Overslaan en naar de inhoud gaan

ve11000629 10-03-2011, Nationale ombudsman, rapport 2011/090

Datum uitspraak
10-03-2011
Instantie
Nationale ombudsman
Zaaknummer
2011/090
Redacteur
Gerd Westendorp
Trefwoorden
IND
Klachtbehandeling
Termijn
Verblijfsgat
Kernbegrippen

Niet gewezen op ontstaan verblijfsgat van 29 dagen / Niet in behandeling nemen klacht / Fair play: klacht over gedraging kan tot en met moment dat burger gevolgen ondervindt van gedraging / Adequate informatieverstrekking / Toezegging MvI&A verblijfsgat niet meer tegen te werpen bij nieuw naturalisatieverzoek

Inhoud

S. uit Marokko klaagt dat de IND hem in 2008 bij een aanvraag van een nieuwe vergunning er niet op heeft gewezen dat een verblijfsgat zou ontstaan, ondanks het feit dat hij destijds nadrukkelijk heeft gevraagd hoe hij een verblijfsgat diende te voorkomen. Verzoeker klaagt er tevens over dat de MvJ hem bij brief van 20 april 2010 liet weten zijn klacht over het ontstaan van het verblijfsgat niet in behandeling te nemen.
S. had na voltooiing van zijn studie recht op een zoekjaar. Deze had hij niet nodig omdat hij al werk had gevonden. Zijn contract ging in op 1 september 2008. O.g.v. dit contract kwam hij in aanmerking voor een verblijfsvergunning i.h.k.v. de kennismigrantenregeling. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij met expliciete vragen aan de IND heeft willen voorkomen dat er een verblijfsgat zou ontstaan bij de aanvraag van een nieuwe verblijfsvergunning. Uit het gesprek met de IND heeft hij opgemaakt dat er geen verblijfsgat zou ontstaan. Hij heeft afgaande op die informatie geen verdere actie ondernomen. Toen later zijn aanvraag om naturalisatie werd afgewezen vanwege een verblijfsgat (tussen 11 augustus en 1 september 2008) heeft hij een klacht ingediend bij de IND die niet in behandeling is genomen omdat de klacht ouder was dan een jaar. De No is van mening dat het redelijk is dat de heer S. pas bij de IND heeft geklaagd nadat hij expliciet met de gevolgen was geconfronteerd. De klacht is ten onrechte niet in behandeling genomen.
Conclusie: De klacht over het niet in behandeling nemen van de klacht is gegrond wegens strijd met het vereiste van fair play. De klacht over de informatieverstrekking van de IND, is gegrond wegens strijd met het vereiste van adequate informatie verstrekking. Vreemdelingen moeten zelf al het mogelijke doen om een verblijfsgat te voorkomen. Maar het voorkomen van een verblijfsgat is niet alleen in het belang van de vreemdeling zelf. Tijdens een verblijfsgat verblijft deze hier immers zonder geldige verblijfstitel. De IND had S. er op moeten wijzen dat de gevraagde verblijfsvergunning i.h.k.v. de kennismigrantenregeling niet aansloot op de eerder verleende verblijfsvergunning voor studie en hij hierdoor gedurende enige tijd niet in het bezit zou zijn van een geldige verblijfsvergunning.
De No heeft met instemming kennisgenomen dat de MvI&A alles overwegend bereid is om S. uit het oogpunt van coulance het verblijfsgat niet meer zal tegenwerpen bij een nieuwe aanvraag om naturalisatie.
Aanbeveling: De No geeft de MvI&A in overweging om de IND te instrueren dat vreemdelingen er in voorkomende gevallen op gewezen worden als het door hen aangevraagde verlengde verblijf niet aansluit op het eerder verleende verblijf en zij tijdens het dan ontstane verblijfsgat geen geldige verblijfstitel hebben.
--- Zie in gelijke zin ook No rapport 2011/089, ve11000628.