Overslaan en naar de inhoud gaan

ve17001908 29-08-2017, WBV 2017/8 - Wijziging A3, B8, C2 Vc 2000 - Verzamel WBV

Datum document
29-08-2017
Kenmerk

WBV 2017/8

Redacteur
Hans Oort van
Vindplaats
WBV 2017/8
Trefwoorden
EVRM
Medisch advies
Medische noodsituatie
Medische omstandigheden
Onmenselijke behandeling / Marteling
Overgangsrecht
Uitzetting, medisch beletsel
Vc 2000
Verblijfsvergunning asiel
Verblijfsvergunning, verlenging
WBV
Omschrijving

Op 31 augustus 2017 in de Staatscourant (nr. 50078) gepubliceerd wijzigingsbesluit, vnl. n.a.v. EHRM 13 december 2016, Paposhvili, JV 2017/22 nt. Myjer (ve16002448) en HvJEU 18 december 2014, M'Bodj, JV 2015/23 nt. Battjes (ve14001970). O.a. de volgende onderdelen worden gewijzigd:
A3/7 komt te luiden: Geen uitzetting om gezondheidsredenen.
A3/7.1.3 (Reëel risico op schending van art. 3 EVRM om medische redenen): om aan de norm voor art. 3 EVRM te voldoen moet sprake zijn van een reëel risico dat de medische noodsituatie zich binnen drie maanden zal voordoen bij het uitblijven van medische behandeling. Dit doet zich voor als (a) de vreemdeling lijdt aan een ernstige ziekte die het stadium heeft bereikt dat hij door de uitzetting komt te verkeren in een onmenselijke situatie van ondraaglijk lijden die meteen of vrijwel meteen tot de dood leidt of (b) de vreemdeling lijdt aan een ernstige ziekte die het stadium heeft bereikt dat hij door de uitzetting komt te verkeren in een situatie van (1) serieuze, snelle en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid resulterend in intens lijden of (2) een significante afname van zijn levensverwachting.
► A3/7.1.4 (Beschikbaarheid van de benodigde zorg): het beleid m.b.t. mantelzorg is verduidelijkt n.a.v. ABRvS 6 april 2016 (ve16000737). De aanwezigheid van mantelzorg wordt aangenomen als er één persoon in het land van herkomst is die deze kan verlenen of nader kan organiseren, ongeacht de noodzakelijke omvang van de mantelzorg. Medewerkers van professionele thuiszorg kunnen ook mantelzorg verlenen (zie ook A3/7.1.6 Mantelzorg).
► A3/7.1.5 (Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg): toetsingskader voor beoordeling van de feitelijke toegankelijkheid tot medische zorg in het land van herkomst.
► A3/7.2 (De aanvraagprocedure): uitwerking van de procedure voor een aanvraag om uitstel van vertrek, mede n.a.v. ABRvS 29 maart 2016, JV 2016/137 nt. Groenewegen (ve16000629). De kennisgeving is verdwenen; de vreemdeling kan een schriftelijke aanvraag indienen.
► A3/7.3 (Verlening uitstel van vertrek o.g.v. art. 64 Vw 2000): de verschillende vormen van te verlenen uitstel.
► A3/7.3.1 (Algemeen): als ingangsdatum van te verlenen uitstel van vertrek wordt de datum aanvraag gehanteerd, n.a.v. ABRvS 13 juli 2015 (ve15001258) en ABRvS 14 augustus 2015 (ve15001393). Uitzonderingen gelden als relevante bewijsmiddelen pas later in de procedure worden aangeleverd en als de vreemdeling uitstel van vertrek wordt verleend in afwachting van de definitieve besluitvorming. De IND kan verleend uitstel van vertrek intrekken als de vreemdeling onvoldoende meewerkt aan terugkeer of aan het onderzoek van DT&V naar de toegankelijkheid van de medische zorg voor de vreemdeling in het land van herkomst.
