Overslaan en naar de inhoud gaan

Migratieweb - Uw online kennisbank

Migratieweb is de actuele juridische databank met nationale en internationale informatie over migratie. De redactie van Migratieweb wordt verzorgd door Stichting Migratierecht Nederland. Migratieweb is o.a. toegankelijk voor leden van de Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken (WRV). Ook gerechtelijke instanties en universiteiten maken gebruik van Migratieweb.

Nieuws

Wet Modern Migratiebeleid door Eerste Kamer aanvaard

13/07/2010

Nieuwsbericht

De Eerste Kamer heeft op maandag 5 juli 2010 het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid (32052) aanvaard, waarbij de Vw 2000 wordt gewijzigd. De wet zal naar verwachting op 1 januari 2011 in werking treden en luidt onder meer een vereenvoudiging in van het stelsel van reguliere verblijfsvergunningen. Daarnaast worden de procedures efficiënter gemaakt. Verder voorziet het in een zelfstandige positie van de referent in het reguliere vreemdelingenbeleid en worden bestuurlijke boetes ingevoerd.

De belangrijkste veranderingen als gevolg van het aanvaarde gewijzigde (ve10000406) wetsvoorstel Modern Migratiebeleid zijn:
•   Referenten en vreemdelingen kunnen voortaan gebruikmaken van de Toegang- en Verblijfsprocedure (TEV). Zij hoeven niet meer twee aparte aanvragen voor een MVV en de verblijfsvergunning in te dienen. Na afgifte van de MVV, verleent de IND de verblijfsvergunning automatisch.
•   Voor niet MVV-plichtige vreemdelingen komt er de VVR-referentprocedure. De referent kan voor de vreemdeling al een aanvraag voor een verblijfsvergunning indienen terwijl betrokkene nog in het buitenland verblijft.
•   Referenten krijgen een belangrijke rol binnen het migratiebeleid. De referent is een persoon of organisatie (bijvoorbeeld een bedrijf of onderwijsinstelling) die belang heeft bij de overkomst van een vreemdeling. Referenten mogen zelf verblijfsaanvragen indienen voor de vreemdeling. Ook kunnen zij bezwaar en beroep instellen.
•   Rechtspersonen en ondernemingen kunnen zich laten erkennen. Dan worden zij ‘erkende’ referent. Voor erkende referenten gelden bepaalde voordelen (werken met eigen verklaringen.en een versnelde procedure). In sommige gevallen (onderwijsinstellingen, au-pairbureaus, werkgevers van kennismigranten) is erkenning verplicht. Referenten die gezinsleden naar Nederland halen kunnen niet worden erkend. Zij zijn natuurlijke personen waardoor erkenning voor hen niet mogelijk is.
•   Alle referenten hebben wettelijke verplichtingen (informatie-, administratie- en zorgplicht, verantwoordelijk voor terugkeer)
•   De IND krijgt meer mogelijkheden om op te treden tegen referenten en vreemdelingen die hun wettelijke verplichtingen niet nakomen.
In gevallen waarin de referent of vreemdeling de wettelijke verplichtingen van de wet Modern Migratiebeleid niet nakomt, kan de IND sancties opleggen. Als regel geeft de IND bij een eerste overtreding een waarschuwing. Bij een volgende overtreding kan de IND een bestuurlijke boete opleggen (voor rechtspersonen en ondernemingen maximaal € 3.000 en voor natuurlijke personen maximaal €1.500 per beboetbaar feit. Bij herhaling kan de IND de boete verhogen met 50%. Een bestuurlijke boete kan bij ernstige overtredingen ook worden opgelegd zonder voorafgaande waarschuwing.
Als een erkend referent niet (meer) voldoet aan de voorwaarden voor erkenning, trekt de IND de erkenning in. Dit kan ook als de erkende referent zich niet heeft gehouden aan zijn wettelijke verplichtingen.
Zie voor meer informatie de IND website of ve10001005. [wv]

Veel nieuwe regelgeving i.v.m. aanpassen asielprocedure

01/07/2010

Nieuwsbericht

Op 1 juli 2010 treedt de zogeheten verbeterde asielprocedure in werking en dit leidt tot veel gewijzigde regelgeving.

