Overslaan en naar de inhoud gaan

Migratieweb - Uw online kennisbank

Migratieweb is de actuele juridische databank met nationale en internationale informatie over migratie. De redactie van Migratieweb wordt verzorgd door Stichting Migratierecht Nederland. Migratieweb is o.a. toegankelijk voor leden van de Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken (WRV). Ook gerechtelijke instanties en universiteiten maken gebruik van Migratieweb.

Nieuws

RCO: TWV voor Roemenen en Bulgaren niet moeilijker maken

22/04/2011

Nieuwsbericht

Het voornemen van minister Kamp om verkrijging van een TWV voor Roemenen en Bulgaren te bemoeilijken is onverantwoord en zorgt er voor dat de personeelsvoorziening in met name de land- en tuinbouw in gevaar komt.

Dit schrijft de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties (RCO), een samenwerkingverband van VNO-NCW, MKB en LTO in een brief (ve11001001) op 18 april 2011aan de minister van SZW. Op 11 april 2011 heeft de MvSZW aan de Kamer in een brief (ve11000938) en notitie (ve11000941) aangekondigd arbeidsmigratie van buiten de EU sterk te willen beperken. Uitgangspunt van het nieuwe beleid wordt dat een TWV slechts in uitzonderingsgevallen wordt afgegeven, aan de vraag naar arbeid moet in eerste instantie worden voldaan door de arbeidsreserve die nu al in Nederland aanwezig is. De RCO geeft aan dat de personeelsvoorziening hierdoor in gevaar komt. In de land- en tuinbouw, maar ook in andere economische sectoren is het in de praktijk niet mogelijk om werkzaamheden te laten verrichten door Nederlandse werknemers omdat het theoretische aanbod niet feitelijk beschikbaar blijkt te zijn voor de arbeidsmarkt.
Op dit moment geldt voor Roemenie en Bulgarije nog een TWV-plicht. De RCO vreest dat de mogelijkheden om een TWV voor Roemenen en Bulgaren te krijgen, onverantwoord worden beperkt. Deze beperkingen in het vrij verkeer van werknemers binnen de EU zijn een verkeerde aanpak van het probleem van participatie in Nederland. Het brengt Nederlandse werkgevers in de problemen zonder dat de participatie in Nederland er daadwerkelijk door zal stijgen. Voor dat laatste zijn wezenlijke maatregelen noodzakelijk op het gebied van wetgeving en regelingen die de werking van onze eigen nationale arbeidsmarkt bepalen. [SSc]

Beleidsaanpassing verwesterde Afghaanse meisjes

14/04/2011

Nieuwsbericht

UPDATE NIEUWS 09-04-2011: Minister Leers heeft een nadere toelichting op de beleidsaanpassing m.b.t. verwesterde Afghaanse meisjes aan de Tweede Kamer gestuurd.

In deze brief van 13 april 2011 (ve11000922) wordt opnieuw ingegaan op de redenen voor  de beleidsaanpassing en wordt nogmaals benadrukt dat het te verwachten aantal personen waarop het beleid betrekking slechts is te schatten, zodat pas na beoordeling van individuele dossiers de effecten van het beleid duidelijk zullen zijn.
Op basis van dit nieuwe beleid wordt aan Sahar Hbrahimgel en haar familie een verblijfsvergunning verleend. Dit schrijft de minister op 8 april 2011 (ve11000885) aan de Tweede Kamer. Deze wijziging komt na een thematisch ambtsbericht (ve11000744) over de situatie van schoolgaande Afghaanse meisjes. Dit ambtsbericht bevat elementen die nieuw zijn ten opzichte van eerdere ambtsberichten en schetst een zorgelijke ontwikkeling. Zo blijkt dat ook als verwesterde meisjes erin slagen hun gedrag en attitude aan te passen aan de heersende normen, zij niet anoniem zijn. De noodzaak tot aanpassing, de geïsoleerde positie en de inferieure status van vrouwen en meisjes in Afghanistan leggen een grote psychosociale druk op hen.
Minister Leers ziet hierin aanleiding om in het landgebonden asielbeleid m.b.t. Afghanistan op te laten nemen dat in individuele gevallen, om klemmende redenen van humanitaire aard, van verwesterde meisjes niet kan worden verlangd terug te keren naar Afghanistan. Omstandigheden die bepalend zijn bij het beoordelen van de mate van verwestering zijn onder meer:
- een leeftijd van minimaal tien jaar, verblijfsduur van minimaal acht jaar.
- eventuele medische omstandigheden
- de samenstelling van het gezin.
Bij de beoordeling of sprake moet zijn van toepassing van art. 29, onder c Vw 2000 weegt zwaar mee of de duur van het verblijf niet primair te wijten is aan het frustreren van de terugkeer, bijvoorbeeld door het voeren van procedures enkel gericht op bemoeilijken van de terugkeer.
Direct na verschijning van het thematisch ambtsbericht zijn zaken waarin de hierboven omschreven verwestering speelt aangehouden (nieuws). De MvI&A zal de beoordeling van deze zaken, waarvan het aantal lastig is te schatten (ve11000672, nieuws), opnieuw ter hand nemen en daarbij rekening houden met de nieuwe beleidscriteria. Omdat in de zaak van Sahar wordt voldaan aan de genoemde criteria wordt aan haar en haar familie een verblijfsvergunning verleend. [SSc]

