Overslaan en naar de inhoud gaan

Migratieweb - Uw online kennisbank

Migratieweb is de actuele juridische databank met nationale en internationale informatie over migratie. De redactie van Migratieweb wordt verzorgd door Stichting Migratierecht Nederland. Migratieweb is o.a. toegankelijk voor leden van de Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken (WRV). Ook gerechtelijke instanties en universiteiten maken gebruik van Migratieweb.

Nieuws

JV 2026 aflevering 4

29/04/2026

Nieuwsbericht

JV afl. 4 is verschenen met 31 uitspraken en 7 kritische noten over recente ontwikkelingen in het vreemdelingenrecht. Noot Lieneke Slingenberg bij het arrest Sidi Bouzid van het HvJEU over de Opvangrichtlijn en de grenzen aan sancties bij weigering van overplaatsing in de opvang. De noot benadrukt dat lidstaten de opvang niet volledig mogen intrekken, zelfs niet bij herhaaldelijke weigering, en dat het evenredigheidsbeginsel en de bescherming van elementaire levensbehoeften centraal blijven staan. De staat heeft wel andere bevoegdheden Slingenberg bespreekt de relevantie van deze uitspraak onder de nieuwe Opvangrichtlijn 2024/1346 en de consequenties van deze uitspraak voor Nederland. Noot Jorg Werner bij een Afdelingsuitspraak over het Chavez-Vilchez-verblijfsrecht en de invulling van het criterium ‘afhankelijkheidsverhouding’. De noot is kritisch over de wijze waarop de Afdeling dit criterium koppelt aan ‘daadwerkelijke zorgtaken’, waardoor de beoogde verruiming in de praktijk beperkt effect heeft en verder over het summier inschakelen van experts van de Raad voor de Kinderbescherming. Noot Helen Oosterom-Staples bij een Afdelingsuitspraak over de gescheiden procedures van naturalisatie en verblijfsrecht. De noot onderstreept dat autoriteiten in naturalisatiezaken in beginsel mogen uitgaan van eerdere verblijfsrechtelijke besluiten, maar dat zij in bepaalde gevallen toch zelfstandig Unierecht moeten toepassen, tenzij sprake is van formele rechtskracht. Noot Hermie de Voer bij een Afdelingsuitspraak. Als een Nederlandse overheidsinstantie stelt dat je geen Nederlander meer bent, kan diezelfde Nederlandse overheid je dan verwijten dat je je Nederlandse paspoort niet op tijd hebt verlengd waardoor je alsnog je Nederlandse nationaliteit hebt verloren? In navolging van de HR oordeelt de Afdeling dat dit niet mag. Verder betreft dit een positieve Tjebbes zaak en is opvallend dat de bewijsstukken die concreet maken dat aanvrager gebruik zal maken van zijn Unieburgerrechten dateren van voor het verliesmoment van het Nederlanderschap. Noot Aniel Pahladsingh bij een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De noot benadrukt dat het hof afwijkt van de gebruikelijke terughoudende toetsing en zelfstandig het inreisverbod beoordeelt, wat vragen oproept over de verhouding tussen vreemdelingenrecht en strafrecht (crimmigratie) en over de feitelijke onderbouwing van dergelijke beslissingen. Noot Marcelle Reneman bij een uitspraak van VK Haarlem. De noot brengt een jaar na Ararat de jurisprudentie in kaart over de reikwijdte van het arrest. Reneman gaat in op de omvang van de onderzoeksplicht van de IND in het kader van het refoulementverbod en de consequenties voor het terugkeerbesluit wanneer niet of onvoldoende zorgvuldig aan het refoulementverbod is getoetst of is gebleken dat er een risico is op refoulement is bij terugkeer naar het land dat in het terugkeerbesluit is vermeld. Noot Anouk Vandewall en Wouter van Hilten bij een uitspraak van de VK Roermond over schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidshandelen. Centraal staat dat een vreemdeling ten onrechte geen verblijfsrecht kreeg toegekend, waardoor zij langer in detentie verbleef. De noot analyseert uitgebreid de toepassing van het civielrechtelijke schadevergoedingskader in het vreemdelingenrecht en laat zien hoe Unierechtelijke verblijfsrechten (Chavez-Vilchez) doorwerken in strafrechtelijke detentie en schadeclaims. 

