Overslaan en naar de inhoud gaan

ve17002256 25-10-2017, Commissie Van der Meer - Andere tijden: evaluatie puntentoekenning in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand

Datum
25-10-2017
Auteur
H.T. van der Meer e.a.
Vindplaats
105692
Redacteur
Hans Oort van
Trefwoorden
Rechtsbijstand
Omschrijving

De commissie heeft onderzoek gedaan naar de gemiddelde tijd die advocaten en mediators besteden aan zaken in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
► De bekostigingsnormen per zaak zijn ca. 20 jaar oud en niet meer bij de tijd. Voor bijna alle rechtsgebieden geldt dat de daadwerkelijke tijdsbesteding in het geheel niet meer overeenstemt met het toegekende puntental. Redenen hiervoor zijn o.a. dat wet- en regelgeving veel complexer zijn geworden, de rechtzoekende veeleisender is en het publieke bestuur meer dan vroeger zorgt voor juridische conflicten. De vergoeding voor rechtsbijstand loopt in het personen- en familierecht het meest uit de pas.
► Het kabinet (ve16001103) heeft uit het rapport-Wolfsen (ve15002087) overgenomen dat een inkomen op het niveau van BBRA-schaal 12 een haalbaar en redelijk inkomen is voor rechtsbijstandsverleners die in hoofdzaak gesubsidieerde rechtsbijstand verlenen. Volgens de commissie is een inkomen op dat niveau met al jarenlang achterblijvende toekenningen echter bij lange na niet haalbaar. Dit geldt volgens velen des te meer als binnen een toevoeging in de toekomst ook nog meer werkzaamheden moeten worden verricht via de nog in te voeren trajecttoevoeging (ve17000342).
► Het grote aandeel kosten voor extra uren in het strafrecht baart zorgen, waarbij twijfels bestaan over de mogelijkheden voor de raad om de aanvragen voor extra uren goed te kunnen beoordelen op doelmatigheid en dit deel van de uitgaven voldoende te verantwoorden. Er bestaan zorgen over de prikkels in het stelsel, over de kwaliteit van de geleverde rechtsbijstand en in het verlengde daarvan, het ontstaan van steeds meer 'éénpitters' in het aanbod van rechtsbijstandsverleners.
► De opvolgende rechtsconsumptie voor de rechtsgebieden echtscheiding, asiel en multiproblematiek is relatief beperkt. Van de veronderstelde stapeling van procedures is geen sprake. De commissie adviseert tot grote terughoudendheid bij de invoering van trajecttoevoegingen op dit terrein, aangezien een dergelijke invoering problemen veroorzaakt die groter kunnen zijn dan het probleem van de opvolgende rechtsconsumptie nu is.
► De commissie heeft voorstellen gedaan voor de puntentoekenning in de verschillende rechtscategorieën, waarbij de gemeten tijdsbesteding is omgezet naar forfaitaire punten. De commissie stelt een afwijkende puntentoekenning voor i.g.v. echtscheidingszaken om te bevorderen dat zaken zoveel mogelijk minnelijk en daarmee in één keer worden afgehandeld. De omvang van de extra uren in strafzaken is te groot om aangemerkt te kunnen worden als een aanvaardbare uitzonderingsregel op het forfait. Hier heeft de commissie een systeem voor ogen waarin een rechtsbijstandverlener pas bij een veel hoger aantal uren in aanmerking komt voor vergoeding van bovenforfaitaire extra uren. Het gat tussen het forfait en de extra-urengrens zou moeten worden opgevuld met toeslagen die zijn gebaseerd op voldoende objectieve zaakskenmerken.
► De toepassing van de huidige samenhangregeling pakt niet altijd rechtvaardig uit in asielzaken. De standaard toeslag voor zending naar de VA-procedure zou kunnen worden vervangen door een toeslag voor extra werkzaamheden in de vorm van een extra gehoor na zending na de VA-procedure, waardoor recht wordt gedaan aan het uitgangspunt dat de extra beloning een relatie dient te hebben met het daadwerkelijk verricht zijn van extra werkzaamheden. De vovo als toevoeging in asielzaken leidt tot een te ruime vergoeding in relatie tot de verrichte werkzaamheden. De commissie stelt voor deze af te schaffen en te vervangen door een toeslag die slechts wordt toegekend als de vovo apart van het beroep of hoger beroep wordt behandeld. De commissie beveelt aan om de samenhangregeling uit te breiden naar adviestoevoegingen. In asielzaken is veelvuldig sprake van intrekking van procedures, waardoor de dan toe te kennen adviesvergoeding hoger kan uitvallen dan de procedurevergoeding als het beroep wel was doorgezet. Deze perverse prikkel zou aangepakt moeten worden. De commissie ziet reden om een toeslag toe te kennen i.g.v. herleving van de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning asiel. Hetzelfde geldt voor herhaalde Dublin-zaken. De vergoeding voor no cure less fee wordt als veel te laag ervaren, en de tijdmeting bevestigt dit. De commissie stelt voor bij een afgewezen asielverzoek de helft van de gemeten uren te vergoeden. Bij een gegrond beroep of hoger beroep worden de vergoedingen in de voorgaande fase gecorrigeerd met een herstelbetaling van het aantal punten dat de advocaat door de afwijzing in eerste aanleg of beroep is misgelopen door de halvering.
► De commissie stelt aanpassingen voor die zien op de adviesregeling, de samenhangregeling, de toeslagen en het wegnemen van prikkels. Het is van belang dat de kwaliteit van de geleverde rechtsbijstand omhoog gaat en er meer mogelijkheden worden geboden om ook anderen (bv. paralegals) onder de verantwoordelijkheid van een rechtsbijstandverlener gesubsidieerde rechtsbijstand te laten bieden.
► De opdrachtgever heeft de commissie gevraagd om voorstellen te doen binnen de volgende randvoorwaarden: geen verhoging van uitgaven, punttarief, norm voor een redelijk inkomen en maximum op 1.200 te vergoeden uren. Deze randvoorwaarden zijn niet alle met elkaar te verenigen en daarom schetst de commissie vier scenario's, waarin telkens één van de genoemde randvoorwaarden wordt losgelaten.
► Zie 'extra bestanden' voor:
- het persbericht van de commissie;
- de brief van de MvV&J (TK 31753, nr. 142);
- WODC onderzoeksrapport 'Puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand'.

Extra bestanden