In verband met het aanpassen van de asielprocedure is de volgende regelgeving gewijzigd:
● Vw 2000 – wet van 20 mei 2010 (ve10000824).
Overgangsrecht:
1. Ten aanzien van een aanvraag die is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 62, derde lid, onderdeel c, 69, tweede lid, en 82, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid, dient de vreemdeling die zijn eerste aanvraag heeft ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en wiens aanvraag is afgewezen na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten.
● Vb 2000 – besluit van 23 juni 2010 (ve10000944).
Overgangsrecht:
Ten aanzien van een aanvraag die is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.1, onderdeel f, 3.6, eerste lid, 3.46, 3.47 en 3.109 t/m 3.118 Vb 2000 zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.
● VV 2000 – 79ste wijziging van 25 juni 2010 (ve10000959).
● Vc 2000 – WBV 2010/10 van 24 juni 2010 (ve10000957).
● Rva 2005 – besluit van 25 juni 2010 (ve10000960).
Deze aanpassingen vloeien voort uit het coalitieakkoord van 7 februari 2007 (TK 30891, 4, ve07000230) en de brief “Naar een effectievere asielprocedure en een effectiever terugkeerbeleid” van 24 juni 2008 (TK 29344, 67, ve08001099). Het wetsvoorstel tot wijziging van de Vw 2000 (31994, ve09001074) werd op 29 juni 2009 aan de Tweede Kamer aangeboden en werd uiteindelijk op 18 mei 2010 zonder stemming aanvaard door de Eerste Kamer.
Zie ook het artikel van Thomas Spijkerboer (ve10001105) waarin de wijzigingen in de asielprocedure worden behandeld. Daarbij is geprobeerd telkens in te gaan op de vraag of de jurisprudentie van de ABRvS over de oude bepalingen zijn belang behoudt, of dat deze alleen de oude wettekst betrof en dus voor de interpretatie van de nieuwe niet meer van belang is.
Het artikel is ook gratis te downloaden op de website van de uitgever: Ars Aequi

De wetswijziging leidt kort gesteld tot de volgende aanpassingen:
1. Aan de asielprocedure zal een rust- en voorbereidingstermijn van minimaal 6
dagen voorafgaan. In deze periode kan de asielzoeker tot rust komen en zich voorbereiden op de asielprocedure. Ook kan de IND in deze termijn al beperkt vooronderzoek doen.
2. De algemene asielprocedure in de aanmeldcentra wordt van 48 uur verlengd tot acht dagen, waardoor er meer ruimte is voor rechtsbijstand aan asielzoekers. Nadat een eerste aanvraag is afgewezen in het aanmeldcentrum wordt een vertrektermijn gegeven van vier weken. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat afgewezen asielzoekers op straat terechtkomen wordt er gedurende deze termijn opvang geboden.
3. De rechter houdt in de beroepsfase rekening met relevante nieuwe omstandigheden en beleidswijzigingen.
4. Een beroep op verblijf in Nederland op medische gronden zal niet pas ná de asielprocedure wordt beoordeeld, maar in een zo vroeg mogelijk stadium, zoveel mogelijk parallel aan de asielprocedure.
5. Tijdens de verbeterde asielprocedure zal de asielzoeker, voor zover mogelijk, steeds door één en dezelfde advocaat wordt bijgestaan gedurende de gehele procedure. [wv]

Meldplicht in plaats van bewaring voor AMV's

22/06/2010

Nieuwsbericht

Minister Hirsch Ballin wil vreemdelingenbewaring van alleenstaande minderjarige vreemdelingen verder beperken. Een frequente meldplicht en een verbod voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen om zich zonder toestemming buiten de gemeente te begeven, zijn een alternatief.

Dit blijkt uit het Nieuwsbericht op de website van het Ministerie van Justitie. [Ssc]

Vreemdelingen onevenredig zwaar getroffen door signalering in SIS

17/06/2010

Nieuwsbericht

De Nationale ombudsman heeft uit eigen beweging een onderzoek gedaan naar de praktijk rond de signalering van ongewenste vreemdelingen in het Schengen Informatie Systeem (SIS) en de weigering van toegang tot Nederland van deze vreemdelingen. De ombudsman stelt dat er onvoldoende waarborgen zijn om een evenredige uitvoering van het SIS te garanderen. Ook is de informatievoorziening aan gesignaleerde vreemdelingen over opname in het SIS en mogelijke rechtsmiddelen hiertegen onvolledig.