Minister Leers: arrest Ruiz Zambrano heeft zeer beperkte gevolgen

04/04/2011

Nieuwsbericht

Op dit moment ziet de Minister voor I&A geen aanleiding om meer gevolgen aan het arrest te verbinden, dan die waartoe de individuele feiten en omstandigheden van het arrest rechtstreeks aanleiding geven.

Dit schrijft de Minister in zijn brief van 31 maart 2011 (ve11000793) aan de Tweede Kamer naar aanleiding van het arrest van het HvJEU van 8 maart 2011 in de zaak Ruiz Zambrano (JV 2011/146, ve11000568). Hij is van mening dat het Hof vooral beoogd heeft een oplossing te bieden voor de specifieke casus van de minderjarige kinderen met de Belgische nationaliteit van het echtpaar Zambrano, dat de Colombiaanse nationaliteit heeft en die allen in België verblijven. Alleen in uitzonderlijke gevallen zal het gevolgen voor het Nederlandse vreemdelingenbeleid hebben. (*)
Hij komt tot dit standpunt o.g.v. het feit dat in Nederland geboren staatloze kinderen niet automatisch de Nederlandse nationaliteit krijgen. Wel kan zich de situatie voordoen, dat er ouders zijn met de nationaliteit van een derde land, die in Nederland verblijven met een minderjarig kind dat ten tijde van de geboorte staatloos was en na drie jaar toelating en hoofdverblijf hier te lande de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen d.m.v. optie. (**)
Indien deze ouders na de optieverklaring van hun kind niet (meer) zouden beschikken over een geldige verblijfsvergunning voor Nederland zal, als het minderjarige kind verder volledig afhankelijk is van zijn ouders, Nederland moeten instemmen met het verblijf van de ouders.
Indien (vervolg)uitspraken van het EU-Hof aanleiding zijn voor verdergaande gevolgen, worden deze uitspraken met het oog op mogelijke aanpassing van de Nederlandse vreemdelingenwet en -regelgeving bezien. (***)
(*) Pieter Boeles spreekt in zijn noot bij het arrest onder JV 2011/146 echter de verwachting uit dat het grote gevolgen zal hebben, nu de kortheid van de relevante overwegingen de indruk wekt dat het Hof een algemene uitspraak heeft willen doen waarvan de strekking niet wordt beperkt door verwijzing naar de bijzondere omstandigheden van het achterliggende geval.
Ook Ulli Jessurun d'Oliveira heeft het arrest van commentaar voorzien in A&MR 2011, nr. 2, Uitspraak van de maand - Unieburger in eigen land! (ve11000807). Hij acht het arrest van constitutionele betekenis voor de verschuivende verhouding tussen de EU en de lidstaten. De vrije ruimte van het nationale migratierecht ten opzichte van derdelanders wordt door het Unieburgerschap ingeperkt. Vandaar dat de staten na Zambrano in alle staten zijn. Wat de belangrijkste aan hun status van burger van de Unie ontleende rechten zijn, zal in veel nieuwe, soms schokkende, rechtspraak duidelijk moeten worden.
(**) Zie hierover ook ve10001995: Rb Zwolle 9 september 2010 (JV 2011/58 noot H. de Voer) en ve09001121: MR 2006, nr. 9, p. 314, ‘Het optierecht van in Nederland geboren staatloze kinderen op het Nederlanderschap’, G.R. de Groot.
(***) Het arrest van het HvJ in de zaak McCarthy (ve10002114) over Europees burgerschap wordt verwacht op 5 mei 2011.[WV]

VK Zwolle stelt prejudiciële vragen over basisexamen inburgering

04/04/2011

Nieuwsbericht

Op 31 maart 2011 heeft de Vreemdelingenkamer van de rechtbank Zwolle beslist prejudiciële vragen aan het HvJEU te stellen over de verenigbaarheid van het inburgeringsexamen in het buitenland met de Gezinshereningingsrichtlijn 2003/86.

