Overslaan en naar de inhoud gaan

Nieuws

Vreemdelingen onevenredig zwaar getroffen door signalering in SIS

17/06/2010

Nieuwsbericht

De Nationale ombudsman heeft uit eigen beweging een onderzoek gedaan naar de praktijk rond de signalering van ongewenste vreemdelingen in het Schengen Informatie Systeem (SIS) en de weigering van toegang tot Nederland van deze vreemdelingen. De ombudsman stelt dat er onvoldoende waarborgen zijn om een evenredige uitvoering van het SIS te garanderen. Ook is de informatievoorziening aan gesignaleerde vreemdelingen over opname in het SIS en mogelijke rechtsmiddelen hiertegen onvolledig.

In het rapport van 17 juni 2010 (ve10000876) is de No van oordeel dat de uitvoeringspraktijk op een aantal essentiële punten onbehoorlijk is en de belangenafweging niet in alle gevallen evenredig is zoals art. 8 EVRM vereist. De No beveelt aan de gehele keten (van signalering t/m beoordeling van een verzoek tot toegang) in heroverweging te nemen, om te voorkomen dat de vreemdeling onevenredig zwaar getroffen wordt door dit systeem. De No doet de volgende aanbevelingen:
- De IND voert geen op de feiten toegesneden proportionaliteitstoets uit alvorens tot signalering over te gaan. Per individueel geval moet worden bekeken of er wellicht verzachtende omstandigheden zijn en of signalering geen onevenredige consequenties heeft voor de vreemdeling;
- Het automatische karakter van de weigering toegang na signalering betekent dat de signalering rechtsgevolgen met zich meebrengt en dus een besluit is in de zin van Awb waartegen bezwaar en beroep open staan;
- Per verzoek tot toegang moet expliciet onderzocht worden of er redenen zijn om de vreemdeling ondanks de signalering toch toe te laten;
- Soms vindt bij de afweging of tot signalering wordt overgegaan wel een belangenafweging plaats. De afwegingen die hierbij een rol spelen zijn echter niet inzichtelijk en controleerbaar, wat leidt tot willekeur. Eventuele uitzonderingen, waarbij niet tot signalering wordt overgegaan, zouden moeten worden vastgelegd en gemotiveerd.
- De informatievoorziening aan gesignaleerde vreemdelingen over opname in het SIS en mogelijke rechtsmiddelen hiertegen is onvolledig. De als ongewenst gesignaleerde vreemdelingen moeten, naast mondeling, ook schriftelijk op de hoogte worden gebracht van hun signalering en daarbij worden gewezen op rechtsmiddelen die hen ter beschikking staan om deze signalering aan te vechten. [PdM/SSc]

Eerste Kamer akkoord met wijziging Rwn

16/06/2010

Nieuwsbericht

Op 15 juni 2010 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel 31813 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Het voorstel behelst aanpassingen m.b.t. de afstandseis, beheersing Nederlands als voorwaarde voor naturalisatie, ontneming Nederlanderschap bij ernstige delicten en een regeling voor latente Nederlanders. Er wordt naar gestreefd deze wetswijziging op 1 oktober 2010 in werking te laten treden.

Het wetsvoorstel (ve09000235) leidt tot de volgende wijzigingen:
-   schrapping van een uitzondering op de afstandseis: meerderjarigen die een deel van hun jeugd in het Koninkrijk hebben doorgebracht en willen opteren voor het Nederlanderschap, zullen afstand moeten doen van hun niet-Nederlandse nationaliteit.
-   bij hoofdverblijf op de Antillen en Aruba wordt beheersing van het Nederlands een voorwaarde voor naturalisatie naast beheersing van de taal die op het eiland van het hoofdverblijf gangbaar is.
-   latente Nederlanders, kinderen die vóór 1985 uit een Nederlandse moeder zijn geboren, maar het Nederlanderschap niet via de moeder hebben verkregen, kunnen alsnog voor het Nederlanderschap opteren.
-   de mogelijkheid tot intrekking van het Nederlanderschap na een strafrechtelijke veroordeling voor een delict waarbij de essentiële belangen van het Koninkrijk ernstig zijn geschaad. [ssc]

Visumaanvragen in Turkije voortaan via iDATA

01/06/2010

Nieuwsbericht

Aanvragen voor een visum (zowel Schengenvisum met als hoofddoel Nederland als MVV) worden niet meer rechtstreeks ingenomen door de Nederlandse vertegenwoordiging, maar moeten worden ingediend bij het outsourcing bureau iDATA.

