Overslaan en naar de inhoud gaan

Migratieweb - Uw online kennisbank

Migratieweb is de actuele juridische databank met nationale en internationale informatie over migratie. De redactie van Migratieweb wordt verzorgd door Stichting Migratierecht Nederland. Migratieweb is o.a. toegankelijk voor leden van de Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken (WRV). Ook gerechtelijke instanties en universiteiten maken gebruik van Migratieweb.

Nieuws

JV 2026 aflevering 8

09/09/2026

Nieuwsbericht

In aflevering 8 van JV zijn 31 uitspraken en 11 noten verschenen.
Marcelle Reneman bespreekt EHRM, M.V. e.a. t. België. Het Hof oordeelt dat België art. 3 EVRM heeft geschonden door vier jonge, gezonde, mannelijke asielzoekers opvang te onthouden tijdens hun asielprocedure. Reneman gaat in op de schending van art. 3 en 6 EVRM en geeft enkele reflecties naar aanleiding van de uitspraken en sluit af met recente Nederlandse jurisprudentie over Dublinoverdracht naar België. Bahia Aarrass gaat in op EHRM, Dotani t. Griekenland over het weigeren van documenten als gevolg waarvan een verzoek om gezinsherenging van de familieleden van vluchtelingen werd afgewezen door Griekenland. Aarrass bespreekt ook de vergelijkbare zaken Suji en T.N. en het verband  met recente rechtspraak van het Hof over gezinsherenigingsaanvragen van vluchtelingengezinnen en geeft enkele opmerkingen over de Nederlandse context. Mark Klaassen bij het HvJEU arrest Safi over of een derdelander-ouder ook een afgeleid verblijfsrecht kan ontlenen aan artikel 20 VWEU wanneer hij of zij beschikt over een verblijfsrecht in een andere lidstaat. Klaassen bespreekt twee scenario’s die het Hof volgt. Een redactionele noot van Jakob Nouta bij HvJEU Remling over verschillende manieren waarop de Afdeling het arrest heeft toegepast. René de Groot bij HvJEU, Besthame. Over een vermoeden van schijnhuwelijk in Ierland en of de op het Europese recht verleende verblijfstitel dan met terugwerkende kracht mag worden ingetrokken ook als de persoon ondertussen Ier is? Op de achtergrond speelt ook of de naturalisatie ongedaan kan worden gemaakt. Lieneke Slingenberg bij HvJEU, Landkreis Schweinfurt, over beperking van opvangvoorzieningen voor Dublinclaimanten in Duitsland. Aangezien de beperking van opvangvoorzieningen voor Dublinclaimanten een relevant onderdeel van de nieuwe Opvangrichtlijn (2024/1346/EU) is, is dit op het eerste gezicht een relevante uitspraak. Het Hof lijkt echter zijn best te doen om de relevantie van de uitspraak voor de toekomst te beperken. Mark Klaassen bij een Afdelingsuitspraak van na het schrappen van het jongvolwassenenbeleid uit de Vc (WBV 2026/9 en WI 2026/6). De minister neemt het standpunt in dat het economisch belang van Nederland in de belangenafweging een absoluut karakter heeft. De Afdeling acht dit onjuist. Daarover gaat deze noot. Younous Arbaoui bij VK Amsterdam (mk) is een vervolg op de ABRvS 31 oktober 2025 waarin zij oordeelde dat de minister een op art 12 lid 4 IVBPR (recht op terugkeer eigen land) gebaseerde aanvraag inhoudelijk moet beoordelen. De Afdeling liet echter daarbij de vraag of art 12 lid 4 IVBPR rechtstreekse werking heeft onbeantwoord. In de hier geannoteerde uitspraak beantwoordt de rechtbank deze vraag bevestigend. Flip Schüller bij een tussen en einduitspraak van VK Roermond na het arrest Multan. In de noot aandacht voor de mogelijke introductie van het ‘special advocate’-systeem, de verhouding tussen de geheimhoudingskamer en de bodemrechter. En hoe, het huidige, duidelijk verouderde, systeem in ieder geval voor het asielrecht aangepast zou kunnen worden. Noot Nikki Vreede bij VK Amsterdam over de verhouding tussen het nationale criterium van de medische noodsituatie binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden en de uit het Unierecht en art 3 EVRM voortvloeiende verplichting om rekening te houden met de concrete medische omstandigheden van de vreemdeling. Een redactionele noot van Sadhia Rafi bij VK Amsterdam met een weergave van de verschillende lijnen bij de rechtbanken sinds de invoering van de Asielprocedureverordening over de rechtmatigheid van detentie tijdens de grensprocedure. 