A&MR 2026 nummer 3

08/04/2026

Nieuwsbericht

In het derde nummer van dit jaar, dat vandaag digitaal wordt gepubliceerd: 

Gebrekkig verblijfsrecht voor slachtoffers huiselijk geweld 
Een partnermigrant kan bij huiselijk geweld in aanmerking komen voor een zelfstandige verblijfsvergunning, maar rechters leggen de nadruk op fysiek geweld en erkennen slechts zelden psychisch misbruik als grond voor die verblijfsvergunning. Nederland wijkt daarmee af van internationale verdrag ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Bovendien stelt het Nederlandse beleid ten onrechte strenge eisen aan vrouwen die nog niet officieel gescheiden zijn, of die door hun referent in de steek zijn gelaten. Dit concludeert Maxime Schoots uit haar analyse van het juridische, deels Europeesrechtelijke, kader en het beleid. 

Rechter moet actief toetsen aan het EU-recht 
Het Hof van Justitie maakt herhaaldelijk duidelijk dat de vreemdelingenrechter de rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring en terugkeerprocedures zelf actief moet toetsen. De Nederlandse rechter is daarentegen nogal passief. Volgens Esther Diederen zit het probleem niet in het ontbreken van bevoegdheden voor de rechter maar in de terughoudende interpretatie van de Nederlandse wetgeving op dit punt. 

Toegang voor studenten en onderzoekers van buiten de EU 
De Europese Studie- en onderzoekersrichtlijn stelt voorwaarden voor het verblijf van onder meer studenten en onderzoekers van buiten de EU die hier langer dan drie maanden willen verblijven. Nu de richtlijn tien jaar bestaat bespreken Sofia Helbing en Muhyadin Mohamud de ‘juridische jungle’ waar internationale studenten zich in de praktijk doorheen moeten worstelen om een vergunning te krijgen om hier te verblijven. Zo kan er bij de minister bezwaar worden aangetekend, als de onderwijsinstelling heeft besloten dat de studievoortgang onvoldoende is. Maar daarbij hoeft de minister, anders dan in andere bezwaarschriftenprocedures, geen rekening te houden met omstandigheden die zich na het besluit van de onderwijsinstelling hebben voorgedaan. 

Kroniek toelatingsgronden asiel 
In de halfjaarlijkse Kroniek toelatingsgronden asiel schenkt Sadhia Rafi onder meer aandacht aan rechtspraak ten aanzien van Afghaanse vrouwen, en aan wat er moet gebeuren als iemand kort vóór het indienen van het asielverzoek bijstand kreeg van de VN-organisatie voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)-bijstand. 

En
* Shane van Galen beantwoordt de vraag of een Dublin-overdrachtstermijn die door de overgangsperiode van Dublinverordening naar de nieuwe Asielpactverordening heenloopt, kan worden verlengd tot 36 maanden; 
* het overzicht van arresten en lopende zaken van het Hof van Justitie van de Europese Unie van het Nijmeegse Centrum voor Migratierecht; 
* Ilse van Kuilenburg vertelt in de column dat ze blij is dat ze na haar overstap van de IND naar de advocatuur niet meer mensen feitelijk naar de straat hoeft te verwijzen; 
* Stijn Smulders gaat in het redactioneel in op het wetsvoorstel ter uitvoering en implementatie van het Asiel- en migratiepact, dat voor sommige migranten de niet geringe bestaande wachttijden nog eens verlengt: “Het is wachten op antwoord van de rechtspraak. Nog even geduld a.u.b.!”.

Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2026 aflevering 3

31/03/2026

Nieuwsbericht

JV afl. 3 is verschenen met 18 uitspraken en 7 noten. Noot Mariana Gkliati en Laura Salzano, bij de arresten van de Grote kamer van het HvJEU, Hamoudi en W.S. e.a. tegen Frontex over nieuwe inzichten voor grondrechten en de beoordeling van bewijsmateriaal bij pushbacks. Noot Rens Koenraad bij twee uitspraken van de Afdeling waaruit blijkt dat sinds enkele maanden de Afdeling ogenschijnlijk kritischer dan voorheen onderzoekt of de IND voldoet aan diens verplichting om daadwerkelijk te controleren of deskundigenadviezen aan bestreden besluiten ten grondslag mogen worden gelegd. Noot Elles Besselsen en Danielle Snaathorst bij een Afdelingsuitspraak over kinderen geboren uit een bigaam huwelijk en welke gevolgen de gekozen civielrechtelijke oplossing in bepaalde omstandigheden heeft voor kinderen van wie de afstamming van hun van Nederlandse vader wordt erkend en of het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel van toepassing moet of kunnen zijn op de verkrijging van het Nederlanderschap. Noot Bahia Aarrass bij een uitspraak van de rechtbank Den Haag zp Amsterdam waarin de rechtbank opnieuw expliciet contrair aan de Afdeling oordeelt dat de rechter het bestaan van bijkomende elementen van afhankelijkheid vol moet toetsen. Noot Mirjam den Besten bij rechtbank Den Haag over of de eis in art 6, lid 1, sub i RWN, dat de moeder de Nederlandse nationaliteit had op de dag van de geboorte van het kind, in strijd is met art 9 lid 2 VN-Vrouwenverdrag. Noot Helen Oosterom-Staples bij een uitspraak van VK Groningen over de vraag of verblijf op grond van de Tijdelijke beschermingsrichtlijn recht geeft op een verblijfsrecht ex art .6 lid 1. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije. Noot Evelien Brouwer bij VK Rotterdam of de Minister bij het besluit inzake de opheffing van een SIS signalering niet aan het Unierechtelijke  evenredigheidsbeginsel had moeten toetsen. 

Verlengen beslistermijn in asielzaken met 9 maanden niet mogelijk

25/03/2026

Nieuwsbericht

De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State heeft op 25 maart 2026 einduitspraak gedaan in de zaak Zimir. Na antwoorden van het HvJEU in die zaak oordeelt de Afdeling dat de minister van Asiel en Migratie de standaardtermijn van zes maanden voor het nemen van een besluit op een asielverzoek niet met negen maanden mag verlengen. WBV 2022/22 wordt onverbindend verklaart. Dit betekent dat alle zaken die vallen onder het toepassingsbereik van WBV 2022/22 niet met negen maanden mogen worden verlengd. Voor al deze asielverzoeken geldt dus de beslistermijn van zes maanden uit art 42 lid 1 Vw 2000.

HvJEU: rechter in laatste instantie is verplicht te motiveren indien geen prejudiciële vraag wordt gesteld

24/03/2026

Nieuwsbericht

In de zaak Remling moest het Hof zich erover uitspreken of het Unierecht verenigbaar is met de mogelijkheid die het Nederlandse recht aan een hoogste rechterlijke instantie biedt om een hoger beroep af te wijzen met een verkorte motivering. De Nederlandse wettelijke regeling dient ertoe met het oog op een goede rechtsbedeling de duur van gerechtelijke procedures te verkorten en deze rechterlijke instantie in staat te stellen meer tijd te besteden aan belangrijke zaken. Het Hof wijst op de fundamentele rol van de prejudiciële procedure in het algemeen en van de verwijzingsplicht in het bijzonder voor het gerechtelijke stelsel van de Unie, en herinnert er vervolgens aan dat een hoogste rechterlijke instantie slechts in drie gevallen kan worden vrijgesteld van de verplichting om een prejudiciële vraag te stellen: als de aan de orde gestelde vraag van Unierecht niet relevant is, als de betrokken bepaling van Unierecht al door het Hof is uitgelegd of als die uitlegging zo voor de hand ligt dat daarover redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan. Indien een hoogste rechterlijke instantie meent dat een van de drie uitzonderingen zich voordoet, moet zij haar weigering om zich tot het Hof te wenden in alle gevallen motiveren door specifiek en concreet uiteen te zetten waarom er volgens haar geen aanleiding is om prejudiciële vragen aan het Hof te stellen. Die rechterlijke instantie kan daarvoor de motivering van de lagere rechter in het betrokken geding overnemen, mits die heeft uitgelegd waarom de zaak onder een van de drie bovengenoemde uitzonderingsgevallen valt.

