Overslaan en naar de inhoud gaan

ve16001445 20-07-2016, ABRvS, 201603036/3/V2 - Conclusie A-G [ECLI:NL:RVS:2016:2040]

Datum uitspraak
20-07-2016
Instantie
ECLI
ECLI:NL:RVS:2016:2040
Zaaknummer
201603036/3/V2
Redacteur
Tisanja Abali
Kernbegrippen

Asielaanvraag / Albanië / Homoseksualiteit / Nationale lijst met veilige landen / Begrip 'veilig land' / Bewijslast

Inhoud

Conclusie inzake het hoger beroep van de vreemdelingen tegen VK s-Hertogenbosch (mk) 19 april 2016 (ve16000786)
De vreemdelingen hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij een homoseksuele relatie met elkaar hebben en dat de vader van vreemdeling 1, omdat hij het vermoeden kreeg van het bestaan van die relatie, haar mishandelde en haar dwong te trouwen met een man. Toen vreemdeling 1 dat weigerde, bedreigde haar vader haar met de dood. Ook vreemdeling 2 werd met de dood bedreigd. Uit angst te worden gedood en te worden uitgehuwelijkt, zijn de vreemdelingen uit Albanië vertrokken.
De SvV&J heeft de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond omdat de vreemdelingen afkomstig zijn uit een land dat hij heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. De Rb heeft geoordeeld dat de SvV&J bij de plaatsing van Albanie op de lijst geen voorbehoud hoefde te maken voor LHBT.
De voorzitter van de ABRvS heeft staatsraad A-G Widdershoven gevraagd te onderzoeken of de SvV&J bij de afwijzing van een asielaanvraag kan verwijzen naar een nationale lijst waarop veilige landen van herkomst staan of dat hij nader moet motiveren waarom een land als veilig kan worden beschouwd en de vreemdeling daarom niet in aanmerking komt voor een asielvergunning. Dit alles tegen de achtergrond van het Vluchtelingenverdrag, het EVRM en het Unierecht. Verder is hem gevraagd of een land ook als veilig kan worden beschouwd als dat land niet overal, voor iedereen, veilig is en wat de criteria daarvoor zijn.
Een land is volgens A-G in algemene zin geen veilig land als "vooraf duidelijk identificeerbare (minderheids)groepen van een zekere omvang", zoals LHBTI of vrouwen, systematisch gevaar op vervolging of een onmenselijke behandeling lopen. Ditzelfde geldt als de veiligheidssituatie in een land niet stabiel is of als een groot deel van het land onveilig is. Wel kan een land als veilig land worden aangemerkt als daarbij een uitzondering wordt gemaakt voor die (minderheids)groepen. Ook kan een geografische beperking worden aangebracht voor een onveilig deel van een land. Voorwaarde is dan wel dat een duidelijke scheidslijn bestaat tussen het veilige en het niet-veilige deel, waarbij bovendien het niet-veilige deel relatief klein is.
De SvV&J zal volgens de A-G zorgvuldig en gedegen moeten onderzoeken of een land in het algemeen als veilig kan worden aangemerkt. Als een land eenmaal op de nationale lijst van veilige landen staat, mag de SvV&J ervan uitgaan dat het land in algemene zin veilig is voor de vreemdeling. Het is vervolgens aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het land in zijn specifieke geval toch niet veilig is.
Nieuwbericht website RvS
--- Zie aanvulling voor de samenvatting uit de VWN UPdate.

Aanvullende opmerkingen
Aanvullende opmerking

Bron VWN Update 2016, nr. 29, 20 juli 2016
Staatsraad advocaat-generaal R.J.G.M. Widdershoven heeft geconcludeerd inzake het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag van 19 april 2016, Awb 15/20475 en 15/20477

'Veilig land'
* Ten aanzien van het begrip 'veilig land' concludeert de staatsraad als volgt:
“Een land kan niet 'algemeen gezien' als veilig land worden aangemerkt als voor vooraf duidelijk identificeerbare (minderheids)groepen van een zekere omvang, zoals LHBTI of vrouwen, systematisch gevaar op vervolging of een onmenselijke behandeling bestaat. Een land kan evenmin als veilig land worden aangemerkt als de veiligheidssituatie fluïde is of als delen van dat land onveilig zijn, tenzij het onveilige deel een bijzonder klein deel van dat land betreft.
* De staatssecretaris kan een land aanmerken als veilig land met uitzondering van vooraf duidelijk identificeerbare (minderheids)groepen, zoals LHBTI of vrouwen.
* De staatssecretaris kan een land aanmerken als veilig land, met een geografische beperking voor een onveilig deel van dat land, maar alleen als een duidelijke scheidslijn kan worden aangebracht tussen het veilige en het niet-veilige deel.”

Bewijslastverdeling
* Ten aanzien van de bewijslastverdeling wordt het volgende geconcludeerd:
“Bij de beantwoording van de vraag of een asielaanvraag kan worden afgewezen, omdat dat land voor de vreemdeling als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt, geldt een tussen de staatssecretaris en de vreemdeling gedeelde bewijslast. De staatssecretaris moet bij de aanmerking onderzoeken of het land in het algemeen als veilig kan worden aangemerkt (algemene bewijslast). De vreemdeling moet vervolgens aannemelijk maken dat het land in zijn specifieke omstandigheden niet als veilig kan worden aangemerkt (specifieke bewijslast).
* De algemene bewijslast voor de aanmerking van een land als veilig land van herkomst ligt volledig bij de staatsecretaris. De aanmerking moet worden gebaseerd op een zorgvuldig en gedegen onderzoek, waarbij hij in elk geval gebruik moet maken van de bronnen die de Procedurerichtlijn en het nationale recht voorschrijven, en moet kenbaar en deugdelijk worden gemotiveerd.
Is de aanmerking in werking getreden, dan kan de staatssecretaris, zolang zij niet onverbindend is verklaard, wat betreft de algemene bewijslast, naar die aanmerking verwijzen. Als hem dat geraden lijkt, kan hij ook een nadere toelichting geven, mits de vreemdeling zich hiertegen effectief kan verdedigen. Ter nadere toelichting kan de staatssecretaris verwijzen naar een gemeenschappelijke EU-lijst in een definitief verordeningsvoorstel van de Europese Commissie en het daarbij verrichte onderzoek en aldus de door de Europese Commissie gemaakte afweging, de motivering en het daartoe verrichte onderzoek tot de zijne maken. Het feit dat de Europese Commissie een land heeft aangemerkt als veilig, betekent echter niet dat die aanmerking daarom zou voldoen aan de eisen die de Procedurerichtlijn daaraan stelt en legt geen bijzonder gewicht in de schaal.
* Heeft de staatssecretaris aan zijn algemene bewijslast voor de aanmerking van een land als veilig land van herkomst voldaan, dan geldt de presumptie dat het land in algemene zin veilig is. Vervolgens is het aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het land in zijn specifieke omstandigheden niet als veilig kan worden aangemerkt (specifieke bewijslast). Vanwege die presumptie is deze bewijslast in de praktijk een zware.”
De uitspraak van de Afdeling in onderhavige zaak zal te zijner tijd in de UPdate worden besproken.