Overslaan en naar de inhoud gaan

ve11002368 04-10-2011, Rb 's-Hertogenbosch (straf mk) , 01/889082-09 [LJN: BT6501]

Datum uitspraak
04-10-2011
Instantie
Rechtbank ’s-Hertogenbosch
Zaaknummer
01/889082-09
Redacteur
Wim Verberk
Trefwoorden
Mensenhandel / Uitbuiting / Slavernij
Strafrechtelijke procedure
Kernbegrippen

Mensenhandel / Arbeidsuitbuiting / Seizoenswerk als aspergesteker

Inhoud

Bewezen is dat verdachte in of omstreeks de periode van 1 maart t/m 26 juni 2009 te Someren
A. door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie meerdere personen heeft geworven en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting van die anderen (art. 273 lid 1, onder 1, Sr) en
B. door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid (art. 273f lid 1, onder 4, Sr).
Bij de oplegging van straf en/of maatregel houdt de rechtbank rekening met (o.a.) dat verdachte een aanzienlijk aantal buitenlandse werknemers heeft uitgebuit in die zin dat deze gedurende lange werkdagen (gemiddeld 10 tot 12 uur per dag en 7 dagen per week) zwaar lichamelijk werk verrichtten tegen een lager loon dan het minimumloon. Voorts betaalde verdachte het loon vrijwel nooit volledig uit. Daarnaast werd de bewegingsvrijheid van deze werknemers beperkt in die zin dat zij hun nachtverblijf feitelijk niet mochten en konden verlaten na 22.00 uur.
Niet bewezen is dat verdachte jegens deze werknemers geweld heeft gebruikt of gedreigd heeft met geweld. Dat neemt niet weg dat zij zich redelijkerwijs niet konden onttrekken aan de situatie. Immers, het loon zou pas uitbetaald worden aan het einde van het aspergeseizoen. Er is aldus sprake geweest van uitbuiting en van een ernstige aantasting van de menselijke waardigheid van financieel van verdachte afhankelijke en kwetsbare mensen.
In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat de uitbuiting heeft plaatsgevonden in een relatief korte periode. Weliswaar heeft verdachte de publiciteit mede door haar handelwijze over zichzelf afgeroepen, maar anderzijds is in de media ook een beeld geschapen, in het bijzonder t.a.v. verwijten van geweld of intimidatie, dat niet wordt bevestigd door de bewijsmiddelen in deze strafzaak.
Dat verdachte aanzienlijke bestuursrechtelijk opgelegde boetes heeft verbeurd en dat haar bezittingen gedwongen zijn verkocht neemt de rechtbank niet mee, omdat deze gevolgen rechtstreeks voortvloeien uit andere overtredingen van verdachte.
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en tot diverse maatregelen tot schadevergoeding aan benadeelde partijen.