Is een verblijfsrecht o.g.v. 20 VWEU tijdelijk van aard?
08/12/2020
De vreemdelingenkamer van de rechtbank Amsterdam heeft op 24 november 2020 Het HvJEU prejudiciële vragen gesteld over de tijdelijkheid van een verblijfsrecht op grond van art. 20 VWEU. In de aangehouden procedure gaat het om een Ghanese moeder die een 'Chavez-vergunning' heeft sinds 2013 bij haar in 2002 geboren Nederlandse zoon. Haar aanvraag in 2019 voor een 'EU verblijfsvergunning langdurig ingezetene' was afgewezen omdat haar verblijfrecht tijdelijk van aard is.