A&MR 2026 nummer 7

08/09/2026

Nieuwsbericht

Deze maand in A&MR: 

Motiveer je beslissing! 
Het Europese Hof van Justitie heeft gesproken: de Raad van State moet zijn uitspraken inhoudelijk, specifiek en concreet motiveren, als er vragen spelen over de uitleg van het Unierecht. Daarvoor is niet nodig dat een partij verzoekt om prejudiciële vragen – een beroep op het Unierecht volstaat. Erik Scheers pleitte al eerder tegen de verkorte, niet-inhoudelijke beslissingen van de Raad van State. Hij bespreekt het arrest en legt uit wat de Raad van State zal moeten veranderen. 

Noodbevoegdheid om migratie te beperken 
EU-lidstaten zoeken mogelijkheden om in afwijking van het EU-recht asielmigratie te beperken. Biedt de Nederlandse Vreemdelingenwet in ‘buitengewone omstandigheden’ daarvoor de ruimte? Fardowsa Aden concludeert dat dat alleen kan als een crisis een daadwerkelijke dreiging vormt voor handhaving van de openbare orde en bescherming van de binnenlandse veiligheid. 

Vrouwelijke vluchtelingen 
Het Europees Hof van Justitie EU maakte de afgelopen jaren in drie arresten duidelijk dat vrouwen een specifieke sociale groep kunnen vormen. Ook vrouwen die een gedwongen huwelijk weigeren kunnen als zo’n groep worden aangemerkt, als de weigering leidt tot sociale uitsluiting of geweld. Ook maatregelen die hun rechten beperken kunnen daden van vervolging opleveren. Sabaoon Pamir en Sadhia Rafi bespreken de arresten – die in Nederland niet helemaal blijken te worden toegepast. 

Een grondige modernisering graag 
Nu de regering een modernisering van de nationaliteitswet heeft aangekondigd, komt Gerard-René de Groot met een gemotiveerde lijst van 25 wensen. Om een grondige wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap te stimuleren – en de onzalige voorstellen van de vorige regering dieper ‘in de prullenbak’ te duwen. 

Discriminatie vanwege commercieel belang 
Volgens het College voor de Rechten van de Mens maakt een bedrijf geen verboden onderscheid op grond van nationaliteit als het een sollicitant met de Cubaanse nationaliteit afwijst voor functies waarvoor een Amerikaanse exportsanctieregeling geldt. Alexander Laufer en Ashley Terlouw betreuren deze beslissing, waarin ‘commerciële belangen voorgaan op het discriminatieverbod’. 

Nieuwe Vereniging voor Migratierecht 
Op 8 juni 2026 werd in Nieuwegein een aanloop genomen naar de oprichting, dit najaar, van de nieuwe Vereniging voor Migratierecht. Het moet een platform worden waarop rechtspraak, advocatuur en universiteiten van gedachten kunnen wisselen over het migratierecht. Chretienne Peeters en Bram van Melle geven een indruk van de startconferentie. 

En: 
* Barbara Bierhuizen en Chiara Vrije: welke argumenten kunnen worden gebruikt wanneer niet is voldaan aan de tweejarige nareiswachttermijn bij subsidiaire bescherming?; 
* Kees Groenendijk pleit in het redactioneel voor een duurzaam EU-verblijfsrecht voor oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne; 
* en Pieter Boeles zag in dat ‘het recht een kunst is, die berust op het manipuleren van begrippen en taal, om het recht systematisch de goede kant op te praten.’

02-09-2026, ABRvS: het plaatsen van asielzoeker in grensdetentie is niet in strijd met het Asiel- en Migratiepact

07/09/2026

Nieuwsbericht

De minister van Asiel en Migratie mocht een staatloze Palestijnse asielzoeker tijdens de behandeling van zijn asielaanvraag in grensdetentie plaatsen. Zijn asielaanvraag werd behandeld in de asielgrensprocedure, een versnelde procedure van maximaal vijf weken waarbij de asielzoeker geen toegang tot Nederland heeft en in grensdetentie kan worden geplaatst. Nadat hem asiel was verleend, werd de detentie beëindigd. De rechtbank Amsterdam (ve26001338) oordeelde eerder dat de grensdetentie onrechtmatig was. Volgens de rechtbank had de minister moeten motiveren waarom de aanvraag in de grensprocedure werd behandeld en had hij individueel moeten beoordelen of een lichter middel dan detentie mogelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot een ander oordeel. De minister hoeft niet in ieder individueel geval te motiveren waarom een asielaanvraag in de grensprocedure wordt behandeld en de asielzoeker in grensdetentie wordt geplaatst. De verplichting om het grensbewakingsbelang te waarborgen biedt daarvoor voldoende grond. 

