Overslaan en naar de inhoud gaan

ve21002317 28-07-2021, ABRvS, 202005934/1/V3, ECLI:NL:RVS:2021:1626

Datum uitspraak
28-07-2021
Instantie
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1626
Zaaknummer
202005934/1/V3
Redacteur
Chretienne Peeters
Kernbegrippen

Asiel / Statushouder Griekenland / Griekse wetswijziging / AIDA-rapport / Griekse autoriteiten kunnen niet voorkomen dat statushouders in een situatie terechtkomen waarin zij niet kunnen voorzien in basisbehoeften / Interstatelijk vertrouwensbeginsel / Arrest Ibrahim

Inhoud

Asielaanvraag niet ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling reeds een asielvergunning heeft gekregen in Griekenland. Beroep hiertegen ongegrond verklaard.
De Griekse wetswijziging van maart 2020 waar het AIDA-rapport van 23 juni 2020 melding van maakt, heeft o.a. tot gevolg dat een statushouder binnen één maand zelfstandige woonruimte moet vinden, niet langer aanspraak kan maken op materiële voorzieningen voor asielzoekers en alleenstaande minderjarigen de opvang dienen te verlaten dertig dagen nadat zij meerderjarig worden. Het inkorten van de termijn waarbinnen statushouders de opvang moeten verlaten en materiële verstrekkingen worden beëindigd, raakt statushouders die vanuit Nederland terugkeren naar Griekenland niet direct. Dit neemt echter niet weg dat uit de bronnen volgt dat de druk op voorzieningen voor statushouders als gevolg van de wetswijziging aanzienlijk is toegenomen. Het inkorten van de termijn waarbinnen statushouders de opvang moesten verlaten, had immers tot gevolg dat grote groepen vluchtelingen met een recent verkregen status op korte termijn andere huisvesting moesten vinden. De wetswijziging ging bovendien gepaard met een significante toename van het aantal positieve beslissingen op asielaanvragen, wat de druk op de beschikbare voorzieningen nog verder deed toenemen. Uit het rapport van RSA van maart 2021 volgt dat het risico op dakloosheid op dat moment nog steeds hoog was. Verder volgt uit de stukken dat sinds de zomer van 2020 duizenden statushouders dakloos zijn geworden nadat zij de opvang binnen dertig dagen na statusverlening moesten verlaten. Een deel van hen werd door de autoriteiten teruggeplaatst in asielzoekerskampen of detentiecentra, maar zonder officiële registratie en onder erbarmelijke omstandigheden. Terugkerende statushouders niet in aanmerking voor huursubsidie via het HELIOS 2- programma. Andere instanties die statushouders ondersteunen zijn er voor zover bekend op dit moment niet. Voorts blijkt uit de stukken dat statushouders die vanuit een andere lidstaat terugkeren naar Griekenland en niet meer in het bezit zijn van hun verblijfsvergunning - of deze nooit hebben ontvangen - maanden moeten wachten tot deze opnieuw afgegeven wordt. Dit bemoeilijkt vervolgens ook hun toegang tot huisvesting, sociale voorzieningen, zorg en de arbeidsmarkt.
Uit het vorenstaande komt het beeld naar voren dat de Griekse autoriteiten, ondersteund door verschillende ngo's, weliswaar niet onverschillig staan tegenover de situatie van statushouders, maar dat zij in de praktijk vaak niet kunnen voorkomen dat statushouders in een situatie terecht komen waarin zij niet kunnen voorzien in de belangrijkste basisbehoeften, zoals wonen, eten en zich wassen. De SvJ&V heeft daarom niet deugdelijk gemotiveerd dat hij t.a.v. Griekenland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan en dat de leefomstandigheden die statushouders bij terugkeer naar Griekenland te verduren krijgen niet de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid van het arrest Ibrahim (ve19000806, JV 2019/90 nt H. Battjes) bereiken.
Hoger beroep vreemdeling gegrond; vernietigt rb Rotterdam 2 november 2020 in zaak nr. NL20.17902; beroep gegrond.
--- Zie ook uitspraak van gelijke strekking van dezelfde datum: ve21002309
--- Persbericht ABRvS