Update: zie nieuws 20 juni 2011

De zaak betreft een Afghaanse vrouw, Bibi Mohammad Imra, aan wie werd geweigerd een MVV voor verblijf bij haar echtgenoot, Safi, en kinderen in Nederland te verlenen omdat is gebleken, noch aangetoond dat zij het basisexamen inburgering buitenland met goed gevolg heeft afgelegd dan wel voor vrijstelling daarvan in aanmerking komt.
De rechtbank vraagt zich in de uitspraak (ve11000798) op het daartegen ingesteld beroep af of het Nederlandse beleid om gezinsleden van derdelanders te verplichten eerst in het buitenland het basisexamen inburgering af te leggen alvorens naar Nederland te kunnen komen, art. 7 lid 2 Gezinsherenigingsrichtlijn (ve03001574) niet te strikt uitlegt en, gelet ook op hetgeen in het arrest Chakroun (punt 43, JV 2010/177, ve10000350) werd overwogen, afbreuk doet aan het doel van de Richtlijn, namelijk de bevordering van gezinshereniging, en aan het nuttig effect daarvan.
Het doel van verweerder voor het stellen van het inburgeringsvereiste is, blijkens de Memorie van toelichting bij de Wet inburgering in het buitenland m.b.t. art. 16 lid 1, onder h, Vw 2000 (TK 29700, nr. 3, p. 8, ve04001359), dat van de nieuwkomer inspanning en bijdragen aan de Nederlandse samenleving mogen worden verwacht. Voorts is integratie van nieuwkomers een langdurig proces, hetgeen er voor pleit het integratieproces reeds in het buitenland te laten aanvangen.
De vraag is evenwel of van een gezinslid van een gezinshereniger mag worden verlangd dat hij of zij slaagt voor een inburgeringsexamen in het buitenland. De rechtbank acht daarbij van belang dat in andere taalversies van de Richtlijn niet wordt gesproken over 'integratievoorwaarden', zoals in de Nederlandstalige versie, maar van 'inburgeringsmaatregelen'. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat weliswaar een bepaalde inspanning tot integratie mag worden verlangd, maar dat de eis van het slagen voor een inburgeringsexamen in het buitenland te ver gaat.
Voorts is het de vraag of verweerder, met het stellen van het inburgeringsvereiste als algemene voorwaarde, er voldoende rekening mee houdt dat o.g.v. art. 17 Richtlijn verzoeken om gezinshereniging individueel moeten worden beoordeeld. 
Ook art. 24 Handvest van de grondrechten (ve10001178) en het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel worden door de rechtbank bij de vragen betrokken.
In deze procedure werd gebruik gemaakt van een uitvoerige notitie van Kees Groenendijk (ve11000797) over de strijdigheid van het basisexamen inburgering (WIB) met de Gezinsherenigingsrichtlijn, CERD, EVRM, EU Handvest en het Unierechtelijk gelijkheidsbeginsel.
Overigens is het basisexamen inburgering in het buitenland m.i.v. 1 april 2011 aanzienlijk verzwaard (ve11000230). Zie ook Nieuws over knelpunten in de aanloop naar 1 april 2011. [WV]
Zie ook:
ve11000290: Thomas Hammarberg, mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, kritisch over Gezinsherenigingsbeleid
ve11000498: Asiel&Migrantenrecht 2011, nr. 1, Interview met Ad Appel over de verscherpte inburgeringstoetsen, M.C. Stronks
ve11000808: Asiel&Migrantenrecht 2011, nr. 2, Interview met Thomas Hammarberg, mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, M.C. Stronks

Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2011 aflevering 5 verschenen

01/04/2011

Nieuwsbericht

JV 2011 aflevering 5 van 1 april 2011 met 5 annotaties is verschenen. De uitspraken en annotaties zijn in MigratieWeb opgenomen, zie hierna.

ve11000568 - JV 2011/146 noot P. Boeles
2011-03-08, HvJEU, C-34/09 (Ruiz Zambrano)
Europees burgerschap / Art. 20 VWEU / Kind met nationaliteit lidstaat en ouders nationaliteit derde staat / Verblijfsrecht ouder die minderjarig kind ten laste heeft welke recht van vrij verkeer nog niet heeft uitgeoefend
--- Boeles opent zijn annotatie met de verwachting dat deze uitspraak grote gevolgen zal hebben, nu de kortheid van de relevante overwegingen de indruk wekt dat het Hof een algemene uitspraak heeft willen doen waarvan de strekking niet wordt beperkt door verwijzing naar de bijzondere omstandigheden van het achterliggende geval.(*) Hij behandelt de volgende vragen: (a) Welk criterium hanteert het Hof m.b.t. de vraag of de situatie valt binnen het toepassingsbereik van het Unierecht? (b) Wat is de relatie tot het toepassingsbereik van Richtlijn 2004/38? (c) Wanneer is er nog sprake van een puur interne situatie? (d) Wat zijn de onmiddellijke gevolgen voor ouders van Nederlandse kinderen? (e) Wat zijn de denkbare gevolgen voor andere afhankelijkheidsrelaties? (f) Wat zijn de denkbare gevolgen voor de Nederlandse regelgeving m.b.t. tot gezinshereniging?
(*) Dit in tegenstelling tot Minister Leers, die in zijn brief van 31 maart 2011 aan de Tweede Kamer (ve11000793) aangeeft op dit moment geen aanleiding te zien om meer gevolgen aan het arrest te verbinden, dan die waartoe de individuele feiten en omstandigheden van het arrest rechtstreeks aanleiding geven.

