Overslaan en naar de inhoud gaan

ve09000883 19-03-2009, Met redenen omkleed advies EC aan Nederland over legesheffing en Ri 2003/109 Langdurig ingezetenen

Datum uitspraak
19-03-2009
Zaaknummer
Inbreuk nr. 2006/4995
Redacteur
Wim Verberk
Trefwoorden
Leges
Richtlijn 2003/109 Langdurig ingezetenen
Kernbegrippen

Leges / Richtlijn 2003/109 langdurig ingezeten / Hoge en onbillijke leges / Inbreukprocedure

Inhoud

Onderdanen van derde landen die de status van langdurig ingezetene aanvragen, moeten in Nederland 201 euro aan leges betalen. Bovendien moeten onderdanen van derde landen die de status van langdurig ingezetene hebben verworven in een van de andere lidstaten en die op grond van art. 14 Richtlijn 2003/109 verblijfsrecht aanvragen in Nederland, 331 of 433 euro betalen (afhankelijk van het doel van hun verblijf). Ten slotte houden de Nederlandse bepalingen in dat gezinsleden die de eerder genoemde groep onderdanen van derde landen vergezellen tijdens hun verblijf in Nederland, 830 euro leges moeten betalen. Na klachten van verschillende personen heeft de Commissie Nederland bij brief van 30 november 2007 (extra bestand) ingelicht over haar interpretatie van de Nederlandse wetgeving en de autoriteiten om opheldering gevraagd. Nederland heeft zijn standpunt duidelijk gemaakt in zijn brief aan de Commissie van 7 februari 2008 (extra bestand).
De Commissie kan een bedrag van tussen 201 en 830 euro voor de verwerking van een aanvraag voor de status van langdurig ingezetene, in vergelijking met de 30 euro die door EU-burgers moet worden betaald voor een verblijfskaart, moeilijk als een “billijke” procedure beschouwen. De Commissie is van mening dat dergelijke hoge leges, ongeacht de vraag of zij een terechte vergoeding voor gemaakte kosten vormen, heel gemakkelijk een “middel om de uitoefening van het recht van verblijf door de rechthebbenden te belemmeren” kunnen zijn, zoals bedoeld in overweging 10 van de richtlijn. Dit wordt ook gestaafd door het feit dat de Commissie klachten ontvangt van burgers.
Om deze redenen brengt de Commissie het met redenen omkleed advies uit:
Nederland vraagt hoge en onbillijke leges van onderdanen van derde landen en hun gezinsleden die de status van langdurig ingezetene aanvragen, en heeft daardoor niet voldaan aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2003/109, in het bijzonder uit de artt 7, 8, 15 en 16 daarvan, gelezen in het licht van de overwegingen 2 en 10. Krachtens art. 226, eerste alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verzoekt de Commissie Nederland de nodige maatregelen te nemen om dit met redenen omklede advies binnen twee maanden na de ontvangst ervan op te volgen.
--- Op 25 mei 2009 (ve09000884) liet de Nederlandse regering de Commissie weten op dit moment geen aanleiding te zien om haar beleid terzake van legesheffing van langdurig verblijvende onderdanen van derde landen aan te passen. 
--- Op 28 januari 2010 (extra bestand) besliste de Commissie de inbreuk procedure ex art 258 VWEU (ve08000709) (oud art. 226 VEG) aanhangig te maken bij het HvJEU. Het beroep werd op 25 oktober 2010 ingediend (C-508/10, ve11000347).

Extra bestanden
Aanvullende opmerkingen
Aanvullende opmerking

Infringements of EU law

Each Member State is responsible for the implementation of Community law (adoption of implementing measures before a specified deadline, conformity and correct application) within its own legal system. Under the Treaties (Article 226 of the EC Treaty; Article 141 of the Euratom Treaty), the Commission of the European Communities is responsible for ensuring that Community law is correctly applied. Consequently, where a Member State fails to comply with Community law, the Commission has powers of its own (action for non-compliance) to try to bring the infringement to an end and, where necessary, may refer the case to the European Court of Justice.

The Commission takes whatever action it deems appropriate in response to either a complaint or indications of infringements which it detects itself. Non-compliance means failure by a Member State to fulfil its obligations under Community law. It may consist either of action or omission. The term State is taken to mean the Member State which infringes Community law, irrespective of the authority - central, regional or local - to which the compliance is attributable.

Under the non compliance procedure started by the Commission, the first phase is the pre litigation administrative phase also called “Infringement proceedings” The purpose of this pre-litigation stage is to enable the Member State to conform voluntarily with the requirements of the Treaty, There are several formal stages in the infringement procedure. The Commission may first have to carry out some investigation, namely when infringement procedures are launched further to a complaint.

The letter of formal notice represents the first stage in the pre-litigation procedure, during which the Commission requests a Member State to submit its observations on an identified problem regarding the application of Community law within a given time limit.

The purpose of the reasoned opinion is to set out the Commission’s position on the infringement and to determine the subject matter of any action, requesting the Member State to comply within a given time limit. The reasoned opinion must give a coherent and detailed statement, based on the letter of formal notice, of the reasons that have led it to conclude that the Member State concerned has failed to fulfil one or more of its obligations under the Treaties or secondary legislation. Referral by the Commission to the Court of Justice opens the litigation procedure.

In this respect, the Commission must point out that, in accordance with the established case-law of the Court of Justice, it enjoys a discretionary power in deciding whether or not to commence infringement proceedings and to refer a case to the Court. The Court has also acknowledged the Commission's power to decide at its own discretion when to commence an action.

Bron: Website Europese Commissie