Overslaan en naar de inhoud gaan

Nieuws

Recht op verblijf van verzorgende ouder bij kind van EU-werknemer: geen middeleneis

16/03/2010

Nieuwsbericht

Het Hof van Justitie EU heeft het recht van verblijf gepreciseerd van een verzorgende ouder bij een kind van een voormalige EU werknemer, als dat kind een schoolopleiding geniet.

Het gaat om de arresten Ibrahim (23 februari 2010, C-310/08, ve10000298) en Texeira (23 februari 2010, C-480/08, ve10000300). Aan de verzorgende ouder komt een verblijfsrecht toe zonder dat als voorwaarde wordt gesteld dat deze beschikt over voldoende bestaansmiddelen en een volledige ziektekostenverzekering. Dat recht eindigt bij de meerderjarigheid van het kind (18 jaar), tenzij het kind de aanwezigheid en de zorg van die ouder nog nodig heeft om zijn opleiding te kunnen voortzetten en voltooien.
Zie ook het eerdere arrest Baumbast (17 september 2002, C-413/99, ve03000284, rechtsoverwegingen 68 – 75). [pb]

Toelatingseisen gezinshereniging en gezinsvorming gelijkgetrokken

12/03/2010

Nieuwsbericht

De ministerraad heeft er mee ingestemd om, naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie EU in de zaak Chakroun, de toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging en gezinsvorming gelijk te trekken. Voortaan geldt de algemene eis van een stabiel en regelmatig inkomen, waarbij het minimumloon als referentiepunt dient. Verder wordt de minimumleeftijd voor beide partners 21 jaar.

Volgens het arrest van 4 maart 2010 (ve10000350), waarin het Hof antwoord gaf op prejudiciële vragen van de ABRvS (ve09000036) over de uitleg van Gezinsherenigingsrichtlijn 2003/86 (ve03001574), mogen lidstaten van de EU in hun voorwaarden voor toelating geen onderscheid maken tussen gezinsvormers en gezinsherenigers. In het Nederlandse beleid werd dit onderscheid wel gemaakt. Bij gezinshereniging moesten beide partners beide minimaal 18 jaar oud zijn en lag de inkomenseis voor gezinshereniging op de bijstandsnorm. Bij gezinsvorming moesten beide partners minimaal 21 jaar oud zijn en lag de inkomenseis op 120 procent van het minimumloon. Het Hof sprak echter uit dat, hoewel stabiele, regelmatige en voldoende inkomsten gevraagd mogen worden, deze hogere inkomenseis voor gezinsvormers in strijd is met de Richtlijn. Het Hof gaf daarbij ook aan dat steeds een individuele beoordeling van de omstandigheden noodzakelijk is.
Als gevolg van de beleidswijzigingen zal de instroom van gezinsvormers naar verwachting kunnen stijgen omdat de inkomenseis wordt verlaagd. Tegelijkertijd wordt er voor de komende jaren een daling van de totale instroom voorzien als gevolg van de verhoging van de leeftijdseis voor gezinshereniging. Bovendien zullen binnenkort de eisen voor het basisexamen inburgering in het buitenland worden verhoogd.
De beleidswijzigingen zijn in de brief van 12 maart 2010 (ve10000389) aan de Tweede Kamer meegedeeld en betreffen de minimaal noodzakelijke aanpassing om aan de uitspraak van het Hof gevolg te geven.
Voor zover aanvragen om gezinsvorming op het moment van de uitspraak op 4 maart in rechte onaantastbaar waren geworden ziet de Minister van Justitie geen mogelijkheid op deze beslissingen terug te komen. Het staat betrokkenen wel vrij een nieuwe aanvraag in te dienen. [wv]

Beleidskader toelating wegens dreiging van eergerelateerd geweld

05/03/2010

Nieuwsbericht

Op 3 maart 2010 is voor vreemdelingen die dreigen slachtoffer te worden van eergerelateerd geweld en die niet (meer) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning o.g.v. het huidige beleid, een beleidskader voor toelating in werking getreden.