Vanaf 14 mei 2010 zijn aanvragen bij IData Istanbul mogelijk en vanaf 1 juni ook in Ankara. iDATA zal de visum klanten informeren, de visumaanvragen aannemen en het verzorgen van het uitreiken van de beslissingen.
In verband met de drukte adviseert iDATA om aanvragen in Ankara vanaf 7 juni 2010 in te dienen als niet voor 21 juni wordt gereisd.
Meer informatie is te vinden op de websites van iDATA en de Nederlandse Ambassade in Ankara.
NB: De outsourcing in Turkije is inmiddels (juli 2017) beperkt tot de landen Duitsland en Italië Zie ook ve10000741. [SSc/WV]

Boetes art. 15 Wav opgelegd in strijd met vrij verkeer van diensten

21/05/2010

Nieuwsbericht

De Afdeling Bestuursrechtspraak heeft in een uitspraak van 19 mei 2010, waar het ging om grensoverschrijdende dienstverrichting, geoordeeld dat de verplichting o.g.v. 15 Wav voor een werkgever, die door een vreemdeling arbeid laat verrichten bij een andere werkgever, om bij de aanvang van de arbeid onverwijld zorg te dragen dat de werkgever bij wie de arbeid feitelijk wordt verricht een afschrift ontvangt van het identiteitsdocument van de vreemdeling een disproportionele beperking vormt van het vrij verkeer van diensten.

In de uitspraak van 19 mei (ve10000725) ging het om arbeid (ijzervlechten bij de bouw van een appartementencomplex) verricht door een vreemdeling met de Joegoslavische nationaliteit, in het bezit van een verblijfsvergunning voor Duitsland en in dienst van een Duits bedrijf C. Het werk was door aannemer A. uitbesteed aan B. die het verwerken van het wapeningsstaal weer uitbesteedde aan bedrijf C., die de werkzaamheden heeft verricht met o.a. de betreffende vreemdeling.
De Afdeling overweegt dat in de boeterapporten is vermeld dat de inspecteurs van de Arbeidsinspectie de identiteit van de vreemdeling konden vaststellen aan de hand van een in de administratie van B. aanwezige kopie van het identiteitsbewijs van de vreemdeling. Voorts is daarin opgenomen dat de inspecteurs hebben vastgesteld dat de vreemdeling in dienst was bij C. en de werkzaamheden heeft verricht in het kader van aanneming van werk. Hieruit volgt dat de inspecteurs aan de hand van de in de administratie van B. aanwezige kopie van het identiteitsdocument van de vreemdeling in samenhang met de kopieën van de arbeidsovereenkomst tussen de vreemdeling en C. en aannemingsovereenkomsten tussen A. en B. en B. en C., hebben kunnen vaststellen dat van illegale tewerkstelling geen sprake was, aangezien de werkzaamheden zijn verricht i.h.k.v. grensoverschrijdende dienstverrichting. Voor de werkzaamheden was geen TWV vereist. De eisen van art. 15 lid 1 en 2 Wav gaan derhalve in dit geval verder dan ter bereiking van het door de minister omschreven doel (de Arbeidsinspectie een instrument bieden met het oog op het toezicht en de opsporing van illegale tewerkstelling) noodzakelijk is, zodat deze disproportioneel zijn. De Afdeling concludeert dat de aan B. en A. o.g.v. art. 15 Wav opgelegde boetes in strijd met het in art. 49 EG-Verdrag, thans art. 56 VWEU (ve08000709), verankerde vrij verkeer van diensten zijn opgelegd.
De Afdeling had in een uitspraak van 17 maart 2010 (JV 2010/179, ve10000426) over de notificatieregeling (art. 1e Besluit uitvoering Wav) al geoordeeld dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG (thans EU) volgt dat de situatie waarin een lidstaat het verrichten van diensten vanuit een andere lidstaat met gebruikmaking van in dienst zijnde werknemers waarvoor het vrij verkeer van werknemers nog niet geldt, afhankelijk stelt van de eis van een tewerkstellingsvergunning, een met het gemeenschapsrecht strijdige belemmering van het vrij verkeer van diensten inhoudt. [GW/WV]

