A&MR 2026 nummer 5-6
07/07/2026
Het dubbeldikke zomernummer over het Asiel- en migratiepact wordt vandaag gepubliceerd:
Nu het Europese asielrecht overstapt van richtlijnen op verordeningen, onderzoekt Willem Hutten hoe het Pact dwingende Europese verplichtingen combineert met nationale keuzemogelijkheden, en wat de Nederlandse uitvoeringswet ervan maakt. Wat betekent het Pact voor uitvoering en rechtsbescherming? Huub Verbaten kijkt naar de nieuwe grensprocedures, de wankele balans tussen snelheid en zorgvuldigheid en de keuzes van lidstaten. De risico’s schuilen vooral in de politieke wil en de uitvoeringscapaciteit van lidstaten.
Evelien Brouwer onderzoekt wat de nieuwe Screeningsverordening toevoegt aan de bevoegdheden om persoonsgegevens van derdelanders op te slaan. Problematisch blijkt vooral de mogelijkheid om eerdere veroordelingen in een lidstaat op te slaan, ongeacht de zwaarte van het delict.
Door de Asielprocedureverordening en nationale maatregelen verdwijnen in de asielprocedure belangrijke waarborgen en worden termijnen verkort. Marcelle Reneman bespreekt de verschillende fasen en de Nederlandse invulling ervan.
De Asiel- en Migratiebeheerverordening lijkt op de Dublinverordening. Maar uit de analyse van Hemme Battjes blijkt dat er belangrijke veranderingen zijn: de mogelijkheid om opvang te onthouden aan wie zich niet in de verantwoordelijke lidstaat bevindt en de inperking van het beroep tegen overdrachtsbesluiten.
Nu de Opvangrichtlijn weer is herzien, kijkt Lieneke Slingenberg naar de belangrijkste wijzigingen en de implementatie in Nederland. De richtlijn blijkt voor asielzoekers zowel verbeteringen als verslechteringen te bevatten.
Het pact breidt de mogelijkheden voor asielbewaring uit, in en buiten grensprocedures. Eveline Derksen ziet aanvullende waarborgen, maar vooral minder bescherming van het recht op vrijheid.
Barbara Safradin en Rosa Koopmans constateren dat cruciale waarborgen voor kinderen, zoals kindvriendelijke voorzieningen en geïntegreerde kwetsbaarheidsbeoordeling, in Nederland nog onvoldoende zijn uitgewerkt.
Het Pact biedt nieuwe voogdij- en vertegenwoordigingsregelingen voor minderjarigen. Loubna Andich concludeert dat ondanks bindende aanstellingstermijnen, een maximum caseload en formalisering van expertise-eisen, er kritische lacunes blijven bestaan.
Bij een bijeenkomst van internationale experts in Nijmegen bleek dat de EU veel beloofde in de aanloop naar het Pact: o.a. meer mogelijkheden voor legale migratie en solidariteit tussen lidstaten. Terwijl het pact vooral de EU wil beschermen tegen mensen op de vlucht.
De nieuwe hoogleraar Lilian Tsourdi vertelt Trudeke Sillevis Smitt wat soft enforcement kan betekenen bij de implementatie en handhaving van het migratierecht.
De redactie zet de afkortingen, de tijdlijn en implementatieregelgeving op een rij.
En in de column raakt Sander Schuitemaker ‘geëmotioneerd als ik mijn eigen kinderen herken in kinderen die zonder ouders zijn gevlucht.’