ve11000393 - JV 2011/147
2010-11-24, ABRvS, 201003538/1/V6 [LJN: BO4884]
WAV / Bestuurlijke boete / Arbeid zonder TWV / Grensoverschrijdende dienstverrichting Duitse onderneming / Roemeense werknemers / Zelf voorzien
ve11000394 - JV 2011/148
2010-11-24, ABRvS, 201003897/1/V6 en 201003936/1/V6 [LJN: BO4834]
RWN / Naturalisatie / Aanvaarding aanbod Pardonregeling / Geen vijf jaar toelating / Geen bijzondere omstandigheid (art. 10 RWN)
ve11000397 - JV 2011/149
2010-12-08, ABRvS, 201004486/1/V6 [LJN: BO6633]
RWN / Naturalisatie / Geen ontheffing naturalisatietoets wegens ongeletterdheid / Bewijslast / Beroep op ontheffing wegens geestelijke belemmering niet op vereiste wijze gestaafd / Geen bijzondere omstandigheden (art. 10 RWN) / Soedan
ve11000346 - JV 2011/150
2011-01-12, ABRvS, 201006100/1/V6 [LJN: BP0561]
WAV / Bestuurlijke boete / Arbeid zonder TWV / Bemiddeling Roemeense escortdame / Arbeid als zelfstandige i.h.k.v. vrijheid van vestiging / Geen gezagsverhouding / Criteria arrest Jany
ve11000305 - JV 2011/151 noot A. Hoogenboom
2011-01-19, ABRvS, 200908125/1/V1 [LJN: BP2539]
Aanvraag arbeid in loondienst / MVV-vereiste / Associatieovereenkomst EEG-Turkije / Art. 13 Besluit 1/80 / Illegaal en procedureel rechtmatig verblijf / Niet gehouden aan regels lidstaat / Geen geslaagd beroep op standstill-bepaling
--- Hoogenboom stelt vast dat, indien in deze zaak sprake was geweest van een aanvraag verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige, de vreemdeling zich met succes op art 41 lid 1 Aanvullend Protocol had kunnen beroepen (niettegenstaande het feit dat hij hier 'illegaal' verbleef) tegen het vereiste om over een MVV te beschikken. Nu het echter gaat om een verblijfsvergunning om arbeid in loondienst te verrichten kan zijn aanvraag, volgens deze uitspraak, worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige MVV daar art. 13 Besluit 1/80 o.g.v. de door de Afdeling gegeven interpretatie aan het begrip 'legaal' geen bescherming kan bieden. Hij beargumenteert dat dit verschil in rechtsgevolgen van de standstill bepalingen niet strookt niet met de rechtspraak van het Hof.
ve11000409 - JV 2011/152
2011-02-02, ABRvS, 201005110/1/H3 [LJN: BP2831]
Art. 1F Vluchtelingenverdrag / Weigering inzage in persoonsgegevens / Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)
ve11000354 - JV 2011/153
2011-02-04, ABRvS, 201011249/1/V2 [LJN: BP4320]
Herhaalde asielaanvraag / Nova / Ne bis in idem / UNHCR-notitie juli 2010 / Ambtsbericht / Irak / Art. 15 onder c Definitierichtlijn 2004/83 / Art. 3 EVRM
ve11000405 - JV 2011/154 noot G.N. Cornelisse
2011-02-07, ABRvS, 201100425/1/V3 [LJN: BP5114]
Bewaring / Vertrektermijn van 24 uur is nul dagen / Onmiddellijke inbewaringstelling
--- Cornelisse gaat op de nationale historie van de vertrektermijn van ‘24 uur’ en gaat vervolgens in op de praktische gevolgen van de Terugkeerrichtlijn voor het kunnen verkorten dan wel helemaal niet toekennen van een vertrektermijn.
ve11000407 - JV 2011/155
2011-02-10, ABRvS, 201011657/1/V2 [LJN: BP5112]
Asielaanvraag / Geen medisch onderzoek aangeboden / Afwijking van art. 3.109 lid 5 Vb 2000 niet mogelijk
ve11000406 - JV 2011/156
2011-02-14, ABRvS, 200910155/1/V2 [LJN: BP5116]
Weigering een deel door rechtbank gestelde vragen te beantwoorden / Inlichtingenplicht / Grenzen van het geschil / Gelijkheidsbeginsel
ve11000466 - JV 2011/157 noot B.K. Olivier
2011-02-21, ABRvS, 201003057/1/V2 [LJN: BP5947]
Bewijs rechtmatig verblijf familielid EU-onderdaan / Verblijfsrichtlijn 2004/38 / Duurzaam verblijfsrecht / Procesbelang / SvJ niet bevoegd tot vaststellen ingangsdatum rechtmatig verblijf
--- Olivier merkt op dat de Afdeling, die bijna 11 maanden over deze uitspraak heeft gedaan, het kennelijk ook moeilijk had met de conclusie dat de Verblijfsrichtlijn toelaat dat in het nationale recht de mogelijkheid wordt gegeven desgevraagd de ingangsdatum van het rechtmatig verblijf o.g.v. het gemeenschapsrecht vast te stellen, maar dat in Nederland in deze mogelijkheid niet is voorzien en de minister ‘dus’ niet bevoegd zou zijn om die ingangsdatum vast te stellen. Uit de uitspraak blijkt niet dat de minister ook dat standpunt heeft ingenomen. Voorts zijn er wel beslissingen waarin de minister zich op een ander standpunt stelt terwijl in de eigen administratie de vermeende ingangsdatum wel wordt vastgelegd.
M.b.t. het proces belang gaat hij ook in op de uitspraken van de VK Amsterdam van 18 januari 2010 (ve11000450) en 19 januari 2010 (ve11000451).
ve11000467 - JV 2011/158
2011-02-22, ABRvS, 201004254/1/V1 [LJN: BP5951]
Medisch uitzetbeletsel (art. 64 Vw 2000) / BMA-advies / Besluit onvoldoende inzichtelijk omtrent psychiatrische behandelmogelijkheden en overdracht / Schending vergewisplicht / Armenië
ve11000471 - JV 2011/159
2011-02-23, ABRvS, 201001234/1/V2 [LJN: BP5940]
Toegangsweigering / Te kennen gegeven asiel te willen / Waarborg in art. 3 lid 3 Vw 2000 ook van toepassing na invoering SGC / Bijzondere aanwijzing vereist
ve11000479 - JV 2011/160
2011-02-23, ABRvS, 201007021/1/V3 [LJN: BP5928]
Asielaanvraag / Door UNHCR als vluchteling erkend / Onderzoek naar grond voor erkenning
ve11000484 - JV 2011/161
2011-01-31, Rb 's-Gravenhage (mk), AWB 10/3188 [LJN: BP4908]
Inburgeringsplicht gezinslid Turkse werknemer niet in strijd met Associatieovereenkomst EEG-Turkije en Besluit 1/80 / Ontheffing wegens medische/psychische redenen
ve11000382 - JV 2011/162
2010-02-14, VK Rb 's-Gravenhage zp Haarlem (mk), AWB 10/6045 [LJN: BP4784]
Toegangsweigering / Art. 13 jo 5 Schengengrenscode / Visumplicht / Turks onderdaan met voornemen arbeid als zelfstandige te verrichten / Art. 41 lid 1 Aanvullend Protocol / Standstillbepaling / Soysal-arrest
--- De MvI&A heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De ministers van BuZa en voor I&A informeerden de Tweede Kamer over de uitkomst van het onderzoek naar de gevolgen van het Soysal arrrest bij brief van 28 januari 2011 (TK 30573, 63, ve11000221), welke in het op 25 februari 2011 verschenen A&MR 2011, nr. 1 (ve11000493) kritisch becommentarieerd wordt door Kees Groenendijk. Zie ook Nieuws 4 maart 2011: 
Heeft het HvJEU arrest Soysal gevolgen voor Nederland?

