COA mag dwangsommen betrekken bij vaststellen eigen bijdrage van asielzoekers voor opvang
14/01/2026
De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State heeft op 14 januari in vier zaken uitspraken gedaan over of het COA een eigen bijdrage mag vragen aan asielzoekers voor de kosten van de opvang indien zij over een eigen vermogen beschikken boven de vermogensgrens dat volledig bestaat uit vermogen ontvangen uit dwangsommen opgelegd wegens te laat beslissen op de asielaanvraag door de IND. De Afdeling is van oordeel dat het COA deze eigen bijdrage ook dan mag vaststellen. (ve26000048, ve26000049, ve26000050, ve26000051). De Afdeling overweegt dat de dwangsom niet is bedoeld als een sanctie voor de minister voor het overschrijden van de beslistermijn en ook niet als vorm van genoegdoening voor degene die te lang op een besluit wacht en dus ook niet als een immateriële schadevergoeding moet worden gezien. In een van de zaken heeft het COA toegelicht dat vreemdelingen een keuze hebben om het volledige bedrag ineens te voldoen of per maand te betalen. Vreemdelingen hoeven het bedrag dus niet op voorhand en ineens te betalen. De Afdeling gaat ervan uit dat het COA deze toelichting in een besluit tot vaststelling van een eigen bijdrage opneemt, zodat voor vreemdelingen duidelijk is dat zij die keuze hebben. Dat de IND net als het COA betrokken is bij de vreemdelingenketen, betekent niet dat een fout van de IND eerder in deze keten, zoals hier het niet tijdig nemen van een besluit, later in die keten meebrengt dat het daardoor verkregen vermogen niet vatbaar is voor het in rekening brengen van een eigen bijdrage in de kosten die het COA voor opvang maakt en dat daarom de toepassing van de vaststellingsregels niet evenwichtig is. Het besluit is niet in strijd met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. In een van de zaken is de redelijk termijn voor het doen van een uitspraak overschreden. Die overschrijding van een half jaar ligt aan de Afdeling. De vreemdeling krijgt daar een schadevergoeding voor.