In het rapport van 17 juni 2010 (ve10000876) is de No van oordeel dat de uitvoeringspraktijk op een aantal essentiële punten onbehoorlijk is en de belangenafweging niet in alle gevallen evenredig is zoals art. 8 EVRM vereist. De No beveelt aan de gehele keten (van signalering t/m beoordeling van een verzoek tot toegang) in heroverweging te nemen, om te voorkomen dat de vreemdeling onevenredig zwaar getroffen wordt door dit systeem. De No doet de volgende aanbevelingen:
- De IND voert geen op de feiten toegesneden proportionaliteitstoets uit alvorens tot signalering over te gaan. Per individueel geval moet worden bekeken of er wellicht verzachtende omstandigheden zijn en of signalering geen onevenredige consequenties heeft voor de vreemdeling;
- Het automatische karakter van de weigering toegang na signalering betekent dat de signalering rechtsgevolgen met zich meebrengt en dus een besluit is in de zin van Awb waartegen bezwaar en beroep open staan;
- Per verzoek tot toegang moet expliciet onderzocht worden of er redenen zijn om de vreemdeling ondanks de signalering toch toe te laten;
- Soms vindt bij de afweging of tot signalering wordt overgegaan wel een belangenafweging plaats. De afwegingen die hierbij een rol spelen zijn echter niet inzichtelijk en controleerbaar, wat leidt tot willekeur. Eventuele uitzonderingen, waarbij niet tot signalering wordt overgegaan, zouden moeten worden vastgelegd en gemotiveerd.
- De informatievoorziening aan gesignaleerde vreemdelingen over opname in het SIS en mogelijke rechtsmiddelen hiertegen is onvolledig. De als ongewenst gesignaleerde vreemdelingen moeten, naast mondeling, ook schriftelijk op de hoogte worden gebracht van hun signalering en daarbij worden gewezen op rechtsmiddelen die hen ter beschikking staan om deze signalering aan te vechten. [PdM/SSc]

Eerste Kamer akkoord met wijziging Rwn

16/06/2010

Nieuwsbericht

Op 15 juni 2010 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel 31813 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Het voorstel behelst aanpassingen m.b.t. de afstandseis, beheersing Nederlands als voorwaarde voor naturalisatie, ontneming Nederlanderschap bij ernstige delicten en een regeling voor latente Nederlanders. Er wordt naar gestreefd deze wetswijziging op 1 oktober 2010 in werking te laten treden.

Het wetsvoorstel (ve09000235) leidt tot de volgende wijzigingen:
-   schrapping van een uitzondering op de afstandseis: meerderjarigen die een deel van hun jeugd in het Koninkrijk hebben doorgebracht en willen opteren voor het Nederlanderschap, zullen afstand moeten doen van hun niet-Nederlandse nationaliteit.
-   bij hoofdverblijf op de Antillen en Aruba wordt beheersing van het Nederlands een voorwaarde voor naturalisatie naast beheersing van de taal die op het eiland van het hoofdverblijf gangbaar is.
-   latente Nederlanders, kinderen die vóór 1985 uit een Nederlandse moeder zijn geboren, maar het Nederlanderschap niet via de moeder hebben verkregen, kunnen alsnog voor het Nederlanderschap opteren.
-   de mogelijkheid tot intrekking van het Nederlanderschap na een strafrechtelijke veroordeling voor een delict waarbij de essentiële belangen van het Koninkrijk ernstig zijn geschaad. [ssc]

Visumaanvragen in Turkije voortaan via iDATA

01/06/2010

Nieuwsbericht

Aanvragen voor een visum (zowel Schengenvisum met als hoofddoel Nederland als MVV) worden niet meer rechtstreeks ingenomen door de Nederlandse vertegenwoordiging, maar moeten worden ingediend bij het outsourcing bureau iDATA.