IND gaat weer beslissingen nemen op aanvragen gezinsvorming

29/04/2010

Nieuwsbericht

Na het arrest Chakroun besloot de IND om, zolang de regelgeving nog niet is aangepast aan de gevolgen van het arrest, geen besluiten meer te nemen op lopende aanvragen als niet wordt voldaan aan de 120% norm. Hier komt nu een einde aan.

Op 12 maart 2010 (ve10000389) informeerde de Minister van Justitie de Tweede Kamer over de consequenties van het arrest Chakroun (ve10000350) voor het toetsingskader bij gezinshereniging.
Op 23 maart berichte de IND op haar website dat, zolang niet duidelijk is hoe de regelgeving moet worden aangepast, de IND op lopende aanvragen in het kader van gezinsvorming in ieder geval geen besluit zal nemen als niet wordt voldaan aan de 120% norm.
Op 29 april bericht de IND op haar website dat de aanpassing van de regelgeving enige tijd in beslag neemt en dat, om de beslissingen op aanvragen in de bedoelde gevallen niet nog meer te vertragen, vanaf heden weer op deze zaken wordt beslist. Daarbij gelden, totdat het Vb 2000 en de Vc 2000 zijn aangepast, voor aanvragen om verblijf bij (huwelijks)partner de volgende voorwaarden, waarbij niet langer van belang is of sprake is van gezinshereniging of gezinsvorming:
Middelenvereiste. Als voldoende middelen van bestaan wordt aangemerkt een netto inkomen dat gelijk is aan de bijstandsnorm voor echtparen en gezinnen als bedoeld in artikel 21 van de Wet werk en bijstand. Op dit moment bedraagt deze norm € 1.299,04 inclusief vakantiegeld en € 1.234,09 exclusief vakantiegeld.
Leeftijdsvereiste. De leeftijdseis van 21 jaar wordt voor gezinsvormers tijdelijk verlaagd naar 18 jaar. Deze leeftijd gold al voor gezinsherenigers. Beide partners moeten dus 18 jaar of ouder zijn.
Deze voorwaarden gelden voor aanvragen die nu openstaan en aanvragen die worden ingediend voor de inwerkingtreding van de te wijzigen regelgeving. [wv]

Uitspraak HvJEU inbreukprocedure legesheffing Turkse onderdanen

29/04/2010

Nieuwsbericht

Het Hof van Justitie EU heeft uitspraak gedaan op het op 16 februari 2007 door de Europese Commissie aanhangig gemaakte beroep tegen Nederland waarin de Commissie stelde dat de legestarieven die door Nederland sedert 1994 worden geëist van Turkse onderdanen voor verblijfsvergunningen, in strijd zijn met de standstill- en nondiscriminatiebepalingen van de Associatieovereenkomst, het Aanvullend Protocol en Besluit 1/80.

