Overslaan en naar de inhoud gaan

ve18002215 06-06-2018, ABRvS, 201701883/1/V1, ECLI:NL:RVS:2018:1738 - Prejudiciële vragen

Datum uitspraak
06-06-2018
Instantie
Raad van State
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:1738
Zaaknummer
201701883/1/V1
Redacteur
Gerd Westendorp
Trefwoorden
Verblijfsvergunning, intrekking
Verblijfsvergunning, verlenging
Richtlijn 2003/86 Gezinshereniging
Openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid
Gezinsleven
Strafrechtelijke procedure
Motivering
Kernbegrippen

Prejudiciële vragen / Motiveringseisen bij intrekking of weigering verlenging verblijfstitel gezinslid op openbare orde-grond / Art. 6 lid 2 Gezinsherenigingsrichtlijn / Glijdende schaal / Belangenafweging

Inhoud

De SvJ&V heeft de VVR bepaalde tijd van de Indiase vreemdeling ingetrokken, zijn aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
De ABRvS verzoekt het HvJ EU bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de volgende vragen:
1. Moet art. 6 lid 2 Richtlijn 2003/86/EG (Gezinsherenigingsrichtlijn, ve03001574) aldus worden uitgelegd dat voor de intrekking of weigering van verlenging van een verblijfstitel van een gezinslid om redenen van openbare orde, is vereist dat wordt gemotiveerd dat de persoonlijke gedragingen van het desbetreffende gezinslid een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen?
2. Indien vraag 1 ontkennend moet worden beantwoord, welke motiveringseisen moeten volgens art. 6 lid 2 Richtlijn 2003/86/EG gelden voor de intrekking of weigering van verlenging van een verblijfstitel van een gezinslid om redenen van openbare orde?
Moet art. 6 lid 2 Richtlijn 2003/86/EG aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale praktijk volgens welke een verblijfstitel van een gezinslid kan worden ingetrokken of verlenging daarvan kan worden geweigerd om redenen van openbare orde, indien de straf of maatregel waartoe het desbetreffende gezinslid is veroordeeld, hoog genoeg is t.o.v. de duur van het rechtmatig verblijf in Nederland (de 'glijdende schaal'), waarbij aan de hand van de criteria uit EHRM 2 augustus 2001, Boultif t Zwitserland, JV 2001/254 nt. Boeles (ve02000764) en EHRM 18 oktober 2006, Üner t Nederland, JV 2006/417 nt. Boeles (ve06001382) een belangenafweging wordt gemaakt tussen het belang van het desbetreffende gezinslid om in Nederland het recht op gezinshereniging uit te oefenen enerzijds en het belang van de Nederlandse staat om de openbare orde te beschermen anderzijds?
Schorst de behandeling van het hoger beroep van de vreemdeling tegen VK Amsterdam 3 februari 2017, 16/26607, en houdt iedere verdere beslissing aan.
--- Persbericht RvS
--- Deze uitspraak is op Curia te vinden onder het nummer C-381/18 en naam G.S.. Zie voor coördinaten van de zaak HvJEU.