Vanaf 14 mei 2010 zijn aanvragen bij IData Istanbul mogelijk en vanaf 1 juni ook in Ankara. iDATA zal de visum klanten informeren, de visumaanvragen aannemen en het verzorgen van het uitreiken van de beslissingen.
In verband met de drukte adviseert iDATA om aanvragen in Ankara vanaf 7 juni 2010 in te dienen als niet voor 21 juni wordt gereisd.
Meer informatie is te vinden op de websites van iDATA en de Nederlandse Ambassade in Ankara.
NB: De outsourcing in Turkije is inmiddels (juli 2017) beperkt tot de landen Duitsland en Italië Zie ook ve10000741. [SSc/WV]

Boetes art. 15 Wav opgelegd in strijd met vrij verkeer van diensten

21/05/2010

Nieuwsbericht

De Afdeling Bestuursrechtspraak heeft in een uitspraak van 19 mei 2010, waar het ging om grensoverschrijdende dienstverrichting, geoordeeld dat de verplichting o.g.v. 15 Wav voor een werkgever, die door een vreemdeling arbeid laat verrichten bij een andere werkgever, om bij de aanvang van de arbeid onverwijld zorg te dragen dat de werkgever bij wie de arbeid feitelijk wordt verricht een afschrift ontvangt van het identiteitsdocument van de vreemdeling een disproportionele beperking vormt van het vrij verkeer van diensten.

In de uitspraak van 19 mei (ve10000725) ging het om arbeid (ijzervlechten bij de bouw van een appartementencomplex) verricht door een vreemdeling met de Joegoslavische nationaliteit, in het bezit van een verblijfsvergunning voor Duitsland en in dienst van een Duits bedrijf C. Het werk was door aannemer A. uitbesteed aan B. die het verwerken van het wapeningsstaal weer uitbesteedde aan bedrijf C., die de werkzaamheden heeft verricht met o.a. de betreffende vreemdeling.
De Afdeling overweegt dat in de boeterapporten is vermeld dat de inspecteurs van de Arbeidsinspectie de identiteit van de vreemdeling konden vaststellen aan de hand van een in de administratie van B. aanwezige kopie van het identiteitsbewijs van de vreemdeling. Voorts is daarin opgenomen dat de inspecteurs hebben vastgesteld dat de vreemdeling in dienst was bij C. en de werkzaamheden heeft verricht in het kader van aanneming van werk. Hieruit volgt dat de inspecteurs aan de hand van de in de administratie van B. aanwezige kopie van het identiteitsdocument van de vreemdeling in samenhang met de kopieën van de arbeidsovereenkomst tussen de vreemdeling en C. en aannemingsovereenkomsten tussen A. en B. en B. en C., hebben kunnen vaststellen dat van illegale tewerkstelling geen sprake was, aangezien de werkzaamheden zijn verricht i.h.k.v. grensoverschrijdende dienstverrichting. Voor de werkzaamheden was geen TWV vereist. De eisen van art. 15 lid 1 en 2 Wav gaan derhalve in dit geval verder dan ter bereiking van het door de minister omschreven doel (de Arbeidsinspectie een instrument bieden met het oog op het toezicht en de opsporing van illegale tewerkstelling) noodzakelijk is, zodat deze disproportioneel zijn. De Afdeling concludeert dat de aan B. en A. o.g.v. art. 15 Wav opgelegde boetes in strijd met het in art. 49 EG-Verdrag, thans art. 56 VWEU (ve08000709), verankerde vrij verkeer van diensten zijn opgelegd.
De Afdeling had in een uitspraak van 17 maart 2010 (JV 2010/179, ve10000426) over de notificatieregeling (art. 1e Besluit uitvoering Wav) al geoordeeld dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG (thans EU) volgt dat de situatie waarin een lidstaat het verrichten van diensten vanuit een andere lidstaat met gebruikmaking van in dienst zijnde werknemers waarvoor het vrij verkeer van werknemers nog niet geldt, afhankelijk stelt van de eis van een tewerkstellingsvergunning, een met het gemeenschapsrecht strijdige belemmering van het vrij verkeer van diensten inhoudt. [GW/WV]

Uitspraak HvJEU inbreukprocedure legesheffing Turkse onderdanen

29/04/2010

Nieuwsbericht

Het Hof van Justitie EU heeft uitspraak gedaan op het op 16 februari 2007 door de Europese Commissie aanhangig gemaakte beroep tegen Nederland waarin de Commissie stelde dat de legestarieven die door Nederland sedert 1994 worden geëist van Turkse onderdanen voor verblijfsvergunningen, in strijd zijn met de standstill- en nondiscriminatiebepalingen van de Associatieovereenkomst, het Aanvullend Protocol en Besluit 1/80.

