Overslaan en naar de inhoud gaan

ve12000387 23-08-2011, ACVZ advies inzake conceptwijziging Vb 2000 (aanscherping glijdende schaal)

Datum
23-08-2011
Auteur
ACVZ
Vindplaats
ACVZ/ADV/2011/022
Redacteur
Wim Verberk
Trefwoorden
Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACVZ)
Openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid
Verblijfsvergunning, intrekking
Omschrijving

De ACVZ voldoet aan het verzoek van de MvI&A d.d. 27 juni 2011 om te adviseren over de conceptwijziging van het Vb 2000 (aanscherping glijdende schaal). Voorafgaand aan de opmerkingen ten aanzien van de specifieke wijzigingsvoorstellen maakt de ACVZ een aantal algemene opmerkingen over de proportionaliteit, de noodzakelijkheid en de legitimiteit van de voorstellen. In de paragraaf over legitimiteit wordt ingegaan op het EVRM en de relevante Richtlijnen. Zie Aanvullende opmerkingen voor de conclusies van de aan de ACVZ.
--- De MvI&A informeerde de TK bij brief van 6 februari 2012 (ve12000413) over de voorgenomen aanscherpingen in art. 3.86 Vb 2000 nadat de Afdeling Advisering van de RvS over het daar voorgelegde ontwerpbesluit had geadviseerd.

Aanvullende opmerkingen
Aanvullende opmerking

De aan de ACVZ komt tot de volgende conclusies:
- de verschillen tussen eigen burgers, EU-burgers en derdelanders worden vergroot in plaats van ze te verkleinen, wat de proportionaliteit niet ten goede lijkt te komen;
- de rechtspositie van houders van de EU-status van langdurig ingezetene die deze status niet in andere lidstaten maar in Nederland hebben gekregen is niet onderkend;
- de toetsingscriteria van de artt. 5, 6 en 17 Gezinsherenigingsrichtlijn zijn niet volledig geïmplementeerd;
- de toetsing aan art. 8 EVRM is ten onrechte beperkt tot houders van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging;
- de toetsing aan art. 3 IVRK is ten onrechte beperkt tot gezinsleden van EU-burgers;
- in de overweging bij de beslissing om al dan niet tot verblijfsbeëindiging over te kunnen gaan, moeten, zeker in Europees verband, meer factoren worden betrokken dan de voorgestelde glijdende schaal
en het beleid voorschrijven. Het voorstel gaat immers slechts uit van een verband tussen de verblijfsduur en de opgelegde gevangenisstraf;
- laat de glijdende schaal buiten toepassing voor vreemdelingen op wie de Gezinsherenigingsrichtlijn dan wel de Richtlijn langdurig ingezetenen van toepassing is en zoek aansluiting bij de openbare orde-regeling voor gemeenschapsonderdanen (art. 8.8 en 8.18 Vb 2000);
- de minister kan niet langer volstaan met een algemene standaardoverweging dat met alle belangen rekening is gehouden. In elke individuele beslissing zal concreet moeten worden aangegeven op welke manier rekening is gehouden met de uit de Europese verplichtingen voortvloeiende belangen.