Overslaan en naar de inhoud gaan

ve19002397 01-08-2019, VK Rb Den Haag zp Rotterdam, NL19.15980, NL 19.15982

Datum uitspraak
01-08-2019
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zaaknummer
NL19.15980, NL 19.15982
Redacteur
Esther Wolthuis
Trefwoorden
Verordening 604/2013 Dublinverordening (herschikking)
Bulgarije
AMV (AMA)
Belang van het kind / IVRK / CRC
Medische omstandigheden
Kinderen
Kernbegrippen

Dublin Bulgarije / Art. 8 Dv / Mogelijk toekomstige asielaanvraag is niet wettig verblijf / Motiveringsgebrek belang van het kind

Inhoud

De asielaanvraag is niet-ontvankelijk gelet op het terugnameverzoek van A en overnameverzoek van zijn broertje B (AMV) door Bulgarije geaccepteerd o.g.v. art. 8 Dv.
1. A houdt zich thans wettig op in Nederland. In een dergelijk geval is geen sprake van een situatie als bedoeld in het eerste lid van art. 8 Dv. De rb volgt het standpunt van verweerder niet dat A zich wettig in Bulgarije kan gaan ophouden omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor zijn verzoek om internationale bescherming en dat Bulgarije daarom op grond van art. 8, eerste lid Dv verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van B. Deze bepaling heeft geen betrekking op de situatie dat (pas na de door verweerder voorziene overdracht aan Bulgarije) voor A sprake is van het zich wettig ophouden in Bulgarije.
2. Hoewel verweerder terecht veel waarde hecht aan de omstandigheid dat eisers niet van elkaar worden gescheiden, heeft verweerder onvoldoende kenbaar de andere omstandigheden dan het belang van eisers om bij elkaar te blijven betrokken in zijn besluitvorming. De rb wijst erop dat verweerder het welzijn en de sociale ontwikkeling van B niet kenbaar heeft betrokken. Juist nu het overgelegde onderzoek de problemen van B nadrukkelijk linkt aan de ervaringen in Bulgarije en daarin wordt beschreven dat zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en het risico bestaat op een toename van zijn sociaal-emotionele problematiek, had verweerder deze omstandigheden kenbaar moeten betrekken bij de afweging of de belangen van B zich verzetten tegen een eventuele overdracht aan Bulgarije. Dat de medische problematiek niet is onderbouwd en dat wordt verondersteld dat in Bulgarije ook adequate medische zorg aanwezig is maakt dit niet anders. De vraag of overdracht het welzijn en de sociale ontwikkeling van B schaadt, kan bij uitstek worden onderzocht in een gedragswetenschappelijk onderzoek zoals door eisers is overgelegd en gaat verder dan het al dan niet aanwezig zijn van medische zorg. Ook indien de voor B noodzakelijke zorg aanwezig is, kan een eventuele overdracht aan Bulgarije immers nog steeds schadelijk zijn voor de sociale ontwikkeling. Daarbij komt dat verweerder niet gemotiveerd is ingegaan op het betoog van eisers dat uit het AIDA rapport blijkt dat in Bulgarije geen speciale procedures zijn voor kwetsbare asielzoekers en dat niet is gebleken dat er in Bulgarije voor B bijstand is door een organisatie als het NIDOS, terwijl uit het onderzoek volgt dat B juist is gebaat bij rust en veiligheid. Beroepen gegrond.
--- Zie extra bestand voor hoger beroepschrift SvJ&V.
--- Zie VK Utrecht (ve19002399) in een vergelijkbare zaak waartegen geen hoger beroep is ingesteld omdat de uiterste UOD is verstreken; VK 's-Hertogenbosch 20 augustus 2019 (ve19002372) waartegen ook hoger beroep is ingesteld en VK Den Haag 29 augustus 2019, ve19002545.
--- Uitspraak is bevestigd door ABRvS op 26 augustus 2019, 201905956/1/V3, 201905956/2/V3; Hoger beroep SvJ&V kennelijk ongegrond; afwijzing verzoek vovo.

Extra bestanden
Aanvullende opmerkingen
Wet