ABRvS: Bahaddar toets verduidelijkt
22/06/2022
De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State heeft op 22 juni twee uitspraken gedaan waarin zij de zogenaamde Bahaddar beoordeling verduidelijkt. De beoordeling of een nationale procedureregel wegens bijzondere omstandigheden opzij moet worden gezet omdat het verboden is een vreemdeling uit te zetten naar een land waar hij wordt mishandeld of gemarteld, wordt de Bahaddar‑beoordeling genoemd, naar het arrest Bahaddar van het EHRM uit 1998 (ve02000470). In de uitspraak over een Iraakse vreemdeling, ve22001712, gaat de Afdeling in op wanneer de bestuursrechter moet beoordelen of zich ‘Bahaddar-omstandigheden’ voordoen in een bepaald geval en wanneer om die reden een nationale procedureregel niet moet worden toegepast. Daarbij gaat zij eerst in op het arrest en de nationale procedureregels en geeft zij een overzicht van haar rechtspraak over het buiten toepassing laten van een nationale procedureregel vanwege Bahaddar-omstandigheden. In het geval van de Iraakse vreemdeling waren de beroepsgronden te laat ingediend. Omdat de rechtbank echter “niet deugdelijk kon beoordelen” of de vreemdeling bij terugkeer naar Irak risico loopt op mishandeling of marteling, heeft zij de staatssecretaris opgedragen daar nader onderzoek naar te doen. De Afdeling bevestigt met de uitspraak van vandaag dit oordeel van de rechtbank. De andere uitspraak, ve22001713 gaat over een Iraanse vreemdeling. De Afdeling past de eerder genoemde uitspraak over het arrest Bahaddar meteen toe. De vreemdeling heeft bij de rechtbank bedreigingen overgelegd die zij via sociale media heeft ontvangen wegens haar seksuele gerichtheid en afvalligheid van de islam. De rechtbank heeft deze bedreigingen niet in haar oordeel betrokken. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank dit wel had moeten doen en dat de rechtbank in geval van Bahaddar omstandigheden bij een terugverwijzing alle beroepsgronden moet beoordelen en niet alleen de beroepsgrond die nog niet was beoordeeld.
--- Persbericht ABRvS