Overslaan en naar de inhoud gaan

ve13000399 26-02-2013, Advies ACVZ inzake Regeling langdurig verblijvende kinderen

Datum
26-02-2013
Auteur
ACVZ
Vindplaats
ACVZ/ADV/2013/005
Redacteur
Sander Schuitemaker
Trefwoorden
AMV (AMA)
Buitenschuld(beleid)
Discriminatie
Gezinsleven, inmenging
Kinderen, langdurig verblijvende -
Omschrijving

Advies van de ACVZ over de regeling langdurig verblijvende kinderen, neergelegd in WBV 2013/1 (‘Kinderpardon’, ve13000188), houdende wijziging van de Vc 2000. Het betreft een definitieve regeling die t.z.t. wordt opgenomen in het Vb 2000 en een overgangsregeling.
In dit advies wordt o.a. ingegaan op: het tegenwerpen van contra-indicaties aan hoofdpersoon en gezinsleden; identiteitsherstel; de consequenties van het EHRM-arrest Hode en Abdi (ve12002227);  het meewerken aan vertrek; relatie tot buitenschuldbeleid; onttrekking aan het toezicht van ex-amv’s. (Uitvoeriger bij ‘aanvullende opmerkingen’).

Aanvullende opmerkingen
Aanvullende opmerking

- Tegenwerpen van contra-indicaties
De ACVZ is van mening dat beoordeling van de vraag of de vreemdeling ondanks contra-indicaties in aanmerking komt voor verblijf juist i.h.k.v. de toetsing aan art. 8 EVRM dient plaats te vinden. Het is oneigenlijk om de hoofdpersoon en overige gezinsleden uit te sluiten van verblijf op grond van deze regelingen, enkel om te voorkomen vreemdeling, ten aanzien waarvan sprake is van een contra-indicatie, o.g.v. art. 8 EVRM alsnog voor verblijf in aanmerking kan komen.
- Identiteitsherstel
Geadviseerd wordt alsnog te motiveren waarom in de definitieve regeling geen mogelijkheid tot identiteitsherstel wordt geboden.
- Arrest Hode en Abdi
De ACVZ acht het niet ondenkbaar dat het EHRM analoog met het arrest Hode en Abdi zal oordelen dat de regeling discrimInerend onderscheid maakt en derhalve een verboden inmenging in het privé- en gezinsleven oplevert nu een onderscheid wordt gemaakt tussen onderling vergelijkbare groepen van kinderen die zich alleen van elkaar onderscheiden doordat een deel asiel heeft gevraagd en een ander deel niet. De ACVZ beveelt daarom aan in de toelichting bij de regeling te motiveren welk legitiem doel met een dergelijk onderscheid wordt gediend, en hoe het onderscheid wordt gerechtvaardigd.
- Meewerken aan vertrek relatie tot buitenschuldbeleid
De ACVZ constateert dat de voorwaarden voor het meewerken aan vertrek in de definitieve regeling minder restrictief zijn gesteld dan die in het buitenschuldbeleid. I.h.k.v. de definitieve regeling wordt niet als voorwaarde gesteld dat de vreemdeling, die zich heeft gewend tot de vertegenwoordiging van de eigen autoriteiten of die van een ander land waartoe toegang kan worden verkregen, tevens heeft getracht op andere wijze in het bezit te komen van documenten om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. De ACVZ beveelt aan dat DT&V in een ambtsinstructie wordt gewezen op dit verschil. Voorts stelt de ACVZ voor de voorwaarde te verduidelijken.
- Ex AMV's
De ACVZ vindt het wenselijk dat aangenomen wordt dat de ex-AMV zich niet heeft onttrokken aan het toezicht als hem geen meldplicht is opgelegd en hij zijn hoofdverblijf niet heeft verplaatst (zie ook antwoord SvV&J op Kamervragen D66; ve13000401).