ve11000348 - JV 2011/163
2011-01-24, VK Rb 's-Gravenhage zp Haarlem, AWB 10/44195, 10/37395 [LJN: BP3545]
Bekendmaking intrekkingsbesluit / Wijziging adres / Toegang tot GBA adresgegevens / Zorgvuldigheid IND / Ontvankelijkheid bezwaar
ve11000416 - JV 2011/164
2011-01-26, VK Rb 's-Gravenhage, AWB 10/3809 [LJN: BP4869]
Asielaanvraag / Vrouwenbesnijdenis / Egypte / Bescherming autoriteiten niet effectief / Art. 3 EVRM / Motivering
ve11000418 - JV 2011/165
2011-01-26, VK Rb 's-Gravenhage zp Utrecht, AWB 10/26008 [LJN: BP4007]
Opheffing SIS signalering / Hoorplicht / Ongewenstverklaring / Familielid van EU-burger / Geen gewijzigde omstandigheden als bedoeld in A3/9.6.3.1 Vc 2000 / België verantwoordelijk / Verblijfsrichtlijn 2004/38 / Rechtsgevolgen in stand laten
ve11000447 - JV 2011/166
2011-02-03, VK Rb 's-Gravenhage zp Amsterdam, AWB 11/1563 [LJN: BP5342]
Bewaring (Grensdetentie) / Art. 2 lid 2 en 15 lid 1 Terugkeerrichtlijn 2008/115 / Richtlijn van toepassing / Terugkeerbesluit niet vereist / Toegangsweigering impliceert aanvang terugkeerprocedure
ve11000357 - JV 2011/167
2011-02-04, VK Rb 's-Gravenhage zp Haarlem, AWB 10/4268, 10/4274 [LJN: BP3556]
Asielaanvraag / Oeigoeren / Oeigoerse mannen / Groepsvervolging / Rapport Human Right Watch / China
ve11000490 - JV 2011/168
2011-02-17, VK Rb 's-Gravenhage zp Amsterdam, AWB 11/3892 [LJN:BP9306 ]
Bewaring / Staandehouden / Redelijk vermoeden van illegaal verblijf / Ervaringsgegevens îllegaIe arbeid in huishouding / Schadevergoeding
ve11000380 - JV 2011/169
2011-02-04, Vzr VK Rb ’s-Gravenhage zp Amsterdam, AWB 10/44188, 10/44187, 10/43244
Herhaalde asielaanvraag / Afghanistan / Provincie Khost / UNHCR Guidelines / "Generalized violence" / Art. 3 EVRM / Nova / Vovo / Geen spoedeisend belang (meer) bij schorsing terugkeerbesluit
ve11000424 - JV 2011/170 noot M.A.G. Reurs
2011-02-10, Centraal College voor de Gezondheidszorg, nr. C2009.260 [LJN: YG0906]
Klacht / Medisch advies BMA arts / PTSS / Veilige omgeving voor effectieve behandeling / Afghanistan / Onderzoeksplicht / Beperkte deskundigheid als arts / Vakkundigheid en zorgvuldigheid
--- Reurs bespreekt wat volgens deze uitspraak van de BMA-arts wordt verwacht i.v.m. het criterium dat de arts, vanuit zijn zorgplicht jegens de vreemdeling, gehouden is om er melding van te maken als het dossier aanleiding geeft tot twijfel over de effectiviteit van de behandeling in het land van terugkeer. Ook gaat hij in op twee opmerkelijke passages op p. 16 van het Protocol Medische Advisering (ve10001970) over de wijze waarop BMA uitvoering geeft aan het criterium van de effectieve behandeling.
[WV]