► A3/7.3.2 (Toepassing van art. 64 Vw 2000 in afwachting van (definitieve) besluitvorming): nieuw is de mogelijkheid tot uitstel van vertrek in afwachting van definitieve besluitvorming zolang DT&V onderzoek verricht naar de gewenste toegankelijkheid van de medische zorg in het land van herkomst of bestendig verblijf. Dergelijk uitstel kan worden verleend voor maximaal zes maanden, met de mogelijkheid van ambtshalve verlenging. Na één jaar onafgebroken uitstel van vertrek o.g.v. art. 64 Vw 2000 kan de vreemdeling een VVR bep. tijd verband houdend met medische behandeling aanvragen. 
► A3/7.3.2.8 (Procedure bij klinische opname): verduidelijking van wat de IND verstaat onder een klinische opname die aan reizen in de weg staat.
► A3/7.5 (Rechtsmiddelen): een vovo-verzoek mag niet in Nederland worden afgewacht als de aanvraag om uitstel van vertrek is afgewezen met toepassing van art. 4:6 Awb. Dit is in lijn met B1/7.3 Vc 2000.
► A3/7.6 (Overgangsrecht): een openstaande aanvraag o.g.v. art. 64 Vw 2000 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt m.i.v. dit WBV. De vreemdeling die nog een VVA bep. tijd-aanvraag heeft lopen van voor deze beleidswijziging en waarop nog geen beslissing is genomen, kan niet in aanmerking komen voor een VVA bep. tijd. Hem kan uitstel van vertrek worden verleend o.g.v. art. 64 Vw 2000 mits hij voldoet aan de voorwaarden beschreven in A3/7.1.3 t/m A3/7.1.5. De medische noodsituatie zal slechts vast staan indien het BMA concludeert dat die zich naar alle waarschijnlijkheid op korte termijn zal voordoen bij het uitblijven van behandeling. Een kleine kans op een medische noodsituatie is onvoldoende. Asielvergunningen die reeds zijn verleend om medische redenen zullen o.b.v. een minder stellige conclusie van het BMA niet worden ingetrokken, tenzij de medische gesteldheid sindsdien is verbeterd en om die reden het BMA een andere conclusie bereikt. Aanvragen voor verlenging van een VVA bep. tijd op medische gronden of verlening van een VVA onbep. tijd worden getoetst aan het beleid zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit WBV.
► B8/9 (Medische behandeling): de voorwaarden voor een VVR verband houdend met medische behandeling komen grotendeels overeen met de voorwaarden voor uitstel van vertrek o.g.v. art. 64 Vw 2000.
► B8/9.1.1 (Algemene voorwaarden): de IND verleent geen VVR indien de vreemdeling onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek naar de toegankelijkheid van de medische zorg of het vertrek. In de volgende gevallen wordt niet tegengeworpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen: bij een aanvraag VVR bep. tijd onder beperking 'medische behandeling', een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verleende VVR bep. tijd en de aanvraag van een VVR bep. tijd onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden o.g.v. art. 3.51 lid 1 onder a, ten tweede, en onder b Vb 2000. V.z.v. om medische redenen een VVR is verleend, zal deze niet worden ingetrokken o.b.v. een minder stellige conclusie van het BMA t.a.v. de medische noodsituatie, mits de medische gesteldheid ongewijzigd is.
► C2/3.3 (Ernstige schade als bedoeld in art. 29 lid 1, aanhef en onder b Vw 2000): (kopje "medische omstandigheden") de vreemdeling van wie wordt aangenomen dat er sprake is van een reëel risico op schending van art. 3 EVRM om medische redenen krijgt niet langer een VVA bep. tijd, maar uitstel van vertrek o.g.v. art. 64 Vw 2000.
Inwerkingtreding: 1 september 2017.
--- Vc 2000 (A) op overheid.nl
--- Vc 2000 (B) op overheid.nl
--- Vc 2000 (C) op overheid.nl