EU Update 2026/1: Politieke ontwikkelingen Europees Migratiebeleid

09/03/2026

Nieuwsbericht

In deze eerste migratie-update van 2026 geeft Órlaith Higgins, stagiaire bij de Commissie Meijers, een overzicht van de recente ontwikkelingen op het gebied van migratie en asiel in de EU en de wetgevingsvoorstellen van de EU van november 2025 t/m februari 2026. 
In deze update worden onder andere besproken: het eerste jaarlijkse migratie- en asielrapport; de voorlopige overeenkomst over de herziening van het concept veilig derde land; de overeenkomst over het voorstel voor de Terugkeerverordening; en jurisprudentie van het HvJEU en het EHRM.

JV 2026 aflevering 2

03/03/2026

Nieuwsbericht

JV 2026 afl. 2 met 27 uitspraken en 2 noten is verschenen met noten van: David Kuiper bij een Afdelingsuitspraak over de toepassing van art. 9 lid 2 Awir in samenhang met art. 8 Vw 2000 (koppelingsbeginsel) in een situatie waarin de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening langdurig niet behandelt en de IND de vreemdeling feitelijk in Nederland laat blijven zonder dat formeel rechtmatig verblijf ontstaat, zodat de aanspraak op een tegemoetkoming niet vervalt. Lynn Hillary bij een uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag over de betekenis van een in Griekenland verleende vluchtelingenstatus voor een in Nederland ingediend asielverzoek in het licht van het HvJEU-arrest QY, waarbij de minister het Griekse asieldossier tijdig moet opvragen en kenbaar rekening moet houden met de Griekse statusverlening, en waarin tevens is geoordeeld dat (zolang die Griekse status niet is ingetrokken) geen terugkeerbesluit kan worden opgelegd en art. 45 Vw daarvoor buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het Unierecht

A&MR 2026 nummer 2

24/02/2026

Nieuwsbericht

In het tweede nummer van dit jaar, dat alleen digitaal wordt gepubliceerd en vandaag verschijnt: 
Verlenging naturalisatietermijn werkt averechts 
De zojuist vertrokken regering wilde de termijn voor naturalisatie verlengen van vijf tot tien jaar. Ook bij andere onderdelen van de naturalisatiewetgeving zouden extra drempels worden opgeworpen. Maarten Vink en René de Groot analyseerden de voorstellen en maken duidelijk dat op deze manier het paard achter de wagen wordt gespannen: het is ‘geheel onduidelijk welk maatschappelijk probleem wordt aangepakt en het zal een averechts effect hebben op de integratie van langdurig in Nederland verblijvende immigranten.’ 

Van ‘vrijwillig vertrek, tenzij’ naar ‘gedwongen vertrek, tenzij’ 
Met het voorstel voor de Terugkeerverordening wil de Europese Commissie het aantal uitzettingen vergroten. Vandaar extra sancties op de meewerkplicht, wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten en verruiming van mogelijke ‘landen van terugkeer’. Anna Chatelion Counet bespreekt de belangrijkste controversiële bepalingen, de nadruk op het non-refoulementbeginsel en de onduidelijkheid over wat er moet gebeuren als terugkeer in strijd blijkt met dat beginsel. 

Voorlopig geen inburgeringsboetes meer 
Omdat het boetestelsel van de Wet inburgering 2021 in strijd is met een Europese richtlijn, kan de DUO of de gemeente geen boete meer opleggen aan asielstatushouders. Dit concludeert Guido le Noble na analyse van de uitspraak van de Raad van State van 9 juli 2025. Als de overheid die boetes toch wil opleggen, moet er een nieuwe wet komen. Volgens Le Noble kunnen ook geen boetes worden opgelegd aan gezinsmigranten. 