Behandeling hoger beroep in zaak Sahar uitgesteld

29/03/2011

Nieuwsbericht

UPDATE NIEUWS 11-03-2011: De zitting op 30 maart in de zaak van het Afghaanse meisje Sahar en haar familie wordt op verzoek van minister Leers aangehouden omdat er op 29 maart een nieuw ambtsbericht is gekomen over de situatie van schoolgaande meisjes in Afghanistan. De minister wil eerst onderzoeken of hieraan consequenties verbonden dienen te worden voor de zaak.

Update: 29 maart 2011

Dit vermeldt het nieuwsbericht van 29 maart 2011 op de website van de Raad van State.
De minister informeerde de Tweede Kamer bij brief van 28 maart (ve11000742) over het verschenen thematische ambtsbericht (ve11000744, dat ongedateerd is en op 29 maart via www.rijksoverheid.nl beschikbaar kwam). De minister geeft in zijn brief aan zich te beraden of aan de informatie beleidsmatige consequenties moeten worden verbonden en zal de Kamer daarover voor eind volgende week (week 14) berichten. In afwachting daarvan is besloten zaken waarin een beroep wordt gedaan op het verwesterde karakter van minderjarige vrouwelijke aanvragers aan te houden. 
In een eerder nieuwsbericht van 11 maart op de website van Raad van State, waarbij de op 30 maart 2011 geplande zitting bekend werd gemaakt, werd deze achtergrond informatie gegeven.
In de uitspraak van de VK 's-Hertogenbosch van 20 januari 2011 (JV 2011/105, ve11000146) werd geoordeeld dat Sahar zo is ingeburgerd in Nederland dat zij niet meer kan wennen aan het leven in de Afghaanse maatschappij. De rechtbank vond dat de minister beter had moeten motiveren waarom Sahar zich in Afghanistan aan de leefwijze in dat land zou kunnen aanpassen. De minister komt tegen die uitspraak in hoger beroep om duidelijkheid te krijgen over de vraag of verwestering van een Afghaans meisje door langdurig verblijf in Nederland reden moet zijn om hier te blijven. Dat Sahar en haar familie al lang in Nederland zijn, is namelijk het gevolg van herhaaldelijk procederen, zo stelt minister Leers.
In dat nieuwsbericht werd tevens vermeld dat de uitspraak in het hoger beroep wordt verwacht in juni 2011. Nu nog geen nieuwe datum voor de behandeling op zitting bekend is, is ook onduidelijk of die verwachting nog gerechtvaardigd is.
Op 9 februari 2011 (201101392/2/V2) heeft de Voorzitter van de ABRvS op verzoek van de minister bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister geen nieuwe besluiten op de asielaanvragen hoeft te nemen voordat de Afdeling heeft beslist op het hoger beroep.  [WV]
Zie ook
Nieuws 21 januari 2011.
ve11000218: Brief MvI&A van 27 januari 2011 aan de Tweede Kamer (TK 19637, 1392).
Inlia website: Procedures stapelen en rekken: de pot, de ketel en de feiten.
Nieuws 14 april 2011: Beleidsaanpassing verwesterde Afghaanse meisjes.