Het beleidskader definieert hetgeen onder eergerelateerd geweld wordt verstaan en stelt de voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning verleend kan worden en is opgenomen in het WBV 2010/2 van 19 februari 2010 (Staatscourant 2010, nr. 3114; ve10000346), waarbij een nieuw hoofdstuk B20 aan de Vc 2000 wordt toegevoegd. Verder is voorzien in een vrijstelling van het mvv-vereiste; de mogelijkheid dat een aanvraag schriftelijk wordt ingediend en een legesvrijstelling.
Indien de vreemdeling naar Nederland komt om dreigend eergerelateerd geweld te ontvluchten is de asielprocedure de aangewezen weg.
Indien de vreemdeling pas in Nederland te maken krijgt met een dreiging van eergerelateerd geweld in Nederland, dan is de reguliere procedure de meest aangewezen weg.
Voor verlening van een verblijfsvergunning, moet naast dreiging in Nederland, ook dreiging in het land van herkomst aanwezig te zijn. Dan kan immers aannemelijk zijn dat betrokkene zich niet aan het gevaar in Nederland kan onttrekken door zich in het land van herkomst te vestigen.
De bij een toegelaten slachtoffer van eergerelateerd geweld verblijvende minderjarige kinderen kunnen een verblijfsvergunning krijgen, waarvan de geldigheidsduur aansluit bij de geldigheidsduur van de vergunning van de hoofdpersoon.
De vergunning zal, totdat eventueel een nieuwe beperking in het Vb 2000 wordt opgenomen, o.g.v. art. 3.4 lid 3 Vb 2000 worden verleend ‘conform beschikking Staatssecretaris’. [wv]

Controversieel verklaarde onderwerpen

05/03/2010

Nieuwsbericht

De vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer heeft besloten diverse wetsvoorstellen en beleidsonderwerpen "controversieel te verklaren".

Blijkens de Besluitenlijst van de extra-procedurevergadering van dinsdag 2 maart 2010 van de commissie zijn ondermeer de volgende onderwerpen controversieel.
- Wijziging van de Vw 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen (31549)
- Goedkeuring van het op 18 december 2002 te New York tot stand gekomen Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (31797-(R1871))
- Brief SvJ 14 december 2009, Standpuntverkennende notitie ‘Visie op bescherming’ (19637, 1314)
- Brief SvJ 11 december 2009, Herijking beleid (alleenstaande) minderjarige vreemdelingen (27062, 64)
- Brief MvJ 9 juni 2009, Toezeggingen en motie mensenhandel (28638, 42)
- Brief SvJ 30 juni 2009, Reactie m.b.t. de WWB-uitkering van jonge slachtoffers van mensenhandel (2009Z12747)
- Brief MvJ 19 november 2009, 7e rapportage Nationaal Rapporteur Mensenhandel en taakuitbreiding, (28638, 46)
- Brief MvJ 21 januari 2010, Reactie op 7de rapportage van de NRM (28638, 47)
- Brief MvJ 16 november 2009, Huwelijksdwang en achterlating (32175, 2)
- Brief MvJ 27 januari 2010, Kabinetsreactie onderzoek polygame huwelijken (32123, VI, 83)
M.b.t. het voorstel van wet van de leden Pechtold en Van der Ham tot wijziging van de Vw 2000 ter verbetering van de rechtsbescherming in asielzaken (30830) zal de commissie zich uitspreken op het moment dat de nota naar aanleiding van het verslag is ontvangen. [wv]

HvJEU arrest Chakroun over het middelenvereiste

04/03/2010

Nieuwsbericht

Uit het arrest van het Hof van Justitie EU van 4 maart 2010 volgt dat het hanteren van een inkomenseis van 120 procent van het minimuminkomen bij gezinsvorming in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook laat de Richtlijn niet toe voor de toepassing van de inkomenseis een onderscheid te maken tussen gezinshereniging en gezinsvorming.
Lidstaten kunnen wel een bepaald referentiebedrag vaststellen, maar niet een minimuminkomen bepalen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan, zonder enige concrete beoordeling van de situatie van iedere aanvrager. Verzoeken om gezinshereniging moeten individueel worden behandeld.

