Overslaan en naar de inhoud gaan

ve21001193 16-04-2021, ABRvS, 201908607/1/V3, ECLI:NL:RVS:2021:788

Datum uitspraak
16-04-2021
Instantie
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:788
Zaaknummer
201908607/1/V3
Redacteur
Gerd Westendorp
Kernbegrippen

Intrekking verblijfsvergunning 'Au-pair' / Wijziging beperking in 'verblijf als familie- of gezinslid' / Chavez verblijfsrecht niet uitsluitend voor ouders, maar ook in andere familieverhoudingen / Afhankelijkheidsverhouding in casu onvoldoende

Inhoud

Intrekking verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd 'au-pair' met terugwerkende kracht en aanvraag wijziging beperking van die vergunning afgewezen. Gedurende zijn verblijf is de vreemdeling een relatie begonnen met referent en heeft hij een aanvraag ingediend om het verblijfsdoel van zijn vergunning te wijzigen naar 'verblijf als familie- of gezinslid'. In hoger beroep gaat het over de vraag of de rb daarnaast ook het beroep op het arrest Chavez Vilchez, JV 2017/143 nt C.A. Groenendijk, ve17000895, gegrond had moeten verklaren. Deze uitspraak maakt deel uit van een cluster van drie uitspraken over het verblijfsrecht a.b.i. het arrest Chavez. In twee andere uitspraken van vandaag gaat de Afdeling in op de vraag wanneer sprake is van een afhankelijkheidsverhouding a.b.i. het arrest (ECLI:NL:RVS:2021:790) en de vraag of het arrest succesvol kan worden ingeroepen als de vreemdeling al een verblijfsrecht in een andere lidstaat heeft (ECLI:NL:RVS:2021:789).
1. De beginselen die het HvJEU in zijn rechtspraak heeft ontwikkeld over een afgeleid verblijfsrecht ingevolge art. 20 VWEU, zijn niet uitsluitend van toepassing als het gaat om ouders met minderjarige kinderen, maar ook in andere familieverhoudingen, zoals samengestelde gezinnen (O., S. en L., ve12002415) en volwassenen uit hetzelfde gezin (K.A., JV 2018/108 nt P. Boeles, ve18001034). De rechtspraak van het HvJEU biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat die beginselen niet ook van toepassing zijn als het gaat om pleegouders en pleegkinderen, of stiefouders en stiefkinderen. Daarnaast is niet uitgesloten dat de beginselen in uitzonderlijke situaties ook in het geval van grootouders en kleinkinderen zouden kunnen opgaan. Ook in die gevallen is het aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat tussen hem en de burger van de Unie een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat, dat een weigering van een verblijfsrecht ertoe zal leiden dat de burger van de Unie gedwongen zal zijn het grondgebied van de Unie te verlaten. 
2. De verhouding tussen een au pair en een kind zijn niet te vergelijken met de rol van een ouder die de wettelijke, financiële en affectieve last draagt. Hoewel inherent is aan het zijn van au pair dat bepaalde zorg- en opvoedtaken worden verricht, is dit naar zijn aard immers tijdelijk van aard. Dat laat onverlet dat in zeer uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn van een afhankelijkheidsverhouding a.b.i. het arrest Chavez, wanneer er, zoals de vreemdeling in dit geval heeft betoogd, een affectieve relatie is ontstaan tussen de au pair en de werkgever, waardoor de status van au pair in die relatie irrelevant is geworden en de vreemdeling de in het arrest beschreven zorg- en opvoedingstaken verricht. Het is aan een vreemdeling de gegevens te verschaffen die volgens hem aantonen dat van een afhankelijkheidsverhouding a.b.i. het arrest Chavez sprake is. 
3. De rb heeft terecht geoordeeld dat de vreemdeling met de overgelegde stukken niet heeft gestaafd dat tussen hem en de kinderen een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat, dat de weigering om hem verder verblijf te verlenen erop neerkomt dat de kinderen gedwongen zullen worden om hem naar Vietnam te volgen.
Hoger beroep vreemdeling kennelijk ongegrond; bevestigt VK Utrecht 1 november 2019, 19/2673 en 19/3411.

Aanvullende opmerkingen
Wet