Overslaan en naar de inhoud gaan

ve19002675 05-09-2019, Kinderombudsman, KOM011/2019, Waar geen wil is, is geen weg

Datum uitspraak
05-09-2019
Instantie
Overige nat. instanties
Zaaknummer
KOM011/2019
Redacteur
Esther Wolthuis
Trefwoorden
Kinderen
Belang van het kind / IVRK / CRC
Medische zorg
Asielzoekers
Afghanistan
Discriminatie
Rechtmatig verblijf
Kernbegrippen

Kinderombudsman / Toegang medische zorg minderjarige dove asielzoekster / Ten onrechte geen gehoorimplantaten gekregen / Schending IVRK / Aanbeveling: richtlijn over medische behandeling minderjarigen 

Inhoud

Onderzoek naar klachten over het niet plaatsen van gehoorimplantaten bij een doof meisje en de rol daarbij van het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Ministerie van J&V, de IND, de DT&V en het BMA.
Verzoekster is één jaar als ze met haar ouders uit Afghanistan naar Nederland vlucht. Hier blijkt dat zij doof is. Na onderzoek in het UMCG blijkt dat ze geschikt is voor speciale gehoorimplantaten waarmee ze kan ze leren horen en spreken. Hoe jonger deze geplaatst worden, hoe beter. Toch besluit het UMCG dat zij deze implantaten niet krijgt. Haar ouders vragen tevergeefs aan het ministerie van J&V of die de kosten voor de implantaten wil betalen en doen nieuwe asielaanvragen.
Verzoekster klaagt dat het UMCG in 2014 ten onrechte heeft besloten dat zij geen implantaten zou krijgen. Voorts klaagt zij dat het ministerie van J&V, de IND, de DT&V en het BMA niet genoeg gedaan hebben om samen met het UMCG, verzoekster en haar ouders te praten over een oplossing. De Kinderombudsman vindt dat het ziekenhuis en het ministerie de belangen niet goed gewogen hebben. De belangen van Ewa hadden in dit geval zwaarder moeten wegen dan de belangen van het ziekenhuis en het ministerie. De Kinderombudsman concludeert dat beide klachten gegrond zijn. De artt. 2, 3, 6, 23 en 24 van het Kinderrechtenverdrag zijn geschonden.
De Kinderombudsman doet n.a.v. dit onderzoek de aanbeveling dat door medische professionals i.s.m. professionals uit de vreemdelingrechtelijke keten een richtlijn wordt opgesteld over de medische behandeling van minderjarigen. Een aantal punten dient daarin te worden meegenomen, o.a. dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen kinderen o.g.v. verblijfsrecht, en dat er altijd een belangenafweging moet worden gemaakt waarbij de belangen van het kind apart in kaart worden gebracht en zwaarwegend zijn. De Kinderombudsman wil voor het einde van 2019 horen wat instanties gaan doen om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.

Extra bestanden
Aanvullende opmerkingen
Wet