Het Hof had in oktober 2008 de behandeling van de zaak geschorst tot de uitspraak van het arrest van 17 september 2009 in de zaak Sahin (JV 2009/402, ve09001278).
Het Hof concludeert in het arrest van 29 april 2010 (ve10000639) dat de standstillbepalingen in art. 41, lid 1, Aanvullend Protocol en in art. 13 Besluit 1/80 vanaf de inwerkingtreding van deze bepalingen van toepassing zijn op alle leges die van Turkse staatsburgers worden geëist voor de afgifte van een verblijfsvergunning inzake een eerste toelating of voor de verlenging van een dergelijke vergunning.
In het arrest Sahin is geconcludeerd dat een legesregeling als daar aan de orde een ingevolge art. 13 Besluit 1/80 verboden beperking is, aangezien daarbij voor de behandeling van een aanvraag verlening of verlenging van een verblijfsvergunning van Turkse staatsburgers op wie art. 13 van toepassing is, een legesbedrag wordt geëist dat onevenredig is aan het bedrag dat in vergelijkbare omstandigheden wordt gevraagd van burgers van de Unie.
Hiermee moet rekening worden gehouden in deze zaak, die betrekking heeft op alle leges die sinds 1994 van Turkse staatsburgers zijn geëist voor de verlening en verlenging van verblijfsvergunningen, zoals die met name zijn gewijzigd in 2002, 2003 en 2005. Het verschil tussen de legesbedragen voor Turkse staatsburgers en voor burgers van de Unie is in 2003 en 2005 nog groter geworden dan in 2002, het jaar dat aan de orde was in de zaak Sahin. Bovendien heeft het beroep niet alleen betrekking op Turkse staatsburgers die werknemer zijn, zoals in de zaak Sahin, maar ook op personen die gebruik willen maken van de vrijheid van vestiging of van het vrij verrichten van diensten krachtens de Associatieovereenkomst.
Nederlanden kan het verschil tussen de legesbedragen niet rechtvaardigen o.g.v. de omstandigheid dat Turkse staatsburgers niet op even volledige wijze als burgers van de Unie in aanmerking komen voor het vrije verkeer van werknemers, de vrije vestiging of het vrije verrichten van diensten in de Unie. De Commissie beroept zich terecht op de non-discriminatiebepalingen (art. 9 Associatieovereenkomst en art. 10 Besluit 1/80) en op art. 59 Aanvullend Protocol om na te gaan of de litigieuze leges de situatie van de Turkse staatsburgers niet op een met de standstillbepalingen strijdige wijze verslechterden in vergelijking met de situatie van burgers van de Unie.
Niet kan worden uitgesloten dat van Turkse staatsburgers geëiste leges die enigszins hoger zijn dan de leges die burgers van de Unie verschuldigd zijn voor de afgifte van soortgelijke documenten, in bepaalde bijzondere gevallen geacht kunnen worden evenredig te zijn. De bedragen variëren echter en het laagste bedrag is meer dan twee derde hoger dan de leges die van burgers van de Unie worden geëist. Een dergelijk verschil is niet gering en de litigieuze leges zijn dan ook in hun geheel onevenredig.
Hieruit volgt dat Nederland, door voor de afgifte van verblijfsvergunningen een stelsel in te voeren en te handhaven van leges die onevenredig zijn aan de leges die van burgers van de lidstaten worden geëist voor de afgifte van soortgelijke documenten, en door dit stelsel toe te passen op Turkse staatsburgers die verblijfsrecht in Nederland hebben o.g.v. de Associatieovereenkomst, het Aanvullend Protocol of Besluit 1/80, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens art. 9 Associatieovereenkomst, art. 41, lid 1, Aanvullend Protocol en de artt. 10, lid 1, en 13 Besluit 1/80. [wv]

IND gaat weer beslissingen nemen op aanvragen gezinsvorming

29/04/2010

Nieuwsbericht

Na het arrest Chakroun besloot de IND om, zolang de regelgeving nog niet is aangepast aan de gevolgen van het arrest, geen besluiten meer te nemen op lopende aanvragen als niet wordt voldaan aan de 120% norm. Hier komt nu een einde aan.

