Overslaan en naar de inhoud gaan

ve11000158 17-01-2011, Briefadvies ACVZ n.a.v. tweede nota van wijziging voorstel wijziging Vw 2000 ter implementatie Terugkeerrichtlijn

Datum
17-01-2011
Auteur
ACVZ
Vindplaats
ACVZ/ADV/2011/002
Redacteur
Tisanja Abali
Trefwoorden
Evenredigheidsbeginsel
Ongewenstverklaring
Rechtsmiddelen
Richtlijn 2008/115 Terugkeer
Omschrijving

Briefadvies van de ACVZ over de tweede nota van wijziging (ve10002228) bij het voorstel tot wijziging van de Vw 2000 ter implementatie van de Terugkeerrichtlijn 2008/115 (ve09000077).
De ACVZ beschouwt de beoogde strafbaarstelling van illegaal verblijf na oplegging van het inreisverbod als een ingrijpende wijziging van de bestaande toezichts- en handhavingsinstrumenten. Het is verrassend dat deze wijziging niet via een zelfstandig wetgevingstraject, maar bij nota van wijziging bij een implementatievoorstel voor een Europese richtlijn wordt ingevoerd. Uit de toelichting op de nota blijkt dat niet wordt beoogd uitvoering te geven aan het in het regeerakkoord genoemde voornemen illegaal verblijf strafbaar te stellen. Dat voornemen is na aanvaarding van het voorliggende wetsvoorstel evenwel grotendeels verwezenlijkt. Mede op grond daarvan meent de commissie dat het op haar weg ligt via haar visie op dit onderdeel van het wetsvoorstel te geven. Het advies beperkt zich tot enkele materiële opmerkingen over het implementatievoorstel en gaat niet in op het voornemen tot strafbaarstelling van illegaal verblijf als zodanig.
Geconcludeerd wordt dat de combinatie van de verplichte oplegging van het nieuwe Europese inreisverbod, tezamen met de categoriale strafbaarstelling van de overtreding daarvan en de onmogelijkheid om rechtmatig verblijf te hebben gedurende het verbod op gespannen voet staat met het evenredigheidsbeginsel. Duidelijker moet worden gemotiveerd hoe de voorgestelde maatregelen bijdragen aan verwezenlijking van het doel van de Richtlijn. Voorts moet in alle gevallen voorafgaand aan het besluit tot oplegging van het inreisverbod een individuele belangenafweging worden gemaakt. Daarnaast zou in de toekenning van rechtsgevolgen aan dat besluit moeten worden gedifferentieerd tussen vreemdelingen aan wie een inreisverbod is opgelegd en die als een ernstige bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid worden beschouwd enerzijds en vreemdelingen voor wie dit niet geldt anderzijds. Aan laatstgenoemde categorie zou de mogelijkheid tot het hebben van rechtmatig verblijf niet categoriaal moeten worden onthouden.