJ&V echter niet volstaan met een dergelijke verwijzing. De rechtbank heeft dit dan ook ten onrechte overwogen en had het standpunt van de staatssecretaris over deze stukken moeten toetsen. Anders dan de rb is de Afdeling daarom van oordeel dat de SvJ&V niet deugdelijk heeft gemotiveerd hoe hij de overgelegde stukken afzonderlijk, tezamen en in het licht van de overige verklaringen en tegenwerpingen heeft gewaardeerd en waarom de vreemdeling daarmee zijn gestelde seksuele gerichtheid niet alsnog aannemelijk heeft gemaakt. De Svj&V moet zijn besluit op dit punt dan ook, eventueel na nader onderzoek en een aanvullend gehoor, beter motiveren. Eveneens biedt dit gelegenheid om de uitkomst van de procedure van de gestelde partner van de vreemdeling te betrekken bij de beoordeling.
Hoger beroep vreemdeling kennelijk gegrond; vernietigt VK Den Haag 24 maart 2021, NL21.2985; beroep gegrond.
--- Persbericht ABRvS

Aanvullende opmerkingen
Wet