Op 12 maart 2010 (ve10000389) informeerde de Minister van Justitie de Tweede Kamer over de consequenties van het arrest Chakroun (ve10000350) voor het toetsingskader bij gezinshereniging.
Op 23 maart berichte de IND op haar website dat, zolang niet duidelijk is hoe de regelgeving moet worden aangepast, de IND op lopende aanvragen in het kader van gezinsvorming in ieder geval geen besluit zal nemen als niet wordt voldaan aan de 120% norm.
Op 29 april bericht de IND op haar website dat de aanpassing van de regelgeving enige tijd in beslag neemt en dat, om de beslissingen op aanvragen in de bedoelde gevallen niet nog meer te vertragen, vanaf heden weer op deze zaken wordt beslist. Daarbij gelden, totdat het Vb 2000 en de Vc 2000 zijn aangepast, voor aanvragen om verblijf bij (huwelijks)partner de volgende voorwaarden, waarbij niet langer van belang is of sprake is van gezinshereniging of gezinsvorming:
Middelenvereiste. Als voldoende middelen van bestaan wordt aangemerkt een netto inkomen dat gelijk is aan de bijstandsnorm voor echtparen en gezinnen als bedoeld in artikel 21 van de Wet werk en bijstand. Op dit moment bedraagt deze norm € 1.299,04 inclusief vakantiegeld en € 1.234,09 exclusief vakantiegeld.
Leeftijdsvereiste. De leeftijdseis van 21 jaar wordt voor gezinsvormers tijdelijk verlaagd naar 18 jaar. Deze leeftijd gold al voor gezinsherenigers. Beide partners moeten dus 18 jaar of ouder zijn.
Deze voorwaarden gelden voor aanvragen die nu openstaan en aanvragen die worden ingediend voor de inwerkingtreding van de te wijzigen regelgeving. [wv]

Maatschappelijke opvang voor vreemdeling zonder vergunning, maar geen bijstand

27/04/2010

Nieuwsbericht

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in een uitspraak van 19 april 2010 dat een uit Algerije afkomstige vreemdeling, die in afwachting van de uitkomst van zijn procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning in Nederland mag blijven, recht heeft op maatschappelijke opvang door de gemeente.

Het verzoek van de uit Algerije afkomstige vreemdeling om maatschappelijke opvang (nachtopvang) is door het College van B&W Rotterdam afgewezen, omdat de Wet maatschappelijke ondersteuning het verstrekken van voorzieningen aan vreemdelingen zonder verblijfsvergunning uitsluit. De vreemdeling heeft ernstige medische klachten. Het onthouden van nachtopvang leidt er toe dat de geboden medische noodhulp weinig effect heeft. De Raad overweegt in de uitspraak (ve10000634) dat het onthouden van nachtopvang in deze situatie in strijd is met het recht op bescherming van privé- en gezinsleven, als bedoeld in art. 8 EVRM.
De gemeente moet onderzoeken of de Algerijn in aanmerking komt voor opvang door het Centraal orgaan opvang asielzoekers. In dat geval gaat de opvang door het COA voor boven de opvang door de gemeente. Zolang niet duidelijk is bij welke instantie de vreemdeling terecht kan, moet de gemeente maatschappelijke opvang bieden.
In een andere uitspraak van dezelfde datum (ve10000635) gaat het om een vreemdeling, afkomstig uit Turkije en eveneens in afwachting van de uitkomst van zijn procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning, die in het licht van art. 8 EVRM in vergelijkbare omstandigheden verkeert als de Algerijn.
De vreemdeling heeft ernstige medische klachten. Hij heeft medische verklaringen overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de geboden nachtopvang in een slaapzaal schadelijk is voor zijn gezondheid. Het recht op bescherming van privé- en gezinsleven, als bedoeld in art. 8 EVRM, brengt in dit geval mee dat door de Staat in adequate opvang moet worden voorzien, maar verplicht niet tot het verlenen van bijstand o.g.v. de WWB. [wv]