EU Update 2026/3: Politieke ontwikkelingen Europees Migratiebeleid

01/09/2026

Nieuwsbericht

n deze derde migratie-update van 2026 geven Daria Primăvăruș, stagiaire bij de Commissie Meijers, Giovanni Días-Infante Posadas en Nora Steller, beiden lid van de Young Meijers Committee, een overzicht van de recente ontwikkelingen op het gebied van migratie en asiel in de EU en de wetgevingsvoorstellen van de EU van mei t/m juli 2026.  
In deze update worden onder andere besproken: de Chişinău Declaration, het Asiel- en Migratiepact, en jurisprudentie van het HvJEU en het EHRM.

JV 2026 aflevering 7

20/07/2026

Nieuwsbericht

In aflevering 7 van de JV zijn 16 uitspraken verschenen met 7 noten. Bij een eerder verschenen Afdelingsuitspraak over artikel 15c Kwalificatierichtlijn verschijnt een noot van de winnares van de annotatiewedstrijd 2026 Karunia Kager. Verder een noot van Aniel Pahladsingh bij een uitspraak van het hof Amsterdam over artikel 197 WSr. Jarik ten Cate schreef een noot bij een uitspraak over CaseMatcher. In een noot bij een mk-uitspraak van rb Amsterdam over de afwijzing van de asielaanvraag van een man met ernstige psychiatrische problematiek verbaast Marq Wijngaarden zich over het gebrek aan common sense van de IND omdat deze niet stil lijkt te staan bij de gevolgen van deze afwijzing. René de Groot schrijft een noot bij een uitspraak over de de vaststelling staatloosheid van een Rohinya-familie en Anouk Vandewall bespreekt een mk-uitspraak van rb Rotterdam. Tot slot een noot van David Kuiper bij de einduitspraak na het arrest Tadmur. 

A&MR 2026 nummer 5-6

07/07/2026

Nieuwsbericht

Het dubbeldikke zomernummer over het Asiel- en migratiepact wordt vandaag gepubliceerd:

Nu het Europese asielrecht overstapt van richtlijnen op verordeningen, onderzoekt Willem Hutten hoe het Pact dwingende Europese verplichtingen combineert met nationale keuzemogelijkheden, en wat de Nederlandse uitvoeringswet ervan maakt. Wat betekent het Pact voor uitvoering en rechtsbescherming? Huub Verbaten kijkt naar de nieuwe grensprocedures, de wankele balans tussen snelheid en zorgvuldigheid en de keuzes van lidstaten. De risico’s schuilen vooral in de politieke wil en de uitvoeringscapaciteit van lidstaten.

Evelien Brouwer onderzoekt wat de nieuwe Screeningsverordening toevoegt aan de bevoegdheden om persoonsgegevens van derdelanders op te slaan. Problematisch blijkt vooral de mogelijkheid om eerdere veroordelingen in een lidstaat op te slaan, ongeacht de zwaarte van het delict.

Door de Asielprocedureverordening en nationale maatregelen verdwijnen in de asielprocedure belangrijke waarborgen en worden termijnen verkort. Marcelle Reneman bespreekt de verschillende fasen en de Nederlandse invulling ervan.

De Asiel- en Migratiebeheerverordening lijkt op de Dublinverordening. Maar uit de analyse van Hemme Battjes blijkt dat er belangrijke veranderingen zijn: de mogelijkheid om opvang te onthouden aan wie zich niet in de verantwoordelijke lidstaat bevindt en de inperking van het beroep tegen overdrachtsbesluiten.

Nu de Opvangrichtlijn weer is herzien, kijkt Lieneke Slingenberg naar de belangrijkste wijzigingen en de implementatie in Nederland. De richtlijn blijkt voor asielzoekers zowel verbeteringen als verslechteringen te bevatten.

Het pact breidt de mogelijkheden voor asielbewaring uit, in en buiten grensprocedures. Eveline Derksen ziet aanvullende waarborgen, maar vooral minder bescherming van het recht op vrijheid.

Barbara Safradin en Rosa Koopmans constateren dat cruciale waarborgen voor kinderen, zoals kindvriendelijke voorzieningen en geïntegreerde kwetsbaarheidsbeoordeling, in Nederland nog onvoldoende zijn uitgewerkt.

Het Pact biedt nieuwe voogdij- en vertegenwoordigingsregelingen voor minderjarigen. Loubna Andich concludeert dat ondanks bindende aanstellingstermijnen, een maximum caseload en formalisering van expertise-eisen, er kritische lacunes blijven bestaan.

Bij een bijeenkomst van internationale experts in Nijmegen bleek dat de EU veel beloofde in de aanloop naar het Pact: o.a. meer mogelijkheden voor legale migratie en solidariteit tussen lidstaten. Terwijl het pact vooral de EU wil beschermen tegen mensen op de vlucht.

