Overslaan en naar de inhoud gaan

ve18006987 29-11-2018, HvJEU, C-635/17 (E.), ECLI:EU:C:2018:973 - Conclusie AG

Datum uitspraak
29-11-2018
Instantie
HvJEU
ECLI
ECLI:EU:C:2018:973
Zaaknummer
C-635/17
Redacteur
Dide Swarte
Trefwoorden
Bevoegdheid van rechtsprekende instantie
Richtlijn 2003/86 Gezinshereniging
Gezinshereniging, nareis
Gezinsband
Pleegkinderen
Bewijsnood
Bewijsrecht
Eritrea
Kernbegrippen

Nareis / Aantonen gezinsband / Plausibele verklaring voor ontbreken officiële bewijsstukken / Omvang samenwerkingsverplichting verzoeker en nationale autoriteit

Inhoud

Advocaat-Generaal Wahl geeft het HvJ EU in overweging de prejudiciële vragen van VK Haarlem (ve18000438) als volgt te beantwoorden:
1. De toepassing van art. 3 lid 2, aanhef en sub c, Richtlijn 2003/86 (ve03001574) behoeft geen nadere uitleg, aangezien het Hof zich over een identieke vraag heeft uitgesproken en bevoegd heeft verklaard (HvJ EU 7 november 2018, K en B, ve18006823)
.
2. Art. 11 lid 2 Richtlijn 2003/86 moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling op grond waarvan een persoon die internationale bescherming geniet, met het oog op de beoordeling van zijn verzoek om gezinshereniging een plausibele verklaring moet geven voor het feit dat hij geen officiële bewijsstukken kan overleggen waaruit het bestaan van een gezinsband blijkt, mits de bevoegde nationale instantie deze verklaring niet alleen beoordeelt in het licht van de relevante algemene en specifieke informatie over de situatie in het land van herkomst van deze persoon, maar ook in het licht van de specifieke situatie waarin hij zich bevindt.
-- Coördinaten van de zaak HvJEU.

Aanvullende opmerkingen
Wet