Het Hof had in oktober 2008 de behandeling van de zaak geschorst tot de uitspraak van het arrest van 17 september 2009 in de zaak Sahin (JV 2009/402, ve09001278).
Het Hof concludeert in het arrest van 29 april 2010 (ve10000639) dat de standstillbepalingen in art. 41, lid 1, Aanvullend Protocol en in art. 13 Besluit 1/80 vanaf de inwerkingtreding van deze bepalingen van toepassing zijn op alle leges die van Turkse staatsburgers worden geëist voor de afgifte van een verblijfsvergunning inzake een eerste toelating of voor de verlenging van een dergelijke vergunning.
In het arrest Sahin is geconcludeerd dat een legesregeling als daar aan de orde een ingevolge art. 13 Besluit 1/80 verboden beperking is, aangezien daarbij voor de behandeling van een aanvraag verlening of verlenging van een verblijfsvergunning van Turkse staatsburgers op wie art. 13 van toepassing is, een legesbedrag wordt geëist dat onevenredig is aan het bedrag dat in vergelijkbare omstandigheden wordt gevraagd van burgers van de Unie.
Hiermee moet rekening worden gehouden in deze zaak, die betrekking heeft op alle leges die sinds 1994 van Turkse staatsburgers zijn geëist voor de verlening en verlenging van verblijfsvergunningen, zoals die met name zijn gewijzigd in 2002, 2003 en 2005. Het verschil tussen de legesbedragen voor Turkse staatsburgers en voor burgers van de Unie is in 2003 en 2005 nog groter geworden dan in 2002, het jaar dat aan de orde was in de zaak Sahin. Bovendien heeft het beroep niet alleen betrekking op Turkse staatsburgers die werknemer zijn, zoals in de zaak Sahin, maar ook op personen die gebruik willen maken van de vrijheid van vestiging of van het vrij verrichten van diensten krachtens de Associatieovereenkomst.
Nederlanden kan het verschil tussen de legesbedragen niet rechtvaardigen o.g.v. de omstandigheid dat Turkse staatsburgers niet op even volledige wijze als burgers van de Unie in aanmerking komen voor het vrije verkeer van werknemers, de vrije vestiging of het vrije verrichten van diensten in de Unie. De Commissie beroept zich terecht op de non-discriminatiebepalingen (art. 9 Associatieovereenkomst en art. 10 Besluit 1/80) en op art. 59 Aanvullend Protocol om na te gaan of de litigieuze leges de situatie van de Turkse staatsburgers niet op een met de standstillbepalingen strijdige wijze verslechterden in vergelijking met de situatie van burgers van de Unie.
Niet kan worden uitgesloten dat van Turkse staatsburgers geëiste leges die enigszins hoger zijn dan de leges die burgers van de Unie verschuldigd zijn voor de afgifte van soortgelijke documenten, in bepaalde bijzondere gevallen geacht kunnen worden evenredig te zijn. De bedragen variëren echter en het laagste bedrag is meer dan twee derde hoger dan de leges die van burgers van de Unie worden geëist. Een dergelijk verschil is niet gering en de litigieuze leges zijn dan ook in hun geheel onevenredig.
Hieruit volgt dat Nederland, door voor de afgifte van verblijfsvergunningen een stelsel in te voeren en te handhaven van leges die onevenredig zijn aan de leges die van burgers van de lidstaten worden geëist voor de afgifte van soortgelijke documenten, en door dit stelsel toe te passen op Turkse staatsburgers die verblijfsrecht in Nederland hebben o.g.v. de Associatieovereenkomst, het Aanvullend Protocol of Besluit 1/80, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens art. 9 Associatieovereenkomst, art. 41, lid 1, Aanvullend Protocol en de artt. 10, lid 1, en 13 Besluit 1/80. [wv]

Maatschappelijke opvang voor vreemdeling zonder vergunning, maar geen bijstand

27/04/2010

Nieuwsbericht

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in een uitspraak van 19 april 2010 dat een uit Algerije afkomstige vreemdeling, die in afwachting van de uitkomst van zijn procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning in Nederland mag blijven, recht heeft op maatschappelijke opvang door de gemeente.

