Overslaan en naar de inhoud gaan

ve20002070 01-07-2020, ABRvS, 201908940/1/V2, ECLI:NL:RVS:2020:1503

Datum uitspraak
01-07-2020
Instantie
Raad van State
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1503
Zaaknummer
201908940/1/V2
Redacteur
Tisanja Abali
Trefwoorden
Verblijfsvergunning, intrekking
Verblijfsvergunning, onbepaalde tijd
Strafrechtelijke procedure
Privéleven (8 EVRM)
Marokko
Toetsing, intensiteit van
Zelf in de zaak voorzien
Kernbegrippen

Intrekking VOT-reg / Bijna 18 jaar gevangenisstraf / Sinds vierde levensjaar, 50 jaar, rechtmatig verblijf in NL / Art. 8 EVRM, privéleven /  Intensiteit toetsing rb / Wegens grote ernst misdrijven belangenafweging in nadeel vreemdeling

Inhoud

1. De rb heeft haar eigen oordeel over de uitkomst van de belangenafweging in de plaats van dat van de SvJ&V gesteld nu de rb heeft overwogen dat weliswaar alle belangen kenbaar in zijn besluitvorming zijn betrokken, maar dat het rechtmatige verblijf van de vreemdeling in Nederland zo lang is dat intrekking van de verblijfsvergunning disproportioneel is, ondanks de grote ernst van de misdrijven en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Vervolgens heeft de rb geoordeeld dat sprake is van een ongerechtvaardigde inmenging in het privéleven a.b.i. art. 8 EVRM. Dat sprake is van een eigen oordeel blijkt ook uit de beslissing van de rb om zelf in de zaak te voorzien.
2. De SvJ&V voert terecht aan dat de rechtspraak van het EHRM er niet aan in de weg staat om ook bij langdurig rechtmatig verblijf tot verblijfsbeëindiging over te gaan. Zo heeft het EHRM in zijn arresten Üner (JV 2006/417 nt P. Boeles, ve06001382), Trabelsi t. Duitsland JV 2011/485, ve11002449  en Samsonnikov (JV 2012/368 nt B. de Hart, ve12001473) uitdrukkelijk overwogen dat uit art. 8 EVRM geen absoluut recht voortvloeit om niet te worden uitgezet, ongeacht of de persoon in kwestie in het gastland is geboren of op (zeer) jonge leeftijd naar het gastland is gekomen. Verder volgt uit het arrest Levakovic t. Denemarken (ve18006709) dat het ondanks het ontbreken van banden met het land van herkomst, gerechtvaardigd kan zijn om een langdurig rechtmatig verblijf te beëindigen, als de door een vreemdeling gepleegde misdrijven (zeer) ernstig zijn. Ter zitting heeft de SvJ&V nog gewezen op het arrest Azerkane t. Nederland  (ve20001766).  
De SvJ&V heeft in dit geval een individuele belangenafweging gemaakt en deugdelijk gemotiveerd dat deze wegens de aanwezigheid van zwaarwegende redenen in het nadeel van de vreemdeling uitvalt. Daarbij zijn alle relevante belangen kenbaar in de beoordeling betrokken en is niet ten onrechte groot gewicht toegekend aan de veroordeling door het gerechtshof voor zeer ernstige misdrijven, waaronder twee verkrachtingen met ernstig geweld en onder bedreiging met ernstig geweld. Het gerechtshof heeft in zijn arrest betrokken dat de vreemdeling een zeer ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers, voor wie de gebeurtenissen buitengewoon beangstigend, vernederend en traumatisch moeten zijn geweest. Hoewel de rb zich rekenschap heeft gegeven van de grote ernst van de door de vreemdeling gepleegde misdrijven en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers, heeft zij ten onrechte overwogen dat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling van bijna vijftig jaar, mede gelet op de omstandigheid dat hij op vierjarige leeftijd naar Nederland is gekomen, dermate lang is dat de intrekking van de verblijfsvergunning alleen al daarom disproportioneel is. Gelet op voormelde rechtspraak en de bij de belangenafweging betrokken omstandigheden, heeft de SvJ&V niet ten onrechte het algemeen belang van de Nederlandse samenleving zwaarder laten wegen dan het individuele belang van de vreemdeling bij uitoefening van zijn privéleven in Nederland.
Hoger beroep SvJ&V gegrond; incidenteel hoger beroep vreemdeling ongegrond; vernietigt VK Groningen 15 november 2019, nr. 19/1051 (ve19003315), beroep ongegrond.
--- Persbericht RvS

Aanvullende opmerkingen
Wet