Overslaan en naar de inhoud gaan

ve19000964 28-03-2019, HvJEU, C‑680/17 (Vethanayagam e.a.), ECLI:EU:C:2019:278 - Conclusie AG

Datum uitspraak
28-03-2019
Instantie
HvJEU
ECLI
ECLI:EU:C:2019:278
Zaaknummer
C‑680/17
Redacteur
Julia Boychuk
Trefwoorden
Verordening 810/2009 Visumcode
Visum
Belanghebbende
Bevoegdheid van Minister of Staatssecretaris
EU Handvest grondrechten
Leges
Rechtsbijstand
Rechtsmiddelen
Kernbegrippen

Visumvertegenwoordiging / Visumcode staat niet in de weg dat referenten van visumaanvragers bij afwijzing op eigen naam beroep instellen / Lidstaat die de definitieve beslissing neemt op visumaanvraag is de vertegenwoordigde lidstaat

Inhoud

AG Sharpston geeft het Hof in overweging de door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht in de verwijzingsuitspraak van 30 november 2017 (ve17002576) voorgelegde prejudiciële vragen, als volgt te beantwoorden:
1) Art. 32 lid 3 Verordening Visumcode (...;ve09001287) staat er niet aan in de weg dat lidstaten aan referenten van visumaanvragers het recht toekennen om op eigen naam beroep in te stellen tegen de afwijzing van een visumaanvraag. Dat recht dient echter het recht van de aanvrager om in beroep te gaan onverlet te laten.
2) Wanneer een vertegenwoordigingsregeling van kracht is waarin de vertegenwoordigende lidstaat wordt gemachtigd om in overeenstemming met art. 8 lid 4 onder d Verordening Visumcode visa te weigeren, is de lidstaat die de definitieve beslissing neemt i.d.z.v. art. 32 lid 3 Verordening Visumcode
de vertegenwoordigde lidstaat. De rechterlijke instanties van de vertegenwoordigde lidstaat zijn derhalve bevoegd te beslissen in beroepszaken tegen weigeringsbeslissingen.
--- Coördinaten van de zaak HvJEU
--- Prejudiciële vragen van 2 februari 2018, ve18000357
--- Zie ander arrest 29 juli 2019, ve19002169.

Aanvullende opmerkingen
Wet