Betere ‘zoekjaarvergunning’ 
Hoe kan meer internationaal talent in techniek en ICT worden aangetrokken voor een innovatieve en duurzame kenniseconomie? Sandra Kluivers en Sierk IJsselstein Mulder schrijven over het onderzoek naar het Nederlandse toelatings- en retentiebeleid voor internationaal hoogopgeleiden. Onder andere door parallelle diplomawaardering, verlenging van het zoekjaar en het loslaten van ranglijsten van universiteiten zouden meer internationale alumni in Nederland werk kunnen zoeken of een onderneming starten. 

‘Ik ben geen crimineel!‘ 
Een inreisverbod betekent uitsluiting van toegang tot en verblijf in het Schengengebied, met gevolgen voor werk, privé- en gezinsleven en eventuele belangen van het kind. Tess Sanders doet verslag van het symposium Inreisverbod op 3 december jl. 

En 
* Gerd Westendorp en Liselotte Wihrheim beantwoorden de vraag op welke gronden een EU-verblijfsdocument aan een derdelander-ouder van een Nederlands minderjarig kind kan worden geweigerd; 
* het redactioneel combineert het wankele Asielpact, de ruk naar rechts en het migratie als wapen; 
* Tesseltje de Lange vertelt over haar overstap van migratierechtadvocaat naar hoogleraar migratierecht: ze wilde ‘onderzoek doen naar achterliggende structuren van wet- en regelgeving, maar ook: me niet beperken tot een toevallige individuele zaak.’

Oproep tot bijdragen - A&MR themanummer Asiel- en Migratiepact

20/02/2026

Nieuwsbericht

Het EU Asiel- en Migratiepact gaat de praktijk van het migratierecht ingrijpend veranderen.
Voor ons jaarlijkse themanummer zoeken wij auteurs die hun kennis, analyse of praktijkervaring willen delen. We verwelkomen graag bijdragen over de gevolgen van het pact voor beleid, uitvoering en rechtsbescherming.

Denk aan onderwerpen als:

  • de impact van het pact op de nationale praktijk
  • rechtsstatelijke en mensenrechtelijke vragen
  • uitvoeringsvraagstukken voor advocatuur en overheid
  • (on)zekerheid voor asielzoekers en migranten

Deadline: bijdragen kunnen worden ingediend tot en met de week van 20 april.

Heb je interesse of wil je eerst overleggen over een idee? Neem gerust contact met ons op via tsanders@stichtingmigratierecht.nl

Afdeling: Staatssecretaris had terug moeten komen van boete en terugvordering lening bij niet voldoen van inburgeringsplicht

19/02/2026

Nieuwsbericht

Het besluit van de staatssecretaris van Participatie en Integratie om niet terug te komen van zijn eerdere besluit om een boete op te leggen en een lening terug te vorderen omdat een statushouder niet heeft voldaan aan zijn inburgeringsplicht, is “evident onredelijk”. De Afdeling heeft bij haar oordeel betrokken dat het eerdere boetebesluit en het besluit de lening terug te vorderen “onmiskenbaar onjuist” zijn. Dat vindt zijn oorsprong in het Hof-arrest Keren februari 2025 en de daaropvolgende Afdelingsuitspraak van juli 2025. Daarin werd geoordeeld dat een inburgeringsverplichting in beginsel verenigbaar is met de Kwalificatierichtlijn, maar dat het niet op tijd met succes afleggen van het inburgeringsexamen niet stelselmatig mag worden bestraft met een boete. Omdat de verplichte integratiemaatregelen voor statushouders in beginsel kosteloos moeten zijn, is ook de terugbetalingsverplichting van de overheidslening in strijd met de Kwalificatierichtlijn. Omdat het boetebesluit onmiskenbaar onjuist is, is het evident onredelijk dat de staatssecretaris niet terugkomt van dit besluit.