Overslaan en naar de inhoud gaan

ve18000259 07-02-2018, Vzr Rb Amsterdam (civiel), C/13/640244 / KG ZA 17-1327 FB/AA [ECLI:NL:RBAMS:2018:605] - Tussenvonnis

Datum uitspraak
07-02-2018
Instantie
Rechtbank Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:605
Zaaknummer
C/13/640244 / KG ZA 17-1327 FB/AA
Redacteur
Gerd Westendorp
Trefwoorden
Brexit
EU burger(schap)
EU Regelgeving / EG Regelgeving
Richtlijn 2004/38 Verblijfsrecht
Verenigd Koninkrijk
Kernbegrippen

Brexit / Voornemen tot stellen prejudiciële vragen over gevolgen van Brexit voor EU-burgerschap van Britten in andere lidstaten / Art. 20 VWEU

Inhoud

--- Deze uitspraak is vernietigd door Gerechtshof Amsterdam 19 juni 2018 (ve18002396), weigert de gevraagde voorzieningen.
Redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid van de uitleg van art. 20 VWEU, dat het verlies van de hoedanigheid van burger van een EU-lidstaat ertoe leidt dat ook het EU-burgerschap verloren gaat. Welke uitleg de juiste is, is essentieel voor de beoordeling van de vorderingen ter behoud van rechten voortvloeiend uit het EU-burgerschap van eisers.
De Vzr zal prejudiciële vragen aan het HvJEU stellen. Eisers hebben een lijst zeer gedetailleerde vragen voorgesteld. Zij zullen daarin niet worden gevolgd. Sommige vragen zijn niet van belang voor de beoordeling van het onderhavige geschil. Voor het overige kan die detaillering bemoeilijken dat het HvJEU de onderhavige kwestie, die in wezen de rechtspositie betreft van alle inwoners van het VK die op het moment van de Brexit in een ander EU-land wonen, benadert op de wijze die hem het meest zinvol voorkomt.
Het voornemen is de volgende vragen aan het HvJEU voor te leggen:
1. Leidt de terugtrekking van het VK uit de EU tot een van rechtswege intredend verval van het EU-burgerschap van de Britse onderdanen en daarmee tot een verval van de aan dat EU-burgerschap te ontlenen rechten en vrijheden, indien en v.z.v. in de onderhandelingen tussen de Europese Raad en het VK niet anders wordt overeengekomen?
2. Indien het antwoord op de eerste vraag ontkennend luidt, dienen dan voorwaarden of beperkingen te worden gesteld aan het behoud van de aan het EU-burgerschap te ontlenen rechten en vrijheden?
Stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk op 14 februari 2018 schriftelijk te reageren op de de voorgenomen prejudiciële vragen; houdt iedere verdere beslissing aan.
--- Zie ook het commentaar van Oliver Garner op European Law Blog, het commentaar van Anthony Arnull op EU Law Analysis en dit overzicht van Everaert advocaten van de verwachte verblijfsrechtelijke gevolgen van de Brexit per doelgroep.
--- Zie ve18002398 voor het tweede tussenvonnis in deze zaak.