In het arrest (ve10000350) verklaart het Hof, naar aanleiding van het verzoek van 29 december 2008 van de Raad van State (JV 2009/55, ve09000036) om een prejudiciële beslissing, voor recht:
1. De zinsnede “beroep op het stelsel voor sociale bijstand” in art. 7 lid 1, sub c, Gezinsherenigingsrichtlijn 2003/86 (ve03001574) moet aldus worden uitgelegd, dat deze een lidstaat niet de mogelijkheid biedt een regeling voor gezinshereniging vast te stellen die ertoe leidt dat gezinshereniging niet wordt toegestaan aan een gezinshereniger die het bewijs heeft geleverd over stabiele en regelmatige inkomsten te beschikken om in zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en in die van zijn gezinsleden te kunnen voorzien, maar die, gelet op de hoogte van zijn inkomsten, toch een beroep zal kunnen doen op bijzondere bijstand om te voorzien in bijzondere, individueel bepaalde noodzakelijke kosten van het bestaan, op inkomensafhankelijke kwijtscheldingen van heffingen van lagere overheden of op inkomensondersteunende maatregelen in het kader van het gemeentelijk minimabeleid.
2. Richtlijn 2003/86 en met name art. 2 sub d daarvan, moet aldus worden uitgelegd, dat deze bepaling in de weg staat aan een nationale regeling die voor de toepassing van de inkomenseis als bedoeld in art. 7, lid 1,sub c, Richtlijn 2003/86 een onderscheid maakt naargelang een gezinsband is ontstaan vóór of na de komst van de gezinshereniger naar de gastlidstaat. [gw/wv]

Inbreuk procedure m.b.t. legesheffing langdurig ingezeten

02/03/2010

Nieuwsbericht

De Europese Commissie heeft op 28 januari 2010 besloten de inbreuk procedure tegen Nederland, over de hoogte van de legesheffing van onderdanen van derde landen en hun gezinsleden die de status van langdurig ingezetene aanvragen, aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De Commissie kan een bedrag van tussen 201 en 830 Euro voor de verwerking van een aanvraag voor de status van langdurig ingezetene, in vergelijking met de 30 Euro die door EU-burgers moet worden betaald voor een verblijfskaart, moeilijk als een “billijke” procedure beschouwen. De Commissie is van mening dat dergelijke hoge leges, ongeacht de vraag of zij een terechte vergoeding voor gemaakte kosten vormen, heel gemakkelijk een “middel om de uitoefening van het recht van verblijf door de rechthebbenden te belemmeren” kunnen zijn, zoals bedoeld in overweging 10 van de richtlijn.
Op 19 maart 2009 (ve09000883) bracht de Commissie het met redenen omkleed advies uit: Nederland vraagt hoge en onbillijke leges van onderdanen van derde landen en hun gezinsleden die de status van langdurig ingezetene aanvragen, en heeft daardoor niet voldaan aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2003/109 (ve05000181), in het bijzonder uit de artt 7, 8, 15 en 16 daarvan, gelezen in het licht van de overwegingen 2 en 10.
Op 25 mei 2009 (ve09000884) liet de Nederlandse regering de Commissie weten op dit moment geen aanleiding te zien om haar beleid aan te passen.
Op 28 januari 2010 besliste de Commissie de inbreuk procedure ex art 258 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU, ve08000709) (oud art. 226 VEG) aanhangig te maken bij het HvJEU. [wv]

Vernieuwd MigratieWeb online op 2 maart 2010

02/03/2010

Nieuwsbericht

In de nacht van 1 op 2 maart 2010 is het vernieuwde MigratieWeb online gegaan.
Bij Mededelingen kunt u een PDF bestand openen/downloaden met een beschrijving van de belangrijkste wijzigingen. [wv]

Aanscherping maximale termijnen voor tegenwerpen antecedenten

02/03/2010

Nieuwsbericht

De Staatssecretaris van Justitie heeft de Tweede Kamer op 26 januari 2010 geïnformeerd over haar voorstel tot verlenging van de maximale termijn voor het tegenwerpen van antecedenten in vreemdelingenrechtelijke procedures.

Het betreft geen strafrechtelijke of civielrechtelijke verjaringstermijn, maar een termijn gedurende welke een eens gesanctioneerd misdrijf gebruikt kan worden om de aanvraag tot het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning af te wijzen. De in de Vreemdelingencirculaire 2000 opgenomen maximale termijnen zullen worden gewijzigd zodat de delicten waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan zes jaren is gesteld, allemaal eenzelfde termijn hebben, met uitzondering van de levensdelicten. De thans geldende maximale termijn van 10 jaar wordt verdubbeld tot 20 jaar. Voor levensdelicten zal in het geheel geen termijn meer gelden.
In de brief van 26 januari (TK 19637, 1319, ve10000224) stelt de SvJ dat de beleidswijziging van kracht wordt tegelijk met de aanpassing van het Vb 2000 op grond van de maatregelen uit de brief van 30 oktober 2009 (TK 19637, 1306, ve09001510) ter bestrijding criminaliteit onder vreemdelingen n.a.v. WODC-rapport ‘Toepassing en aanscherping van de glijdende schaal’. [pb/wv]