Overslaan en naar de inhoud gaan

ve10001897 29-10-2010, Brief Nederlandse regering in reactie op verzoek EHRM tot verstrekken informatie over uitzetting naar Irak en veiligheidssituatie

Datum document
29-10-2010
Redacteur
Sander Schuitemaker
Trefwoorden
Ambtsbericht
Irak
Onmenselijke behandeling / Marteling
Uitzetting
Beschrijving

Met deze brief antwoordt de Nederlandse regering op de brief van het EHRM (ve10001892) waarin het Hof de Nederlandse staat verzoekt om informatie te verschaffen over de de uitzetting naar Irak en de veiligheidsituatie. Ondanks gerapporteerde verslechtering van de situatie in Bagdad en enkele andere Irakese provincies ziet de regering geen reden om iedere uitzetting naar Irak op voorhand als een schending van art. 3 EVRM aan te merken. Hierbij wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht inzake Irak d.d. 29 oktober 2010 (ve10001899) waarbij wordt gewezen op o.m. de volgende punten:
- In de zaak F.H. - Zweden (ve09000097) heeft het EHRM bepaald dat slechts in de meest extreme gevallen van algemeen geweld, de algemene situatie in een land als zodanig,  bij uitzetting,  schending van art. 3 EVRM kan opleveren. Hoewel de situatie in Irak en Bagdad problematisch is, is hiervan geen sprake.
- De ontwikkeling van de veiligheidssituatie (in bepaalde) regio's in Irak is zeer diffuus, er kan aldus niet eenduidig een verslechtering of verbetering van de situatie ter plaatse worden waargenomen.
- 421 personen zijn in de periode van januari - september 2010 teruggekeerd naar Irak tegenover 719 in heel 2009.
- De regering wijst op uitspraken van verschillende rechterlijke colleges in landen van de Raad van Europa waarin werd aangenomen dat de veiligheidssituatie in Irak niet zodanig is dat uitzetting op zichzelf als een reëel risico op schending van art. art. 3 EVRM kan worden beschouwd. Hierbij wordt expliciet verwezen naar uitspraken van de ABRvS (o.a. 8 maart 2010 (JV 2010/158, ve10000414) en de Immigration and Asylum Chamber van het British Upper Tribunal van 22 september 2010.