Overslaan en naar de inhoud gaan

ve11001615 06-07-2011, ABRvS, 200801014/1-A/V6 (Vicoplus) [LJN: BR0522]

Datum uitspraak
06-07-2011
Instantie
Raad van State
Zaaknummer
200801014/1-A/V6
Redacteur
Gerd Westendorp
Trefwoorden
Arbeid, in strijd met Wav (illegale -)
Bestuurlijke boete
Eerlijk proces
Evenredigheidsbeginsel
Ne bis in idem
Polen
Richtlijn 96/71 Detachering
Wav
Kernbegrippen

Wav / Arbeid zonder TWV / Bestuurlijke boete / Dienstverlening bestaande uit ter beschikking stellen arbeidskrachten / Art. 1 lid 3, sub c, Detacheringsrichtlijn 96/71 / Beoordelingscriteria / Polen / Ne bis in idem / Evenredigheidsbeginsel / Redelijke termijn

Inhoud

De Afdeling doet uitspraak na de antwoorden van het HvJEU op 10 februari 2011 (Vicoplus e.a., JV 2011/172, ve11000341) op de prejudiciële vragen in ABRvS 29 juli 2009 (ve09001203; zie ook JV 2009/404, ve09001204 en ve09001205).
1. Uit de beantwoording van het HvJEU van de eerste vraag volgt dat de eis van een TWV in geval van dienstverrichting die bestaat uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten i.d.z.v. art. 1e lid 1, onder c, Besluit uitvoering Wav niet in strijd is met de artt. 56 en 57 VWEU. Het geschil spitst zich toe op de vraag, of de dienstverrichting door het Poolse bedrijf A. in dit geval alleen heeft bestaan uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten in de hiervoor bedoelde zin.
De activiteiten van A., in ieder geval wat de onderlinge rechtsverhouding met C. betreft, bestonden uit het aan dit bedrijf uitlenen van personeel voor het verrichten van werkzaamheden bij derden. De MvSZW wordt dan ook gevolgd in zijn standpunt dat in dit geval de verplaatsing van de werknemers naar Nederland het doel op zich van de dienstverrichting door A. was. De omstandigheid dat de vreemdelingen na afloop van hun werkzaamheden bij B. naar Polen zijn teruggekeerd, leidt niet tot een ander oordeel, nu in het arrest is overwogen dat het feit dat de werknemer aan het einde van de tewerkstelling elders terugkeert naar zijn lidstaat van herkomst, niet uitsluit dat deze werknemer in de lidstaat van ontvangst ter beschikking was gesteld i.d.z.v. art. 1 lid 3, onder c Detacheringsrichtlijn 96/71 (ve03001596). De MvSZW wordt gevolgd in zijn standpunt dat de vreemdelingen hun werkzaamheden onder toezicht en leiding van B. hebben verricht. Anders dan A. betoogt, kan uit de verklaring van de vertegenwoordiger van B. noch anderszins worden afgeleid dat het toezicht op de dagelijkse werkzaamheden uitsluitend het eigen personeel van B. betrof. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de dienstverrichting door A. in dit geval heeft bestaan uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten i.d.z.v. art. 1 lid 1, sub c Besluit uitvoering Wav en derhalve bevoegd was om A., wegens overtreding van art. 2 lid 1 Wav een boete op te leggen.
2. De tewerkstelling van elke vreemdeling die zonder TWV arbeid heeft verricht kan juridisch als afzonderlijke overtreding van art. 2 lid 1 Wav worden gekwalificeerd, zodat het zonder vermindering opleggen van een boete aan A. voor meer overtredingen naast elkaar, niet in strijd met het ne bis in idem-beginsel is.
3. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de opgelegde boete evenredig is in verhouding tot de ernst en de verwijtbaarbaarheid van de overtredingen.
4. A. heeft aan de boetekennisgeving van 7 april 2006 in redelijkheid de verwachting kunnen ontlenen dat aan haar een boete zou worden opgelegd. De beslechting van het geschil in hoger beroep is geëindigd met de uitspraak van heden. Het afwachten van de prejudiciële beslissing was redelijk in verband met de beoordeling van het onder 2.1. weergegeven betoog. Na aftrek van de daarmee gemoeide tijd heeft de procedure in totaal niet langer dan vier jaar geduurd en is de redelijke termijn reeds daarom niet overschreden.
Hoger beroep werkgever ongegrond; bevestigt Rb 's-Gravenhage 24 december 2007, AWB 07/2562.
--- Zie in gelijke zin ABRvS 6 juli 2011, JV 2011/347 nt T. de Lange, ve11001616 en ABRvS 6 juli 2011, ve11001614.