De nieuwe hoogleraar Lilian Tsourdi vertelt Trudeke Sillevis Smitt wat soft enforcement kan betekenen bij de implementatie en handhaving van het migratierecht.

De redactie zet de afkortingen, de tijdlijn en implementatieregelgeving op een rij.

En in de column raakt Sander Schuitemaker ‘geëmotioneerd als ik mijn eigen kinderen herken in kinderen die zonder ouders zijn gevlucht.’

EU Update 2026/2: Politieke ontwikkelingen Europees Migratiebeleid

30/06/2026

Nieuwsbericht

In deze tweede migratie-update van 2026 geeft Órlaith Higgins, stagiaire bij de Commissie Meijers, een overzicht van de recente ontwikkelingen op het gebied van migratie en asiel in de EU en de wetgevingsvoorstellen van de EU van februari t/m april 2026. 
In deze update worden onder andere besproken: de terugkeerverordening, de stand van zaken ontwerpgroep van de Raad van Europa voor het concept van een veilig derde land, uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026, het nieuwe Entry/Exit Systeem en jurisprudentie van het HvJEU en het EHRM.

Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2026 aflevering 6

23/06/2026

Nieuwsbericht

In aflevering 6 van JV zijn 4 noten en 15 uitspraken verschenen. Noten van Mark Klaassen bij twee niet-ontvankelijkheidsuitspraken van het EHRM waarin het Hof overweegt dat uit art. 8 EVRM  geen verplichting volgt om in het kader van gezinshereniging gezinsleven aan te nemen tussen ouders en hun jongvolwassen kinderen, behalve als sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die verder gaan dan normale emotionele banden. Mark bespreekt o.a. het onderscheid dat het Hof maakt tussen gevestigde migranten en gezinshereniging en de betekenis van de beslissingen voor het nationale beleid en het afschaffen van het jongvolwassenenbeleid. Corrien Ullersma bij de uitspraak van het HvJEU Gonrieh over de verplichtingen onder art. 13 Gezinsherenigingsrichtlijn om een begunstigde onder de Gri over te brengen naar diens vertegenwoordiging om aldaar aan de formaliteiten voor het visum voor gezinshereniging te kunnen voldoen. Vergelijkbare zaken zijn op 2 juni 2026 bij de Afdeling behandeld. Corrien waagt zich alvast aan een beschouwing van dit arrest. Masja Zweers bij een uitspraak van de Afdeling waarin de Afdeling de “evident onredelijk-toets” toepast op een besluit van DUO over niet-tijdig inburgeren onder de Wet Inburgering 2013 (oud) na het arrest Keren van het HvJEU. De Afdeling oordeelt dat het evident onredelijk is van DUO om vast te houden aan een rechtens onaantastbaar geworden boete- en terugvorderingsbesluit. Bart Toemen bij een Afdelingsuitspraak over de toepassing van WI 2024/6 over de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen. Bart wijst er op dat de Afdeling op een aantal punten de systematiek van WI 2014/10 blijft aanhouden. In de uitspraak komt dat terug in de integrale toetsing en het betrekken van informatie uit het land van herkomst, als het gaat om de waarde van een document. "Hiermee wordt mijns inziens afgeweken van de systematiek van Werkinstructie 2024/6."

HvJEU Ebilum: Bevoegdheid beroepsrechter beroep asiel

11/06/2026

Nieuwsbericht

Het HvJEU heeft op 4 juni in de zaak Ebilum prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Den Haag zp Zwolle van 4 juli 2025, ve25001303. Het Hof legt uit dat art. 46 lid 3 van de Procedurerichtlijn in het licht van art. 47 Handvest grondrechten EU zo gelezen moeten worden dat de rechter in eerste aanleg in asielzaken bij de beoordeling van het beroep rekening moet kunnen houden met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht en lidstaten deze bevoegdheid niet mogen beperken.

HvJEU Safi: Chavez verblijf in lidstaat nationaliteit kind

11/06/2026

Nieuwsbericht

Op 4 juni 2026 heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie EU prejudiciële vragen van de Rechtbank Den Haag zp Roermond uit 2024 beantwoord (JV 2024/83, ve24000501). Het Hof legt uit dat art. 20 VWEU gelezen in het licht van art. 7 en 24 van het Handvest grondrechten EU zo moeten worden gelezen dat een derdelander ouder van een EU-burger kind, die een verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat een verblijfsrecht moet kunnen krijgen van een lidstaat waarvan het kind onderdaan is zijnde de lidstaat waar het altijd heeft verbleven en voortzetting of verplaatsing verblijf van het kind naar de andere lidstaat tegen zijn belangen indruist.