Het verzoek van de uit Algerije afkomstige vreemdeling om maatschappelijke opvang (nachtopvang) is door het College van B&W Rotterdam afgewezen, omdat de Wet maatschappelijke ondersteuning het verstrekken van voorzieningen aan vreemdelingen zonder verblijfsvergunning uitsluit. De vreemdeling heeft ernstige medische klachten. Het onthouden van nachtopvang leidt er toe dat de geboden medische noodhulp weinig effect heeft. De Raad overweegt in de uitspraak (ve10000634) dat het onthouden van nachtopvang in deze situatie in strijd is met het recht op bescherming van privé- en gezinsleven, als bedoeld in art. 8 EVRM.
De gemeente moet onderzoeken of de Algerijn in aanmerking komt voor opvang door het Centraal orgaan opvang asielzoekers. In dat geval gaat de opvang door het COA voor boven de opvang door de gemeente. Zolang niet duidelijk is bij welke instantie de vreemdeling terecht kan, moet de gemeente maatschappelijke opvang bieden.
In een andere uitspraak van dezelfde datum (ve10000635) gaat het om een vreemdeling, afkomstig uit Turkije en eveneens in afwachting van de uitkomst van zijn procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning, die in het licht van art. 8 EVRM in vergelijkbare omstandigheden verkeert als de Algerijn.
De vreemdeling heeft ernstige medische klachten. Hij heeft medische verklaringen overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de geboden nachtopvang in een slaapzaal schadelijk is voor zijn gezondheid. Het recht op bescherming van privé- en gezinsleven, als bedoeld in art. 8 EVRM, brengt in dit geval mee dat door de Staat in adequate opvang moet worden voorzien, maar verplicht niet tot het verlenen van bijstand o.g.v. de WWB. [wv]

Prejudiciële vraag ABRvS over artikel 6 Besluit 1/80

16/04/2010

Nieuwsbericht

De Afdeling heeft 13 april 2010 aan het Hof van Justitie EU gevraagd of artikel 6 Associatiebesluit 1/80 er aan in de weg staat dat een verblijfsvergunning van een Turkse werknemer met terugwerkende kracht wordt ingetrokken.

In de bij de ABRvS aanhangige zaak (ve10000568) betreft het een Turkse vreemdeling ten aanzien van wie de staatssecretaris van Justitie bij besluit van 28 december 2007 heeft beslist dat, nu de relatie met zijn partner sinds 2 april 2007 feitelijk is verbroken, hij m.i.v. die datum niet voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend. Verder stelde de staatssecretaris dat zijn rechtmatig verblijf op 2 april 2007 is geëindigd en hij op dat moment korter dan één jaar legale arbeid had verricht bij de werkgever waar hij op 8 mei 2006 in dienst was getreden. Daarom komt hij niet in aanmerking voor voortgezet verblijf o.g.v. de Associatieovereenkomst EEG-Turkije, aldus de staatssecretaris.
Indien het in een uitspraak van 16 juli 2008 uitgesproken oordeel van de ABRvS in een andere zaak (JV 2009/3, ve08001952) wordt toegepast op deze zaak zou het verblijfsrecht van de vreemdeling vanaf 2 april 2007 niet langer onomstreden zijn, waardoor geen sprake zou zijn van minimaal een jaar legale arbeid, bedoeld in art. 6, eerste lid, eerste streepje, Besluit 1/80. Het is evenwel de vraag of dat oordeel in overeenstemming is met Besluit 1/80, gelet op het nadien door het Hof gewezen arrest Altun (JV 2009/43, ve08002110), waarin is overwogen dat de intrekking van een verblijfsvergunning wegens een frauduleuze handeling van een Turkse werknemer geen gevolg heeft voor het verblijfsrecht van de gezinsleden van die werknemer o.g.v. art. 7, eerste alinea, eerste streepje, Besluit 1/80, indien deze gezinsleden op de datum waarop de nationale autoriteiten hebben besloten de verblijfsvergunning in te trekken, voormeld verblijfsrecht hebben verworven, omdat elke andere uitleg zou indruisen tegen het rechtszekerheidsbeginsel.
Verder gaat de Afdeling er niet van uit dat het arrest m.b.t. de door de VK Roermond (JV 2008/23, ve07002118) gestelde prejudiciële vragen (Pehlivan, C-484/07, terechtzitting 15 april 2010; ve10000500) voldoende aanknopingspunten zal bevatten om de aanhangige zaak te beslechten.
De ABRvS stelt daarom de volgende prejudiciële vraag:
“Staat art. 6, eerste lid, eerste streepje, Besluit 1/80, mede gelet op het rechtszekerheidsbeginsel, eraan in de weg dat, in een situatie waarin geen sprake is van frauduleuze handelingen, de bevoegde nationale autoriteiten na het verstrijken van de termijn van een jaar van voormeld art. 6, eerste lid, eerste streepje, de verblijfsvergunning van een Turkse werknemer met terugwerkende kracht intrekken vanaf het tijdstip dat niet langer werd voldaan aan de nationaalrechtelijke grond voor verlening van de verblijfsvergunning?” [wv]