Voorstel aanscherping eisen verkrijging Nederlanderschap

29/03/2011

Nieuwsbericht

Minister Donner heeft een voorstel gedaan om de eisen voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit aan te scherpen. Het gaat om: uitbreiding van de afstandseis en invoering van een taaltoets voor optanten, naturalisatie pas na vijf jaar voor ongehuwd samenwonenden en invoering van een inkomens- en kwaliteitsvereiste. Op 28 maart werd deze concept-regeling aangeboden via internetconsultatie.

De internetconsultatie over deze conceptwijziging (ve11000730) van de Rijkswet op nederlanderschap biedt de mogelijkheid aan burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties om hun mening te geven ten aanzien van voorgestelde regelgeving. De consultatie te vinden op www.internetconsultatie.nl en loopt af op 22 april 2011.
Het MvBZK licht de concept-regeling in een persbericht als volgt toe:
Het Nederlanderschap is een bekroning op participatie en integratie in de maatschappij. De aanscherpingen dienen als stimulans voor degenen die op bepaalde punten nog niet volledig participeren, zoals kennis van de Nederlandse taal en werk. Met het wetsvoorstel blijft Nederland binnen de grenzen van internationale verdragen. De aanscherpingen zijn een uitwerking van de maatregelen in het regeerakkoord.

Het kabinet streeft er naar dat iedereen zoveel mogelijk over één nationaliteit beschikt. Daarom moet iedereen die Nederlander wil worden afstand doen van de nationaliteit van het land van herkomst. Uitzondering op de regel blijven erkende vluchtelingen en personen die geen afstand kunnen doen.

Het spreken van de taal is een belangrijke voorwaarde om in Nederland mee te kunnen doen. De naturalisatieprocedure voorziet in een taaltoets. Optanten (die het recht hebben het Nederlanderschap door optie te verkrijgen) leggen die toets niet af. In de praktijk blijkt echter dat er optanten zijn die niet of nauwelijks de taal spreken. Een nieuwe toets moet garanderen dat optanten de gewenste taalbeheersing hebben.

Voorafgaand aan naturalisatie moet er voldoende tijd zijn geweest om te integreren in de maatschappij. Vijf jaar blijft het uitgangspunt van de wet. Ongehuwd samenwonenden moeten voortaan ook aan deze termijn voldoen. Tot nu toe geldt voor hen een termijn van drie jaar. Voor vreemdelingen die gehuwd zijn, wordt een termijn gesteld van drie jaar. Zij vallen onder de bescherming van het Europees Verdrag inzake nationaliteit, en hebben hierdoor recht op deze verkorte termijn.

Voor naturalisatie gaan inkomen- en kwalificatievereisten gelden. Vreemdelingen moeten voldoen aan de minimale eisen die noodzakelijk zijn om in Nederland zelfstandig te kunnen leven dankzij inkomen uit arbeid. Het gezinsinkomen moet minstens het minimumloon in Nederland zijn respectievelijk de andere landen in het Koninkrijk. Daarnaast moeten vreemdelingen aantonen dat ze twee jaar een beroepsopleiding of werkervaring hebben.
[Bron: MvBZK] [SSc]

Zittingen en uitspraken ABRvS over bewaring en Terugkeerrichtlijn

25/03/2011

Nieuwsbericht

UPDATE NIEUWS 01-02-2011: De ABRvS heeft op de hierna genoemde data zittingen gehouden over de daarbij vermelde onderwerpen inzake hoger beroepen tegen VK uitspraken over vreemdelingenbewaring en de Terugkeerrichtlijn 2008/115.
Op 21 maart werden drie uitspraak gedaan en op 25 maart één.
 