Pilot religieus verblijf van start

15/04/2010

Nieuwsbericht

De IND heeft vooruitlopend op de invoering van het Modern Migratiebeleid met ingang van 9 april 2010 een pilot religieus verblijf ingericht.

De pilot is beschreven in WBV 2010/7 (ve10000565) waarbij een paragraaf 7 ‘Pilot religieus verblijf’ aan hoofdstuk B19 ‘Verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden’ van de Vc 2000 is toegevoegd.
De pilot biedt de mogelijkheid om nader kennis te maken met de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in hun rol als referent. Tevens biedt de pilot de mogelijkheid om nadere invulling te kunnen geven aan de Wav uitvoeringsregels ten aanzien van religieuzen, in het bijzonder in welke gevallen toetsing op betaling van tenminste het wettelijk minimumloon bij aanvragen om een tewerkstellingsvergunning achterwege kan blijven en in welke gevallen kan worden afgezien van de verplichte vacaturemelding en de arbeidsmarkttoets.
De verblijfsvergunning wordt verleend voor ten hoogste één jaar onder de beperking ‘verblijf conform beschikking Minister’ en wordt aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht.
De pilot heeft een tijdelijk karakter en eindigt uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van het Modern Migratiebeleid. [wv]

Notificatieregeling art. 1e Besluit uitvoering Wav ondeuglijk

17/03/2010

Nieuwsbericht

De ABRvS heeft geoordeeld dat de op 1 december 2005 in werking getreden 'notificatieregeling' geen wettelijke grondslag heeft. Dit betekent dat in geval van grensoverschrijdende dienstverlening van werknemers bij het achterwege blijven van notificatie (dan wel het niet volledig of niet tijdig notificeren), geen bestuurlijke boete op grond van de Wav kan worden opgelegd.

De notificatieregeling is opgenomen in artikel 1e Uitvoeringsbesluit Wav en voorziet er in dat voor onderdanen van die Lid-Staten waarvoor het vrij verkeer van werknemers nog niet geldt in geval van zogenoemde "zuivere" dienstverlening, bijvoorbeeld aanneming van werk, de eis van een tewerkstellingsvergunning is vervallen. Voor die gevallen kan worden volstaan met een melding door de werkgever van de arbeid in Nederland voor de aanvang daarvan aan de CWI. Bij het niet voldoen aan de vereisten van die regeling herleeft de in art. 2 lid 1 Wav neergelegde eis om over een tewerkstellingsvergunning te beschikken.
De Afdeling overweegt in de uitspraak dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG (thans EU) volgt dat de situatie waarin een lidstaat het verrichten van diensten vanuit een andere lidstaat met gebruikmaking van in dienst zijnde werknemers waarvoor het vrij verkeer van werknemers nog niet geldt, afhankelijk stelt van de eis van een tewerkstellingsvergunning, een met het gemeenschapsrecht strijdige belemmering van het vrij verkeer van diensten inhoudt (art. 49 EG-Verdrag, thans art. 56 VWEU (ve08000709)). [wv]