Update: 25 maart 2011

18 januari 2011
Lichter middel
VK Amsterdam 30 december 2010, AWB 10/43727, LJN: BP0865, ve11000093
25 januari 2011
1. Moet rechtmatigheid terugkeerbesluit worden meegenomen bij beoordeling rechtmatigheid bewaring?
VK Utrecht 31 december 2010, AWB 10/43109, LJN: BO9498, ve11000046
- - - Uitspraak 21 maart 2011, 201100307/1/V3, ve11000643
2. Gronden inbewaringstelling
VK Utrecht 7 januari 2011, AWB 10/44464, LJN: BP0045, ve11000121
- - - Uitspraak 21 maart 2011, 201100555/1/V3, ve11000645
1 februari 2011
Behelst meeromvattende beschikking ook een terugkeerbesluit?
VK Assen 6 januari 2011, AWB 10/43679 (ng)
- - - Uitspraak 21 maart 2011, 201100493/1/V3, ve11000644
2 februari 2011
Doorbreking appelverbod; verlengingsbesluit
VK Utrecht 30 december 2010, AWB 10/43197, LJN: BO9369, ve11000047
- - - Uitspraak 25 maart 2011, 201100097/1/V3, ve11000711
VK Roermond 6 januari 2011, AWB 10/44016, ve11000366
VK Rotterdam (mk) 12 januari 2011, AWB 10/43493, LJN: BP0657, ve11000102
16 februari 2011
Zicht op uitzetting redelijk vooruitzicht op verwijdering
VK Utrecht 11 januari 2011, AWB 11/779 (ng)
23 februari 2011
Duur bewaring en strafrechtelijke detentie
VK Den Bosch 24 januari 2011, AWB 11/650 (ng)
VK Assen 27 januari 2011, AWB 11/151, ve11000387
Per 31 januari 2011 waren bij de ABRvS 89 hoger beroepschriften van zowel vreemdelingen als de MvI&A ontvangen. Per 9 februari 2011 waren het er 144. Op 17 februari werd de 190 overschreden, op 4 maart stond de teller op 240 en op 17 maart op 304.
[WV]

Vertrekmoratorium Zuid- en Centraal-Somalië

22/03/2011

Nieuwsbericht

De MvI&A stelt een vertrekmoratorium in voor de duur van een jaar voor Somaliërs afkomstig uit Zuid- en Centraal-Somalië die niet in Noord-Somalië kunnen verblijven.

Het EHRM heeft een voorlopige maatregel getroffen in twee Somalische zaken. De MvI&A heeft de Kamer op 13 januari 2011 (ve11000077) bericht de uitzetting op te schorten totdat er uitspraak in de bodemzaak wordt gedaan.* Bij brief van 18 maart 2011 (ve11000679) deelt de MvI&A de Kamer mee dat hij als gevolg van deze interim measures een vertrekmoratorium instelt voor de duur van een jaar. Uitgeprocedeerde asielzoekers die tot deze groep behoren worden niet verplicht Nederland te verlaten en aan hen wordt opvang geboden. Er is geen sprake van categoriaal beschermingsbeleid en de toelating wordt nog steeds individueel beoordeeld.
Uitgezonderd van het vertrekmoratorium worden vreemdelingen van wie de asielaanvraag op niet-inhoudelijke gronden is afgewezen, die de mogelijkheid hebben te vertrekken naar een derde land, die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid en vreemdelingen die aantoonbaar uit Nederland zijn vertrokken na hun asielaanvraag. Echter, onder de voorlopige maatregel mogen ook deze personen niet worden uitgezet. [SSc]
* Zie nieuws van 14 januari 2011.

Wellicht 400 'Sahars' in Nederland

22/03/2011

Nieuwsbericht

Minister Leers schat dat er ongeveer 400 meisjes in Nederland verblijven in vergelijkbare omstandigheden als Sahar Hbrahimgel.

Dit antwoordt de MvI&A op 21 maart 2011 (ve11000672) op vragen van de leden Spekman (PvdA), Janssen (SP), Schouw (D66), Dibi (GroenLinks) en Voordewind (CU). De minister komt tot deze schatting op grond van de aanname dat het niet onaannemelijk is dat meisjes en vrouwen die geen rechtmatig verblijf hebben de verblijfsprocedure van hun overige gezinsleden (illegaal) in Nederland afwachten. Omdat het slechts om een aanname gaat, kan niet nader worden gespecificeerd hoeveel van hen reeds langer dan 10 jaar in Nederland verblijven. De situatie van Sahar wordt momenteel als zodanig niet uniek geacht en noopt niet tot gebruik van de discretionaire bevoegdheid. Het feit dat de zaak uitgebreid in de media aan bod is gekomen doet aan een objectieve weging van feiten en omstandigheden niet af. [SSc]
--- Zie ook nieuws 21 januari 2011 en nieuws 11 maart 2011.